- Bevat alle toets doelen van MB
- Integrale kennistoets op 3 februari 2026
Na alle MB- toets doelen komen KR, VTV en COVA.
, 1. Kan het biologische risicogedrag bij borderline verklaren.
Kennisclip persoonlijkheidsstoornissen:
Wat is een normale persoonlijkheid en wat is abnormaal?
-> De grens hiertussen is niet duidelijk, iedereen heeft zijn eigen
persoonlijkheid. Het geeft geen problemen als je zelf weet hoe je er mee
om moet gaan.
Een starre wijze van omgaan met mensen en problematische denk en
waarnemingspatronen zijn kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis.
DSM-5 persoonlijkheidsstoornissen
Ingedeeld in 3 verschillende clusters:
1. Mensen die als vreemd en excentriek worden beschouwd. (Paranoïde,
schizofrene, schizo-typische persoonlijkheidsstoornis vallen hieronder).
2. Mensen met en voermatig dramatisch, emotioneel of labiel gedrag.
(Theatrale, narcistische, borderline, antisociale
persoonlijkheidsstoornissen vallen hieronder).
3. Mensen die nerveus en/of angstig zijn. (Ontwijkende, afhankelijke,
obsessief compulsief persoonlijkheidsstoornis vallen hieronder).\
Adequate behandeling kan het beloop beïnvloeden, 1/3 van de mensen
krijgt verbetering, 1/3 behoudt klachten en is de ziekte chronisch, 1/3
geneest van de ziekte.
Kennisclip Borderline en biologisch risicogedrag:
Borderline persoonlijkheidsstoornis:
Deze persoonlijkheidsstoornis is beschreven in de DSM-5. Het handboek
van de psychiatrie. In de DSM-5 staat de volledige diagnose beschreven.
Vaak is de ziekte veroorzaakt in de jeugd waar zich traumatische situaties
hebben voorgedaan.
“Iemand waarbij het basale vertrouwen niet goed is ontwikkeld zich snel
tot een ander aangetrokken voelt, maar zodra er sprake is van nabijheid
ontstaat de angst dat de ander zich pijn gaat doen, om dit te voorkomen
stoten ze snel mensen af”
Gedragskenmerken:
1. Merkbaar binnen het sociaal functioneren, je hebt instabiele relaties
met andere mensen. Het ene moment kunnen ze zich helemaal
overgeven aan een ander terwijl een andere keer ze heel boos en
agressief kunnen zijn.
2. Impulsief gedrag vertonen
3. Stemmingswisselingen
4. Suïcidaal gedrag
5. Mensen uitten zich dat ze een groot gevoel van leegte ervaren.
,
, Behandelvormen:
Mensen zoeken vaak hulp binnen de GGZ.
- Cognitieve gedragstherapie
- Vaardigheden oefenen
- Emotie regulatie therapie
- Schema therapie
Uitganspunt van deze behandelingsvormen: Om het gedrag, de gedachte
en gevoel in de juiste banen te leiden zodat ernstige gedragsuitingen zich
minder erg voordoen.
Co-morbiditeit ->
1. Post-traumatische stoornis, depressie, hyperactiviteit,
verslavingsstoornis.
Veel van deze stoornissen hebben vaak een lichamelijke of biologische
oorzaak, denk aan het functioneren van de neurotransmitters. De
hersenen spelen hier een grote rol.
Deze bijkomende stoornissen geven complicaties, ook biologisch spreken
er mogelijk verschijnselen op. Dit uit in familieproblemen, opvoeding,
extreem gedrag.
Kennisclip medicatie bij persoonlijkheidsstoornissen:
2. Kan verschillende psychofarmaca de (contra)indicaties
benoemen, werking en bijwerking. Ook bijzonderheden en
interacties.
Er is en bestaat geen medicatie voor mensen bij een
persoonlijkheidsstoornis, een persoonlijkheid bouwt zich op vanaf vroege
jeugd tot heden en medicatie heeft hier geen directe invloed op.
Voor de bijkomende stoornissen zijn er wel medicijnen beschikbaar.
De medicijnen die hier van toepassing bij zijn noemen we
psychofarmaca.
Belangrijke groepen bij primaire en bijkomende stoornissen:
1. Medicatie tegen stemmingsstoornissen. Vaak bij depressie,
er wordt dan
anti-depressiva ingezet.
Moderne Antidepressiva – Meest voorgeschreven, werking richt
zich op de neurotransmitters, noradrenaline. Deze heeft invloed op
de stemming maar ook de activering van de mens. Ook serotonine
heeft invloed op stemming, en angst. Klassieke Antidepressiva.
2. Medicatie tegen angststoornissen, werking tegen angst,
woede en opwinding. Anxiolytica genoemd. De bekendste vorm van
deze medicatie zijn de benzodiazepine agonisten. Deze middelen
onderdrukken het centraal zenuwstelsel en kunnen angst dempen,