4-5 jr: kunnen nadenken over kenmerken van anderen, maar niet begrijpen dat die
kenmerken stabiel zijn en kunnen veranderen over tijd
5-6 jr: gedragsconsistente factoren herkennen en gedrag van anderen voorspellen en
begrijpen
6-8 jr: meningen vormen over mensen door gedrag te vergelijken met hun eigen gedrag
7-8 jr: concrete observeerbare kenmerken noemen (psychisch makkelijk: aardig)
9-10 jr: goed kunnen beoordelen of gedrag goed of fout is
7-16 jr: meer psychologische kenmerken gebruiken ipv concreet
Reguleren van emoties (jongens minder goed dan meisjes)
0-6 mnd: wegkijken, duimzuigen
7-12 mnd: verplaatsen (kruipen), wiegen, kauwen
1-3 jr: emotionele steun zoeken, verplaatsen
3-6 jr: sterkere rol cognities (marshmellow experiment)
11-12 jr: meer begrip van regulatie emoties
13-18 jr: omgang negatieve emoties
Begrip van mentale toestanden
1,5-3 jr: desire theory
18 mnd: voorkeuren van anderen kunnen begrijpen (ook emotional eavesdropping)
3-4 jr: belief-desire theory
4 jr: false beliefs
4-5 jr: begrip dat oorzaak van emotie een gebeurtenis uit verleden kan zijn
6 jr: emotietaak + false belief
8 jr: eenzelfde situatie kan voor verschillende personen andere emoties geven
6-10 jr: mensen kunnen meerdere emoties hebben bij een bepaalde gebeurtenis (6 jr: 10%,
10 jr: 70%) 11/12 jr: bijna iedereen begrip
Ontwikkeling emoties
0 wk: onderscheid emoties