Samenvatting geschiedenis 2.4
Hoofdstuk 2.2: De tijd van Grieken en Romeinen
3000 v.Chr. – 500 n.Chr.
Hellas: Griekse wereld, landbouwgemeenschappen werden uitgegroeid tot stadstaten: polis:
verzameling dorpen met één stedelijk centrum.
Akropolis: een verdedigbare burcht, liefst op een rots of berg
Sparta
Gelijken: Spartaanse burgers (soldaten): betekende vooral gelijkheid in recht en plicht, maar niet dat
alle Spartanen een gelijk bezit hadden.
- Geen muur om de stad, omdat ze overtuigd waren van hun eigen kracht
- Spartanen stelden hun hele leven in dienst van de polis
- Jongens werden vanaf hun 7e jaar door de polis opgevoed tot soldaat
- Werd bestuurd door een raad van oude adellijke mannen en 2 koningen
Athene
- Monarchie, maar later plaats gemaakt voor de adellijke raad
- 4 vermogensklassen
Orakels: bij ingewikkelde levensvragen raadpleegden de Grieken de goden. Dit deden ze via orakels.
Tempels: steden eerden er hun beschermgod en dankten hen voor voorspoed, goede oogst of
oorlogsoverwinningen. Ze hadden ook een politieke functie: ze toonden de burgerlijke macht en
waren een voorwerp van trots voor de inwoners.
Thales: filosoof.
Socrates: richtte zijn aandacht op praktische vragen. Veel doorvragen
Pierre de Coubertin: heeft ervoor gezorgd dat sinds 1896 de Olympische Spelen weer werden
georganiseerd.
In 146 v.Chr. was het definitief afgelopen met de zelfstandigheid van de Griekse staten
Griekenland werd bezet door de Romeinen
Stichting Rome: 753 v.Chr.
- Eerst koninkrijk, later republiek
Bestuur republiek: 2 consuls: zij werden gekozen voor een periode van 1 jaar en bezaten beiden een
vetorecht om machtsmisbruik tegen te gaan.
Senaat: nam de belangrijkste besluiten. Er zaten hoofden in van adellijke families
Volkstribuun: een eigen belangenbehartiger voor de plebejers. Hij kon besluiten die ingingen tegen
de belangen van het volk tegenhouden.
Rome en Carthago: kregen een conflict met elkaar vele oorlogen uiteindelijk heeft Rome
gewonnen de overlevenden werden als slaven gebruikt.
,Julius Caesar: veroverde veel gebieden
Het begin van de keizertijd was de kleurrijkste periode uit de Romeinse geschiedenis.
Keizer Augustus = octavianus
- Zorgde goed voor de soldaten
- Vader des vaderlands
Christendom: ontstond in Palestina
Mare Nostrum: middellandse zee door de Romeinen genoemd
Petrus: werd als plaatsvervanger van Jezus gezien en daarmee als eerste paus.
De romeinen vonden het niet erg dat er Christenen waren die hun eigen geloof hadden. Ze vonden
het wel erg dat ze weigerden de Romeinse keizer als een god te aanbidden, want dit was voor de
Romeinen het symbool voor de eenheid in het rijk. christenvervolging.
313: Keizer Constantijn liet kerken bouwen, het Christelijke geloof was bezig staatsgodsdienst te
worden.
Deling Oost- en West-Romeinse rijk: bestuur liep niet soepel, de grenzen waren lastig te verdedigen
dus vandaar 2 splitsing rijk.
Basilica: een groot gebouw waar handel werd gedreven en waar recht werd gesproken.
Sociale indeling
1. Patriciërs
- Afstammelingen van de rijke landadel
- Hadden bestuurlijk en militair de leiding
2. Plebejers
- Boer, koopman of ambachtsman
- ’t gwne werkvolk
3. Slaven
- Goedkope arbeidskrachten
- Oorlogen leverden vele slaven op
- Ook slimme, goede mensen
Huisslaven: waren degenen die binnen een gezin voornamelijk het huishoudelijk werk verrichten.
Staatsslaven: behoorden toe aan de staat. Ze werden tewerkgesteld bij de aanleg van wegen,
bruggen en waterverbindingen. Als ze veel hadden gespaard konden zich ze vrij kopen.
Vader was de baas binnen de Romeinse samenleving
Thermen: openbare badhuizen
2 typen gladiatoren:
1. De zwaar gewapende (zwaard, helm, schild, arm- en beenklappen)
2. De licht gewapende (hoofdbescherming)
Circus: wagenrennen in Rome
, Limes: versterkte grens
Bataafse opstand
De dood van de keizer Nero in 68 n.Chr. was het begin van een lange, onrustige periode in Rome:
machtsstrijd ontbrandde.
De Bataven voelde zich als een slaaf van de Romeinen. Ze waren het zat en kwamen in opstand. De
leider van deze opstand is Julius Cuvilus.
Pax Romana: Romeinse vrede, na de Bataafse Opstand.
- Romanisering ging voort
- Castella langs de Rijn werd herbouwd
- Theaters, badhuizen en tempels werden gebouwd
- Wegen, bruggen en aquaducten werden gebouwd
- Welvaart nam toe
Monarchie: staatsvorm waarbij de macht bij 1 iemand ligt
Tyrannie: staatsvorm waarbij 1 iemand legaal de macht heeft gepakt
Aristocratie: regering van de adel
Oligarchie: regering van een kleine groep mensen die niet persé van adel zijn
Hoofdstuk 2.2: De tijd van Grieken en Romeinen
3000 v.Chr. – 500 n.Chr.
Hellas: Griekse wereld, landbouwgemeenschappen werden uitgegroeid tot stadstaten: polis:
verzameling dorpen met één stedelijk centrum.
Akropolis: een verdedigbare burcht, liefst op een rots of berg
Sparta
Gelijken: Spartaanse burgers (soldaten): betekende vooral gelijkheid in recht en plicht, maar niet dat
alle Spartanen een gelijk bezit hadden.
- Geen muur om de stad, omdat ze overtuigd waren van hun eigen kracht
- Spartanen stelden hun hele leven in dienst van de polis
- Jongens werden vanaf hun 7e jaar door de polis opgevoed tot soldaat
- Werd bestuurd door een raad van oude adellijke mannen en 2 koningen
Athene
- Monarchie, maar later plaats gemaakt voor de adellijke raad
- 4 vermogensklassen
Orakels: bij ingewikkelde levensvragen raadpleegden de Grieken de goden. Dit deden ze via orakels.
Tempels: steden eerden er hun beschermgod en dankten hen voor voorspoed, goede oogst of
oorlogsoverwinningen. Ze hadden ook een politieke functie: ze toonden de burgerlijke macht en
waren een voorwerp van trots voor de inwoners.
Thales: filosoof.
Socrates: richtte zijn aandacht op praktische vragen. Veel doorvragen
Pierre de Coubertin: heeft ervoor gezorgd dat sinds 1896 de Olympische Spelen weer werden
georganiseerd.
In 146 v.Chr. was het definitief afgelopen met de zelfstandigheid van de Griekse staten
Griekenland werd bezet door de Romeinen
Stichting Rome: 753 v.Chr.
- Eerst koninkrijk, later republiek
Bestuur republiek: 2 consuls: zij werden gekozen voor een periode van 1 jaar en bezaten beiden een
vetorecht om machtsmisbruik tegen te gaan.
Senaat: nam de belangrijkste besluiten. Er zaten hoofden in van adellijke families
Volkstribuun: een eigen belangenbehartiger voor de plebejers. Hij kon besluiten die ingingen tegen
de belangen van het volk tegenhouden.
Rome en Carthago: kregen een conflict met elkaar vele oorlogen uiteindelijk heeft Rome
gewonnen de overlevenden werden als slaven gebruikt.
,Julius Caesar: veroverde veel gebieden
Het begin van de keizertijd was de kleurrijkste periode uit de Romeinse geschiedenis.
Keizer Augustus = octavianus
- Zorgde goed voor de soldaten
- Vader des vaderlands
Christendom: ontstond in Palestina
Mare Nostrum: middellandse zee door de Romeinen genoemd
Petrus: werd als plaatsvervanger van Jezus gezien en daarmee als eerste paus.
De romeinen vonden het niet erg dat er Christenen waren die hun eigen geloof hadden. Ze vonden
het wel erg dat ze weigerden de Romeinse keizer als een god te aanbidden, want dit was voor de
Romeinen het symbool voor de eenheid in het rijk. christenvervolging.
313: Keizer Constantijn liet kerken bouwen, het Christelijke geloof was bezig staatsgodsdienst te
worden.
Deling Oost- en West-Romeinse rijk: bestuur liep niet soepel, de grenzen waren lastig te verdedigen
dus vandaar 2 splitsing rijk.
Basilica: een groot gebouw waar handel werd gedreven en waar recht werd gesproken.
Sociale indeling
1. Patriciërs
- Afstammelingen van de rijke landadel
- Hadden bestuurlijk en militair de leiding
2. Plebejers
- Boer, koopman of ambachtsman
- ’t gwne werkvolk
3. Slaven
- Goedkope arbeidskrachten
- Oorlogen leverden vele slaven op
- Ook slimme, goede mensen
Huisslaven: waren degenen die binnen een gezin voornamelijk het huishoudelijk werk verrichten.
Staatsslaven: behoorden toe aan de staat. Ze werden tewerkgesteld bij de aanleg van wegen,
bruggen en waterverbindingen. Als ze veel hadden gespaard konden zich ze vrij kopen.
Vader was de baas binnen de Romeinse samenleving
Thermen: openbare badhuizen
2 typen gladiatoren:
1. De zwaar gewapende (zwaard, helm, schild, arm- en beenklappen)
2. De licht gewapende (hoofdbescherming)
Circus: wagenrennen in Rome
, Limes: versterkte grens
Bataafse opstand
De dood van de keizer Nero in 68 n.Chr. was het begin van een lange, onrustige periode in Rome:
machtsstrijd ontbrandde.
De Bataven voelde zich als een slaaf van de Romeinen. Ze waren het zat en kwamen in opstand. De
leider van deze opstand is Julius Cuvilus.
Pax Romana: Romeinse vrede, na de Bataafse Opstand.
- Romanisering ging voort
- Castella langs de Rijn werd herbouwd
- Theaters, badhuizen en tempels werden gebouwd
- Wegen, bruggen en aquaducten werden gebouwd
- Welvaart nam toe
Monarchie: staatsvorm waarbij de macht bij 1 iemand ligt
Tyrannie: staatsvorm waarbij 1 iemand legaal de macht heeft gepakt
Aristocratie: regering van de adel
Oligarchie: regering van een kleine groep mensen die niet persé van adel zijn