Herkansing staats- en bestuursrecht
Week 1
Webcast – democratie en rechtsstaat
Vier elementen staat:
- Organisatie
- Gezag
- Gemeenschap
- Grondgebied
Organisatie bestaat uit overheidsambten, kenmerken:
- Samenstelling
o Art. 42 lid 1 Gw: regering gevormd door koning
- Verhouding tussen verschillende ambten
o Art. 42 lid 1 Gw: koning is onschendbaar, ministers zijn
verantwoordelijk
- Bevoegdheden
o Art. 81 Gw: de vaststelling van wetten geschiedt door de
regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.
Centraal gezag:
- Regering
- Staten-Generaal (Eerste + Tweede kamer)
- Rechter
Provincie (art. 125 Gw):
- Provinciale staten
- Gedeputeerde staten
- Commissaris van de Koning
Gemeente (125 Gw):
- Gemeenteraad
- College van burgemeester en wethouders (B&W)
- Burgemeester
Staatsrecht = rechtsregels, geschreven en ongeschreven, die de
samenstelling en functionering van organen van de staat, hun
bevoegdheden, en onderlinge verhoudingen regelen, en het omvat
bepaalde fundamentele normen over de verhouding van burgers tot de
overheid.
,Bronnen staatsrecht:
- Grondwet
- Gewoonteregels
o Vertrouwensregels
o Kabinetsformatie
Geschreven recht:
- Internationale verdragen, EVRM
- Verdragen van de Europese Unie
- Regelement van Orde
- Organieke wetten, bijvoorbeeld 75 Gw
Democratie = heerschappij van het volk.
Drie aspecten:
- Actief en passief kiesrecht
o Actief: je mag kiezen
o Passief: je mag gekozen worden
- Openheid van machtswisseling
- Centrale rol voor de volksvertegenwoordiging
Rechtsstaat
- Nadruk op inperken en beperken overheidsmacht
- Vier aspecten:
o Staatsvrije sfeer: grondrechten
o Legaliteitsbeginsel
o Regels over bevoegdheden van het ene orgaan zijn
vastgesteld door een ander orgaan
o Onafhankelijk en onpartijdige rechter
Democratische rechtsstaat = een staat waarin gelijkheid van burgers een
belangrijk fundamenteel beginsel is.
- Staat waarin elke burger gelijk is en gelijke invloed heeft op het
staatsbestuur en waarin burgers zijn beschermd tegen
machtsmisbruik door de overheid zelf.
Hoorcollege 1
Onder grondbeginselen democratische rechtsstaat worden in ieder geval
verstaan:
- Periodieke, vrije en geheime verkiezingen
- Democratische besluitvorming
- Grondrechten
- Scheiding van machten
- Onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak
,Legaliteitsbeginsel = geen bevoegdheid zonder wettelijke grondslag.
- Uit grondwet of wet in formele zin.
- Overheid moet kunnen worden beperkt wanneer nodig.
- Bij dwingend en presterend (overheid doet iets voor burgers)
optreden.
- Art. 16 en 89 Gw.
Arrest avondklok
- Schending legaliteitsbeginsel?
o Voorzieningenrechter: ja, Hof: nee
o HR: buitengewone omstandigheden? R.o. 3.1.3 en 3.2.2.
Buitengewone omstandigheden is ruim begrip.
- Conclusie: geen schending legaliteitsbeginsel.
Arrest schending OER
- Schending legaliteitsbeginsel
- Examinator buiten grenzen WHW, dus wet getreden bij beoordeling.
- Conclusie: schending legaliteitsbeginsel.
Regering: 42 – 49 Gw
Kabinet: alle ministers + staatssecretarissen.
Ministerraad: RvOMR is een regelement van orde
Staten-Generaal = parlement
Stelsel van landelijke evenredige vertegenwoordiging = aantal stemmen
dat partij krijgt correspondeert met aantal zetels. Afhankelijk van totaal
aantal stemmen.
Geschiedenis
16e eeuw – 21e eeuw
- In 16e eeuw sprake van absolutisme, alle macht bij een ambt (de
vorsten).
- Macht steeds meer weg bij koning
- Naar machtenscheiding, trias politica. En steeds meer controle op
elkaar uitoefenen (checks and balances)
Geen bevoegdheid zonder dat daar verantwoording over moet worden
afgelegd (checks and balances).
Vanaf grondwetsherziening van 1848, parlementair stelsel zoals wij dat
kennen (1866 – 1868).
Parlementair stelsel = parlement staat centraal
Parlement = wetgevende macht
- Vaststellen wetten
- Controleren regering
, Regering (koning + ministers) = uitvoerende macht
- Vaststellen wetten
- Vaststellen lagere regelgeving
- Besturen (uitvoer wetten en zelfstandige taken)
Parlementair stelsel
- Art. 57 Gw.
- Controle via parlementair stelsel
Arrest Arubaanse verkiezingsafspraak
- Zijn verkozen zetels van individu of partij?
- HR: overeenkomst niet geldig
o In strijd met beginsel van het vrije mandaat
o In staatsregeling staat aftreden niet als reden dat zetel terug
naar partij moet.
Waarmee kan parlement controle uitoefenen:
- Politieke ministeriële verantwoordelijkheid
o Ministers leggen verantwoording af aan parlement over
gevoerde beleid.
o 68 Gw
- Vertrouwensregel
o Ongeschreven
o Wanneer minister niet meer vertrouwen geniet van de kamer
deze ontslag moet aanbieden (motie van wantrouwen).
- Ontbindingsrecht voor de regering
o 64 Gw
o 1848 toen steeds meer machtsverschuiving plaatsvond, met
zicht op te veel macht parlement.
o Als extra macht voor regering, maar tegenwoordig niet meer
ingezet als hele sterke troef voor regering. Altijd in overleg niet
meer als dwangmiddel.
o Ingezet bij, grondwetswijziging en wanneer vervroegde
verkiezingen noodzakelijk zijn.
Antwoord: B
Mensen stemmen op persoon niet partij. Andere afspraken mogen niet,
arrest Arubaanse verkiezingsafspraak.
Week 1
Webcast – democratie en rechtsstaat
Vier elementen staat:
- Organisatie
- Gezag
- Gemeenschap
- Grondgebied
Organisatie bestaat uit overheidsambten, kenmerken:
- Samenstelling
o Art. 42 lid 1 Gw: regering gevormd door koning
- Verhouding tussen verschillende ambten
o Art. 42 lid 1 Gw: koning is onschendbaar, ministers zijn
verantwoordelijk
- Bevoegdheden
o Art. 81 Gw: de vaststelling van wetten geschiedt door de
regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.
Centraal gezag:
- Regering
- Staten-Generaal (Eerste + Tweede kamer)
- Rechter
Provincie (art. 125 Gw):
- Provinciale staten
- Gedeputeerde staten
- Commissaris van de Koning
Gemeente (125 Gw):
- Gemeenteraad
- College van burgemeester en wethouders (B&W)
- Burgemeester
Staatsrecht = rechtsregels, geschreven en ongeschreven, die de
samenstelling en functionering van organen van de staat, hun
bevoegdheden, en onderlinge verhoudingen regelen, en het omvat
bepaalde fundamentele normen over de verhouding van burgers tot de
overheid.
,Bronnen staatsrecht:
- Grondwet
- Gewoonteregels
o Vertrouwensregels
o Kabinetsformatie
Geschreven recht:
- Internationale verdragen, EVRM
- Verdragen van de Europese Unie
- Regelement van Orde
- Organieke wetten, bijvoorbeeld 75 Gw
Democratie = heerschappij van het volk.
Drie aspecten:
- Actief en passief kiesrecht
o Actief: je mag kiezen
o Passief: je mag gekozen worden
- Openheid van machtswisseling
- Centrale rol voor de volksvertegenwoordiging
Rechtsstaat
- Nadruk op inperken en beperken overheidsmacht
- Vier aspecten:
o Staatsvrije sfeer: grondrechten
o Legaliteitsbeginsel
o Regels over bevoegdheden van het ene orgaan zijn
vastgesteld door een ander orgaan
o Onafhankelijk en onpartijdige rechter
Democratische rechtsstaat = een staat waarin gelijkheid van burgers een
belangrijk fundamenteel beginsel is.
- Staat waarin elke burger gelijk is en gelijke invloed heeft op het
staatsbestuur en waarin burgers zijn beschermd tegen
machtsmisbruik door de overheid zelf.
Hoorcollege 1
Onder grondbeginselen democratische rechtsstaat worden in ieder geval
verstaan:
- Periodieke, vrije en geheime verkiezingen
- Democratische besluitvorming
- Grondrechten
- Scheiding van machten
- Onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak
,Legaliteitsbeginsel = geen bevoegdheid zonder wettelijke grondslag.
- Uit grondwet of wet in formele zin.
- Overheid moet kunnen worden beperkt wanneer nodig.
- Bij dwingend en presterend (overheid doet iets voor burgers)
optreden.
- Art. 16 en 89 Gw.
Arrest avondklok
- Schending legaliteitsbeginsel?
o Voorzieningenrechter: ja, Hof: nee
o HR: buitengewone omstandigheden? R.o. 3.1.3 en 3.2.2.
Buitengewone omstandigheden is ruim begrip.
- Conclusie: geen schending legaliteitsbeginsel.
Arrest schending OER
- Schending legaliteitsbeginsel
- Examinator buiten grenzen WHW, dus wet getreden bij beoordeling.
- Conclusie: schending legaliteitsbeginsel.
Regering: 42 – 49 Gw
Kabinet: alle ministers + staatssecretarissen.
Ministerraad: RvOMR is een regelement van orde
Staten-Generaal = parlement
Stelsel van landelijke evenredige vertegenwoordiging = aantal stemmen
dat partij krijgt correspondeert met aantal zetels. Afhankelijk van totaal
aantal stemmen.
Geschiedenis
16e eeuw – 21e eeuw
- In 16e eeuw sprake van absolutisme, alle macht bij een ambt (de
vorsten).
- Macht steeds meer weg bij koning
- Naar machtenscheiding, trias politica. En steeds meer controle op
elkaar uitoefenen (checks and balances)
Geen bevoegdheid zonder dat daar verantwoording over moet worden
afgelegd (checks and balances).
Vanaf grondwetsherziening van 1848, parlementair stelsel zoals wij dat
kennen (1866 – 1868).
Parlementair stelsel = parlement staat centraal
Parlement = wetgevende macht
- Vaststellen wetten
- Controleren regering
, Regering (koning + ministers) = uitvoerende macht
- Vaststellen wetten
- Vaststellen lagere regelgeving
- Besturen (uitvoer wetten en zelfstandige taken)
Parlementair stelsel
- Art. 57 Gw.
- Controle via parlementair stelsel
Arrest Arubaanse verkiezingsafspraak
- Zijn verkozen zetels van individu of partij?
- HR: overeenkomst niet geldig
o In strijd met beginsel van het vrije mandaat
o In staatsregeling staat aftreden niet als reden dat zetel terug
naar partij moet.
Waarmee kan parlement controle uitoefenen:
- Politieke ministeriële verantwoordelijkheid
o Ministers leggen verantwoording af aan parlement over
gevoerde beleid.
o 68 Gw
- Vertrouwensregel
o Ongeschreven
o Wanneer minister niet meer vertrouwen geniet van de kamer
deze ontslag moet aanbieden (motie van wantrouwen).
- Ontbindingsrecht voor de regering
o 64 Gw
o 1848 toen steeds meer machtsverschuiving plaatsvond, met
zicht op te veel macht parlement.
o Als extra macht voor regering, maar tegenwoordig niet meer
ingezet als hele sterke troef voor regering. Altijd in overleg niet
meer als dwangmiddel.
o Ingezet bij, grondwetswijziging en wanneer vervroegde
verkiezingen noodzakelijk zijn.
Antwoord: B
Mensen stemmen op persoon niet partij. Andere afspraken mogen niet,
arrest Arubaanse verkiezingsafspraak.