Samenvatting MBB 4 25/26
Computer Tomografie (CT)
• Transmissie => De straling dat door het lichaam heen gaat
- afhankelijk van: verzwakking coëfficiënt stof (water, vet, lucht), dikte van stof,
buisspanning (kV)
- CT meet transmissie → berekent absorptie per voxel in μ → wordt omgezet naar
Hounsfield Units
- HU loopt van -1000 tot 3095 → selectie maken mbv WW/WL
o Lucht= -1000
o Water= 0
o Hoe lager de HU, hoe donkerder
Window Width/ Window Level
- WW= venster waarbinnen er wordt gekeken
- WL= het midden van dat venster
-
- Hoe smaller de WW, hoe meer zichtbare ruis (dus niet meer ruis!).
- Hersenen: 80/40
- Abdomen: 400/40
- Longen: 1200/400
- Bot: 2000/250
• AEC => automatische handbelichting, de belichting stopt zodra er voldoende straling
door de patiënt is gegaan om een diagnostisch bruikbaar beeld te maken
o kV bepalen → röntgenstraling door de patiënt → meetcellen meten de
hoeveelheid straling die de detector ontvangt → zodra de vooraf ingestelde
hoeveelheid straling is gemeten, stopt het systeem automatisch de belichting
→mAs is bepaald door de AEC.
1
, o voordeel: constant ruisniveau, voorkomen van over- of onderbelichting,
reductie dosis
o anatomie precies boven de meetcel→ verkeerde centrering kan leiden tot
over- of onderbelichting
• Contrastresolutie=> vermogen om kleine dichtheidsverschillen te onderscheiden.
o Hogere mAs en dikkere coupedikte→ betere SNR → betere contrastresolutie
• Spatiëleresolutie=> vermogen om kleine structuren met elkaar te kunnen
onderscheiden.
o Verbeteren door:
▪ Dunnere coupes → minder last van partial volume effect => wanneer
er meerdere weefseltypen binnen 1 voxel vallen en de HU een
gemiddelde waarde wordt, wat leidt tot vermindering van detail.
▪ Kleine detectoren
▪ Pitch kleiner dan 1
▪ Scherp kernel→ meer ruis → meer zichtbare details
▪ Kleine DFOV→ hoe kleiner de voxels → hoe meer details
▪ Grote matrix=> aantal pixels per rij en kolom → hoe kleiner de voxels
o Kwaliteitscontrole m.b.v. de Catphan fantoom
• SNR wordt beïnvloed door:
o Stralingsdosis: hogere dosis → minder ruis→ hoge SNR
o Coupedikte: hoe dikker → hoe meer fotonen er voxel → hoge SNR
o Kernel
o Matrixgrootte: kleinere matrix→ grotere voxels → meer signaal per voxel →
hoge SNR
o Collimatie: hoe breder → hoe minder verstrooiing → hoger SNR en betere
contrast resolutie
• 4x hogere mAs → 2x hogere SNR
2
, CT- hersenen
Scan voordelen nadelen indicatie
Spiraal Snel, reconstructie hogere dosis Trauma, CVA
mogelijkheden
(3D)
Axiaal Lagere dosis, Minder Jonge patiënten,
goede reconstructie niet acuut
beeldkwaliteit, mogelijkheden
minder invloed
van beweging.
CT-Thorax
o Mediastinum setting → 350/50,
o Long setting → 1400/-400, om longparenchym te beoordelen, dus breed
window
o Protocollen:
▪ Standaard: spiraal, iv contrast, dunne coupe
▪ HRCT→ onderzoeken waarbij de spatiële resolutie van groot belang is.
Hogere dosis
▪ Low dose→ voor follow -ups, screening
▪ CTA
CT lever 4 fasen
• Indicaties:
• Dynamisch onderzoek, dus je kijkt op meerdere momenten (veneus, arterieel,
portaal, blanco)
•
• Risicofactoren contrastmiddel:
o eGFR: estimated Glomero Filtration Rate a.d.h. van Kreatinine waarde in
bloed
o Risico factoren:
3
Computer Tomografie (CT)
• Transmissie => De straling dat door het lichaam heen gaat
- afhankelijk van: verzwakking coëfficiënt stof (water, vet, lucht), dikte van stof,
buisspanning (kV)
- CT meet transmissie → berekent absorptie per voxel in μ → wordt omgezet naar
Hounsfield Units
- HU loopt van -1000 tot 3095 → selectie maken mbv WW/WL
o Lucht= -1000
o Water= 0
o Hoe lager de HU, hoe donkerder
Window Width/ Window Level
- WW= venster waarbinnen er wordt gekeken
- WL= het midden van dat venster
-
- Hoe smaller de WW, hoe meer zichtbare ruis (dus niet meer ruis!).
- Hersenen: 80/40
- Abdomen: 400/40
- Longen: 1200/400
- Bot: 2000/250
• AEC => automatische handbelichting, de belichting stopt zodra er voldoende straling
door de patiënt is gegaan om een diagnostisch bruikbaar beeld te maken
o kV bepalen → röntgenstraling door de patiënt → meetcellen meten de
hoeveelheid straling die de detector ontvangt → zodra de vooraf ingestelde
hoeveelheid straling is gemeten, stopt het systeem automatisch de belichting
→mAs is bepaald door de AEC.
1
, o voordeel: constant ruisniveau, voorkomen van over- of onderbelichting,
reductie dosis
o anatomie precies boven de meetcel→ verkeerde centrering kan leiden tot
over- of onderbelichting
• Contrastresolutie=> vermogen om kleine dichtheidsverschillen te onderscheiden.
o Hogere mAs en dikkere coupedikte→ betere SNR → betere contrastresolutie
• Spatiëleresolutie=> vermogen om kleine structuren met elkaar te kunnen
onderscheiden.
o Verbeteren door:
▪ Dunnere coupes → minder last van partial volume effect => wanneer
er meerdere weefseltypen binnen 1 voxel vallen en de HU een
gemiddelde waarde wordt, wat leidt tot vermindering van detail.
▪ Kleine detectoren
▪ Pitch kleiner dan 1
▪ Scherp kernel→ meer ruis → meer zichtbare details
▪ Kleine DFOV→ hoe kleiner de voxels → hoe meer details
▪ Grote matrix=> aantal pixels per rij en kolom → hoe kleiner de voxels
o Kwaliteitscontrole m.b.v. de Catphan fantoom
• SNR wordt beïnvloed door:
o Stralingsdosis: hogere dosis → minder ruis→ hoge SNR
o Coupedikte: hoe dikker → hoe meer fotonen er voxel → hoge SNR
o Kernel
o Matrixgrootte: kleinere matrix→ grotere voxels → meer signaal per voxel →
hoge SNR
o Collimatie: hoe breder → hoe minder verstrooiing → hoger SNR en betere
contrast resolutie
• 4x hogere mAs → 2x hogere SNR
2
, CT- hersenen
Scan voordelen nadelen indicatie
Spiraal Snel, reconstructie hogere dosis Trauma, CVA
mogelijkheden
(3D)
Axiaal Lagere dosis, Minder Jonge patiënten,
goede reconstructie niet acuut
beeldkwaliteit, mogelijkheden
minder invloed
van beweging.
CT-Thorax
o Mediastinum setting → 350/50,
o Long setting → 1400/-400, om longparenchym te beoordelen, dus breed
window
o Protocollen:
▪ Standaard: spiraal, iv contrast, dunne coupe
▪ HRCT→ onderzoeken waarbij de spatiële resolutie van groot belang is.
Hogere dosis
▪ Low dose→ voor follow -ups, screening
▪ CTA
CT lever 4 fasen
• Indicaties:
• Dynamisch onderzoek, dus je kijkt op meerdere momenten (veneus, arterieel,
portaal, blanco)
•
• Risicofactoren contrastmiddel:
o eGFR: estimated Glomero Filtration Rate a.d.h. van Kreatinine waarde in
bloed
o Risico factoren:
3