Samenvatting voor LBDP-2.5TA2-24|2025-4|Taal 2
Deze samenvatting is gemaakt door Sanne van den Brink op basis van de zesde
herziene druk.
Bacchini, S., Dekkers, R., Markesteijn, C., Pullens, T., & Pulles, M. (2024). Portaal:
Praktische taaldidactiek voor het basisonderwijs (H. Paus & F. Hiddink, Red.; 6e
herziene druk). Uitgeverij Coutinho.
Sanne van den Brink, juni 2026
,Inhoud
Deel 1: Achtergronden........................................................................................... 3
Hoofdstuk 1 – Taal............................................................................................... 3
§1.3 – Betekenis van taal................................................................................. 3
§1.4 – Systeem................................................................................................. 4
Hoofdstuk 3 – Taalonderwijs................................................................................ 6
§3.3 – Inhouden en doelen............................................................................... 6
Deel 2: Taaldidactiek.............................................................................................. 8
Hoofdstuk 6 – Geletterdheidsontwikkeling bij het jonge kind..............................8
§6.1 – Achtergronden....................................................................................... 8
§6.2 – Van wettelijke eisen naar een eigen visie..............................................8
Hoofdstuk 7 – Gevorderde geletterdheid: Lezen...............................................11
§7.1 – Achtergronden..................................................................................... 11
§7.2 – Van wettelijke eisen naar een eigen visie............................................13
§7.3 – Didactische uitgangspunten.................................................................14
§7.4 – Praktijk................................................................................................. 14
§7.5 – Omgaan met verschillen......................................................................15
§7.6 – Evalueren van gevorderd lezen............................................................16
Hoofdstuk 9 – Gevorderde geletterdheid: spelling............................................17
§9.1 – Achtergronden..................................................................................... 17
Hoofdstuk 10 - Woordenschat...........................................................................18
§10.1.2 – Het mentale lexicon........................................................................18
Sanne van den Brink, juni 2026
, Deel 1: Achtergronden
Hoofdstuk 1 – Taal
§1.3 – Betekenis van taal
Taal gaat ergens over, heeft een betekenis en verwijst naar een werkelijkheid die
buiten de taal ligt. Dit is het semantische aspect van taal. De Semantiek is de
leer van de betekenis.
Een woord is een concept met verschillende labels. Het beeld is het concept dat
iemand in gedachten heeft. De woordvorm, het label, die daarbij hoort, is
afhankelijk van de taal.
Woorden verwijzen dus op de een of andere manier naar iets uit de werkelijkheid.
Dat gebeurt op verschillende manieren, die de semantiek beïnvloeden.
Bijvoorbeeld:
o Concrete woorden zijn woorden waarbij je je zintuigen kunt gebruiken om
het concept te zien, te horen, te ruiken, te proeven of te voelen.
Abstracte woorden zijn woorden waarbij je geen directe zintuiglijke
ervaringen. Je kunt ze niet vastpakken.
o Woorden met een Letterlijke betekenis zijn woorden waarmee je precies
zegt wat je bedoelt. Figuurlijk houdt in dat je de woorden juist niet
letterlijk moet nemen, maar ze moet beschouwen als een vorm van
beeldspraak.
o De formele betekenis van het woord wordt de Denotatie genoemd. Dat is
de algemeen geaccepteerde betekenis van het woord. Naast deze formele
woordenboekbetekenis hebben woorden ook Connotaties. Dat zijn de
persoonlijke gevoelswaarden of bijbetekenissen die iemand heeft bij een
woord.
Sommige woorden hebben een afhankelijke betekenis: datgene waarnaar ze
verwijzen is afhankelijk van iets wat bekend moet zijn. Dat kan door het af te
leiden uit de context, of doordat het Antecedent – datgene waarnaar verwezen
wordt – al eerder in de situatie is genoemd. Er bestaan ook woorden met een
onafhankelijke betekenis – lexicale woorden. De betekenis van deze woorden is
niet afhankelijk van de context waarin het woord gebruikt wordt.
Sommige woorden hebben meet dan één betekenis. Bij Polysemie heeft een
woord in verschillende contexten een iets andere betekenis, maar het verwijst
wel naar één algemene betekenis. Homoniemen zijn woorden die dezelfde klank
en dezelfde schriftelijke weergave hebben, maar een geheel andere betekenis.
We kennen ook Homofonen, woorden die hetzelfde klinken, maar die je niet
hetzelfde schrijft.
Woorden worden ook wel onderverdeeld in Inhoudswoorden (zoals zelfstandige
naamwoorden en werkwoorden) en Functiewoorden (zoals voorzetsels en
voegwoorden).
In de taaldidactiek wordt nog gebruikgemaakt van drie andere categorieën
woorden. Onder Vaktaalwoorden verstaan we de vakterminologie die wordt
gebruikt in vaklessen. Meestal zijn dit laagfrequente inhoudswoorden die
verwijzen naar specifieke begrippen. Schooltaalwoorden zijn woorden die
Sanne van den Brink, juni 2026