,Samenvatting literatuur
,H1 Kennisbasis
Luistervaardigheid
Omschrijving: De startbekwame leerkracht creëert een authentieke
luistertaken, zodat de leerling zijn luistervaardigheid ontwikkelt.
Toelichting: De startbekwame leerkracht stimuleert het ontwikkelen van
de luistervaardigheid van zijn leerling. Het gaat bij luistervaardigheid om
het:
Begrijpen
Interpreteren
Evalueren
Samenvatten van wat je hoort.
Bovenstaande zijn de luistertaken die leerlingen moeten kunnen
uitvoeren.
De luisteraar moet bekwaamheden bezitten als een beschrijving kunnen
volgen, gevoelens en meningen begrijpen en waarderen, inhoud kunnen
interpreteren en beoordelen of een uitleg volgen. Daarbij komt kijken dat
de luisteraar de strategie van de spreker doorziet, passende feedback
geeft en soms ook vragen stelt om erachter te komen wat de spreker wil
zeggen (actief luisteren). De luisteraar neemt an met het stellen van een
vraag de rol van spreker aan, echter vanuit een bepaald luisterdoel.
Luisteren is meer dan ‘horen’: het vergt meer verwerking van het
gehoorde.
Het fundamentele niveau 1F stelt dat de leerling kan luisteren naar
eenvoudige teksten over alledaagse, concrete onderwerpen die aansluiten
bij de leefwereld. Het streefniveau 1S houdt in dat de leerling kan
luisteren naar gesprekken over alledaagse onderwerpen, onderwerpen die
aansluiten bij de leefwereld van de leerling of die verder van de leerling
afstaan.
Om eindniveaus 1F en 1S/2F te kunnen bereiken moet de startbekwame
leerkracht inzicht hebben in de doorgaande lijnen. De startbekwame
leerkracht dient leerlingen te ondersteunen in de actieve
luistervaardigheid.
Spreekvaardigheid
Omschrijving: De startbekwame leerkracht creeert authentieke
spreektaken, zodat de leerling zijn spreekvaardigheid ontwikkelt.
, Toelichting: De startbekwame leerkracht stimuleert het ontwikkelen van
de spreekvaardigheid van zijn leerling. De spreker brengt zijn gedachten
onder woorden, structureert zijn verhaal en sluit aan bij zijn doel en het
publiek. Een spreker zendt tijdens het spreken non-verbale signalen uit.
Met zijn mimiek, gebaren en lichaamshouding kan hij het verhaal
ondersteunen en de aandacht van het publiek vasthouden.
Taal leer je door taal te gebruiken. Het voeren van gesprekken is dan ook
een perfect middel om de taalvaardigheid te stimuleren. Kinderen zijn al
vroeg in staat om gesprekken te voeren over alledaagse situaties. Op
school leren kinderen gesprejkken te voeren in formele
taalgebruikssituaties over complexe onderwerpen.
Naast het voeren van gesprekken leren kinderen een monoloog te
houden. Anders dan in een gesprek vervult de leerling maar een rol: die
van spreker. Al op jonge leeftijd leren leerlingen verhalen vertellen, deze
vaardigheid kan dienen als basis voor het houden van mondelinge
presentaties.
Het referentiekader stelt dat een leerling aan het eind van de basisschool
het fundamentele niveau 1F heeft bereikt. Dit houdt in dat hij eenvoudige
gesprekken kan voeren over vertrouwde onderwerpen in het dagelijks
leven en op en buiten school. Het streefniveau 1S houdt in dat de leerling
uiting kan geven aan persoonlijke meningen, informatie kan uitwisselen
en gevoelens onder woorden kan brengen in gesprekken over alledaagse
en niet-alledaagse onderwerpen uit de leefwereld en opleiding. Ook voor
het houden van een monoloog geeft het referentiekader een algemene
beschrijving van het fundamentele niveau 1F: de spreker kan in
eenvoudige bewoordingen een beschrijving geven, informatie geven,
verslag uitbrengen, uitleg en instructie geven in alledaagse situaties in en
buiten school. Het streefniveau 1S wordt als volgt omschreven: de spreker
kan redelijk vloeiend en helder ervaringen, gebeurtenissen, meningen,
verwachtingen en gevoelens onder woorden brengen over onderwerpen
uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
Het referentiekader geeft inzicht in de manier leerlingen een spreektaak
uitvoeren. Het gaat om de volgende kenmerken: - beurten nemen en
bijdragen aan samenhang - afstemming op doel - afstemming op de
gesprekspartner(s) - woordgebruik en woordenschat - vloeiendheid,
verstaanbaarheid en grammaticale beheersing Het niveau van de
spreekvaardigheid van leerlingen kan op basis van deze kenmerken
worden vastgesteld. Een leerling met een hoge spreekvaardigheid is in
staat verschillende spreektaken over diverse onderwerpen te voeren en
heeft aandacht voor de gespreksregels en de gesprekspartners. Een