Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Communicatieleer H 1 t/m 7 (behalve 4)

Rating
-
Sold
13
Pages
12
Uploaded on
31-10-2014
Written in
2013/2014

Samenvatting van 12 pagina's voor het vak Communicatieleer aan de Saxion

Institution
Course

Content preview

Hoofdstuk 1
Communicatie

De student kan aangeven wat communicatie is. Hij kent de begrippen interpersoonlijke
communicatie, massacommunicatie en intra-persoonlijke communicatie.

Communicatie: er is altijd spraken van signalen die symbolisch zijn: ze verwijzen naar
iets anders, het bedoelde voorwerp of begrip (informatie is iets zoals het is, bijv. fruit of
wanneer je een barbecue ruikt). Alle gedrag, met en zonder woorden, in aanwezigheid
van een ander mens, van wie men zich bewust is.

Communicatie volgens het boek: de uitwisseling van symbolische informatie tussen mensen
die zich van elkaars onmiddellijke of gemedieerde aanwezigheid bewust zijn. Deze
informatie wordt deels bewust, deels onbewust gegeven, ontvangen en geïnterpreteerd.

- Interpersoonlijke communicatie: in elkaars nabijheid, elkaar kunnen zien of
horen (als het via een tussenweg/medium verloopt: gemedieerde …)
- Massacommunicatie: loopt altijd via een medium, openbaar, voor iedereen
toegankelijk/waarneembaar (afstand in ruimte en/of tijd)
- Intrapersoonlijke communicatie: binnen de persoon, bijv. praten tegen jezelf

De student kent het verschil tussen inhouds- en betrekkingsniveau.

- Inhoudsaspect: de letterlijke inhoud van de woorden, brief of het gebaar dat
grootte of richting aanduidt
- Betrekkingsaspect: omvat alles wat aangeeft hoe die inhoud moet worden
opgevat, hoe de een de relatie met de ander ziet en verwacht/wil dat de ander
reageert

De student kan aangeven waarom mensen communiceren (biologische motieven,
transactie, behoefte aan aandacht, zelfbeeld, interpersoonlijke motieven, indeling
Schutz).

Waarom communiceren mensen? Ze kunnen niet(s) zonder:
- Biologische motieven: alle niet-sociale motieven, bevredigen van lichamelijke
behoeften zoals voedsel, veiligheid en seks (primair, alle sociale motieven
worden secundair genoemd)
- Behoefte aan aandacht: wie genegeerd wordt is nergens
- Zelfbeeld: door aandacht wordt bepaald of het zich veilig, aanvaard en
gewaardeerd voelt (basis om zichzelf als persoon te ervaren en te waarderen)
- Interpersoonlijke motieven: behoefte aan afhankelijkheid, aandacht, agressie,
zelfbeeldbevestiging, aansluitingen, dominantie/macht, veiligheid, waardering,
genegenheid en liefde
- Indeling van Schutz: stelt dat het mensen altijd gaat om erkenning, invloed en
genegenheid (sociale basisbehoeften), deze kunnen aangegeven worden met:
- Binnen/buiten: mate waarin men elkaar als persoon erkent
- Boven/onder: invloedsverdeling tussen de betrokkenen
- Dichtbij/veraf: genegenheid die al dan niet over en weer wordt getoond

,De student kent de verschillende modellen van communicatie.

- Zender – boodschapper – ontvanger (met feedback, coderen en decoderen)
- Verschillende soorten ruis (bij een kanaal dat de boodschap draagt)
- Fysieke ruis: signalen van buitenaf (spreken, luisteren, kijken of voelen)
- Psychologische ruis: vooroordelen en stereotypen
- Semantische ruis: betekenis van het woord niet weten
- Als een boodschap niet overkomt, komt er toch ‘iets’ over. 7 selectieprocessen
1. Selectief uitzenden: zender vertelt/publiceert datgene wat hij denkt dat
bij de ontvanger goed zal vallen
2. Selectieve kennisname: kiezen welke informatie/communicatie je wilt
ontvangen, doorgaans kiest men datgene wat in hun referentiekader past
3. Selectieve aandacht: (proberen) ergens je aandacht op te richten (wat
voor jou van belang is en voorop staat) en storingen buiten te sluiten
(denk ook aan aandacht van slaap/honger)
4. Selectieve waarneming: waarnemen is betekenis toekennen aan
ervaringen (wij geven betekenis, hangt af van de situatie)
5. Selectief onthouden: meestal onthouden we alleen wat onze overtuigingen
steunt en vergeten we de rest
6. Selectief aanvaarden: hanteren van een aantal strategieën om dergelijke
tegenstrijdigheden op te lossen of te verzachten
7. Selectief met anderen over dingen praten: terug bij nummer 1

Hoofdstuk 2
De taal van het lichaam

De student kan aangeven wat lichaamstaal is.

Lichaamstaal: Zonder woorden vertellen wat we van anderen en onszelf vinden
(kleding, gebaren, gezichtsuitdrukking, lichaamshouding en de klank van onze stem)

Analoge communicatie: beeldend (uitbeelden/tekenen/etc.) rechter hersenhelft
Digitale communicatie: symbolisch (letters/cijfers) linker hersenhelft

De student kent de belangrijkste functie van lichaamstaal.

Metacommunicatie: communicatie over de communicatie, waarmee bedoelingen en
gevoelens worden aangegeven (deze woordeloze informatie kan de inhoudelijke
boodschap ondersteunen of tegenspreken)

Non-verbale communicatie wordt voorgetrokken aan verbale communicatie:
- Men kan beter in woorden liegen dan in lichaamstaal
- Lichaamstaal bestaat langer dan woordentaal
- Lichaamstaal is soms duidelijker dan woordentaal

, De student kent de functies van non-verbale communicatie.

Volgende 5 functies van non-verbale communicatie:
1. Aanvulling: gebaar, lichaamshouding of gezichtsuitdrukking kan de letterlijke
tekst van de zender illustreren (meeste van deze gebaren hebben geen betekenis
zonder een boodschap in woorden)
2. Benadrukking: gezichtsuitdrukkingen, bewegingen met het hoofd en gebaren
versterken datgene wat met woorden wordt gezegd (ook de stem heeft een rol)
3. Vervanging: als praten moeilijk/onmogelijk is of als de zender ’t niet nodig vindt
4. Gespreksregeling: blikrichting/lichaamshouding/stem (voorover
buigen/opkijken wanneer we iets willen zeggen, stem laten dalen aan het eind
van een zin/gesprek wanneer de ander mag praten/willen stoppen met praten)
5. Feedback: reactie om te kijken of de ander je begrijpt, het met je eens is, verrast
is, etc. en als belangrijkste: of er nog geluisterd wordt

De student kent de verschillende soorten lichaamstalen.

- Leeftijd en oorsprong van de lichaamstaal (voor zichzelf spreken/ondersteuning)
- Mate waarin een taal wordt gedeeld (door hoeveel mensen)
- Verzonnen (vervangen de taal geheel/gedeeltelijk)
- Het soort informatie (wat er mee wordt overgedragen)
- Welk deel van het lichaam welk soort informatie ‘vertelt’
- De mate waarin ze een patroon kunnen vormen (met een ander)

Waar komt lichaamstaal vandaan? Twee veronderstellingen:
- Biologische: alle lichaamstaal vertolkt menselijke emoties
- Sociale: emoties hebben vooral te maken met andere mensen en omgeving
- Antwoord: waarschijnlijk in het midden, de sociale omgeving bepaalt echter
welke van zijn vele emoties hij toont, in welke mate, op welke manier en aan
welke mensen

In het lichaamsgedrag tussen mensen worden maar 3 klassen van gevoelens uitgedrukt:
1. Responsiveness: het reageren op de aanwezigheid van de ander
2. Dominance: houdingen op het gebied van overheersing tot aan afhankelijkheid
3. Immediacy: nabijheid of genegenheid, uitgedrukt in lichamelijke toenadering,
tegenover gevoelens van afkeer, uitgedrukt in vergroting van de afstand
Hierbij worden intermenselijke gevoelens nagenoeg in dezelfde categorieën
onderscheidt: (h)erkenning, invloed en genegenheid

Hoofdstuk 3
De dragers van non-verbale informatie

De student kant de invloed van het uiterlijk in relatie met communicatie aangeven.

De relatie tussen uiterlijk en communicatie heeft 2 onderscheiden:
- Lichaamsbouw en gezicht: 1. aan lichaamstypen koppelen we
karaktereigenschappen 2. Veel voorkomende stemmingen en opvattingen
drukken een stempel op het gezicht 3. Ziektes laten ook hun sporen achter

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 31, 2014
Number of pages
12
Written in
2013/2014
Type
SUMMARY
€3,49
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
JCSchalk Hogeschool Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
39
Member since
12 year
Number of followers
27
Documents
10
Last sold
6 year ago

0,0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions