2.1 De zon is de motor van het klimaat.
Stralingsbalans: inkomend = uitkomend
Inkomende kortgolvige straling
Uitgaande langgolvige straling
Voelbare warmte, verdamping van water en uitstraling
Zo wordt de atmosfeer warm
Broeikasgassen naar de aarde zoals water, methaan en
koolstofdioxide.
Versterkt broeikaseffect door de mens
Ondanks maar 49 kortgolvige straling in, 144 langgolvige uit.
Komt door het broeikaseffect
2.2 atmosferische circulatie.
Evenaar warm opstijgende lucht lagedrukgebied dat lucht aanzuigt wind waait naar evenaar
lucht daalt weer rond 30 graden NB/ZB instabiele lagedrukgebieden rond 60 graden NB/ZB
hogedrukgebieden op de polen.
Coriolise effect/wet van Buys Ballot
Passaten nabij evenaar
Westenwinden op gematigde breedten
Oostenwinden rond de polen
De moesson: wind die van subtropische hogedrukgebieden naar de evenaar waait, en die vervolgens
onder de invloed van de ITCZ kruist, en van richting veranderd.
2.3
Zeestromen volgen de overheersende windrichting
Oceanische circulatie
Warme zeestromen van evenaar richting polen
Koude zeestromen van polen richting evenaar
Thermohaliene circulatie
Dankzij dichtheidsverschillen
Warme zeestroom vanuit Caribisch gebied geeft bij Noord-Europa haar warmte af aan de
lucht. Zeewater wordt kouder en dus ook zouter. Het water zinkt en vervolgt haar weg als
koude diepzeestroom.
Haliene (zout)
Hoe zouter, hoe zwaarder.
Thermo (temp)
hoe kouder, hoe zwaarder
Lucht en zeestromen zorgen voor gelijkmatigere verdeling van warmte op aarde.
2.4 El Niño
Stralingsbalans: inkomend = uitkomend
Inkomende kortgolvige straling
Uitgaande langgolvige straling
Voelbare warmte, verdamping van water en uitstraling
Zo wordt de atmosfeer warm
Broeikasgassen naar de aarde zoals water, methaan en
koolstofdioxide.
Versterkt broeikaseffect door de mens
Ondanks maar 49 kortgolvige straling in, 144 langgolvige uit.
Komt door het broeikaseffect
2.2 atmosferische circulatie.
Evenaar warm opstijgende lucht lagedrukgebied dat lucht aanzuigt wind waait naar evenaar
lucht daalt weer rond 30 graden NB/ZB instabiele lagedrukgebieden rond 60 graden NB/ZB
hogedrukgebieden op de polen.
Coriolise effect/wet van Buys Ballot
Passaten nabij evenaar
Westenwinden op gematigde breedten
Oostenwinden rond de polen
De moesson: wind die van subtropische hogedrukgebieden naar de evenaar waait, en die vervolgens
onder de invloed van de ITCZ kruist, en van richting veranderd.
2.3
Zeestromen volgen de overheersende windrichting
Oceanische circulatie
Warme zeestromen van evenaar richting polen
Koude zeestromen van polen richting evenaar
Thermohaliene circulatie
Dankzij dichtheidsverschillen
Warme zeestroom vanuit Caribisch gebied geeft bij Noord-Europa haar warmte af aan de
lucht. Zeewater wordt kouder en dus ook zouter. Het water zinkt en vervolgt haar weg als
koude diepzeestroom.
Haliene (zout)
Hoe zouter, hoe zwaarder.
Thermo (temp)
hoe kouder, hoe zwaarder
Lucht en zeestromen zorgen voor gelijkmatigere verdeling van warmte op aarde.
2.4 El Niño