A 'Nieuwe supermarkt opent deuren in het centrum van Assen.'
B 'Steeds meer jongeren hebben diepe schulden door achteraf betalen.'
C 'Zondag blijft het overal droog met interdunne bewolking.'
D 'Lokale tennisvereniging viert haar vijftigjarig bestaan.'
1p 2 Wat betekent het begrip cultuur?
A De manier waarop de politiek beslissingen neemt voor de burgers.
B De aangeboren eigenschappen die bepalen hoe jij je gedraagt.
C Alle normen, waarden en gewoonten die een groep met elkaar deelt.
1p 3 Een politicus zegt: "De overheid moet de economie sturen en zorgen dat de
kloof tussen arm en rijk zo klein mogelijk wordt." Over welke politieke stroming
gaat deze uitspraak?
A christendemocratische stroming
B liberale stroming
C rechts-extremistische stroming
D sociaaldemocratische stroming
1p 4 Welk begrip hoort bij de formele regels in een samenleving?
A Geen geluidsoverlast veroorzaken na tien uur 's avonds uit beleefdheid.
B Wetten die zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht.
C Je hand opsteken als je iets wilt vragen in de klas.
1p 5 De regering bestaat uit:
A de Eerste Kamer en de Tweede Kamer
B de koning en de ministers
C de ministers en de staatssecretarissen
D de rechters en de o cieren van justitie
1p 6 Wat is een van de hoofdtaken van de Tweede Kamer?
A Het uitvoeren van het beleid van de gemeenten.
B Het controleren van de rechtspraak en de politie.
C Het goedkeuren en veranderen van wetsvoorstellen.
1p 7 Als mensen op basis van hun afkomst anders worden behandeld, is er sprake
van:
A discriminatie
B emancipatie
C sociale controle
1p 8 Wat is een voorbeeld van een waarde?
A Eerlijkheid
B Niet stelen
C U tegen ouderen zeggen
ffi fl