Inleiding tot Cognitiewetenschap
Hoorcollege 1: Empirische cyclus en methoden van cognitieonderzoek
Wat is een goede wetenschappelijke studie?
Algemeen: als de empirische cyclus gevolgd is
Repliceerbaar: helder en compleet gecommuniceerd
Probleemanalyse
Observatie
- Kan alledaags zijn
- Gat in de kennis, iets wat nog niet onderzocht is
- Redenen voor replicatie, bijvoorbeeld tegenstrijdige uitkomsten
Onderzoeksplan:
Onderzoeksvraag
Inductie: theorievorming
Een goede onderzoeksvraag volgt uit de theoretische achtergrond
Hypothese
Deductie: hypothesevorming
,Hypothese checklist:
Door middel van een experiment
Falsificatie: hypothese weerleggen
Verificatie: hypothese bevestigen
Voorspellingen
Vanuit je hypothese bedenk je een experiment om deze te testen
Als de hypothese waar is, dan komt er … uit het experiment.
Methoden:
- Beschrijvend onderzoek
Beschrijft alleen observaties, van een populatie of fenomeen
- Correlationeel onderzoek
Onderzoekt de samenhang tussen twee soorten data
Puntje is wel: correlatie bewijst geen causaliteit! Er kan ook een andere variabele zijn
die de boel beïnvloedt.
- Experimenteel onderzoek
Directe manier om een hypothese te testen over een oorzakelijk verband
Maar hier ook: let op confounds! Er kan een contaminerende variabele zijn die
covarieert en je effect / verband verklaart.
Als je denkt dat een factor een effect heeft: Controleer ervoor! Bijv. verdeling
proefpersonen: balans in gender, leeftijd, etc.
Cellen -> Genen -> Systeem (hersenen) -> Gedrag.
Gedrag hier: Cognitie
- Aandacht
- Leren
- Taal
- Waarnemen
- Herkennen
- Beslissen
Methoden van Cognitieonderzoek
- Het systeem, de hersenen, meten. Leert ons iets over de architectuur van de
hersenen. Leuk... maar wat hebben we eraan? Dan weten we nog steeds niet hoe het
werkt.
, - Modellen maken: cognitieve modellen bouwen
Computermodel; gedrag simuleren, zodat we het kunnen begrijpen
- Experimenten!
Je wilt proefpersonen iets laten doen waarbij je iets kunt meten. Dan verander je iets
(niet te veel!) en meet je het weer.
Onderzoek met een gecontroleerde verandering / manipulatie (de onafhankelijke
variabele)
De manipulatie moet effect hebben op het proces wat je wilt onderzoeken (de
afhankelijke variabele)
Experimenten binnen de cognitieve psychologie gebruiken vaak de maten:
Tijd: Reactie tijd / Response time (RT in s of ms)
Aantal goed/fout:
“Reactietijd kan ons iets vertellen over het onderliggende proces”
Methoden: dataverzameling
Om een goed beeld te krijgen van de invloed van de onafhankelijke op de afhankelijke
variabele: ….
Resultaten
Verwerken
Analyseren
Visualiseren
Conclusies (Evaluatie)
Interpreteren van de resultaten
Hypothese aannemen of verwerpen
Onderzoeksvraag beantwoorden
Resultaten vergelijken met bestaande theorie en originele observatie
En dan terug naar af: theorie aanpassen of bevestigen!
Hoorcollege 1: Empirische cyclus en methoden van cognitieonderzoek
Wat is een goede wetenschappelijke studie?
Algemeen: als de empirische cyclus gevolgd is
Repliceerbaar: helder en compleet gecommuniceerd
Probleemanalyse
Observatie
- Kan alledaags zijn
- Gat in de kennis, iets wat nog niet onderzocht is
- Redenen voor replicatie, bijvoorbeeld tegenstrijdige uitkomsten
Onderzoeksplan:
Onderzoeksvraag
Inductie: theorievorming
Een goede onderzoeksvraag volgt uit de theoretische achtergrond
Hypothese
Deductie: hypothesevorming
,Hypothese checklist:
Door middel van een experiment
Falsificatie: hypothese weerleggen
Verificatie: hypothese bevestigen
Voorspellingen
Vanuit je hypothese bedenk je een experiment om deze te testen
Als de hypothese waar is, dan komt er … uit het experiment.
Methoden:
- Beschrijvend onderzoek
Beschrijft alleen observaties, van een populatie of fenomeen
- Correlationeel onderzoek
Onderzoekt de samenhang tussen twee soorten data
Puntje is wel: correlatie bewijst geen causaliteit! Er kan ook een andere variabele zijn
die de boel beïnvloedt.
- Experimenteel onderzoek
Directe manier om een hypothese te testen over een oorzakelijk verband
Maar hier ook: let op confounds! Er kan een contaminerende variabele zijn die
covarieert en je effect / verband verklaart.
Als je denkt dat een factor een effect heeft: Controleer ervoor! Bijv. verdeling
proefpersonen: balans in gender, leeftijd, etc.
Cellen -> Genen -> Systeem (hersenen) -> Gedrag.
Gedrag hier: Cognitie
- Aandacht
- Leren
- Taal
- Waarnemen
- Herkennen
- Beslissen
Methoden van Cognitieonderzoek
- Het systeem, de hersenen, meten. Leert ons iets over de architectuur van de
hersenen. Leuk... maar wat hebben we eraan? Dan weten we nog steeds niet hoe het
werkt.
, - Modellen maken: cognitieve modellen bouwen
Computermodel; gedrag simuleren, zodat we het kunnen begrijpen
- Experimenten!
Je wilt proefpersonen iets laten doen waarbij je iets kunt meten. Dan verander je iets
(niet te veel!) en meet je het weer.
Onderzoek met een gecontroleerde verandering / manipulatie (de onafhankelijke
variabele)
De manipulatie moet effect hebben op het proces wat je wilt onderzoeken (de
afhankelijke variabele)
Experimenten binnen de cognitieve psychologie gebruiken vaak de maten:
Tijd: Reactie tijd / Response time (RT in s of ms)
Aantal goed/fout:
“Reactietijd kan ons iets vertellen over het onderliggende proces”
Methoden: dataverzameling
Om een goed beeld te krijgen van de invloed van de onafhankelijke op de afhankelijke
variabele: ….
Resultaten
Verwerken
Analyseren
Visualiseren
Conclusies (Evaluatie)
Interpreteren van de resultaten
Hypothese aannemen of verwerpen
Onderzoeksvraag beantwoorden
Resultaten vergelijken met bestaande theorie en originele observatie
En dan terug naar af: theorie aanpassen of bevestigen!