Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Probleem 4 inleiding in de rechtswetenschap

Rating
4,5
(2)
Sold
5
Pages
6
Uploaded on
30-10-2017
Written in
2017/2018

Probleem 4 inleiding in de rechtswetenschap. Complete uitwerking van de leerdoelen en de nabespreking.

Institution
Course

Content preview

Probleem 4 inleiding rechtswetenschappen:

1. Welke rechtstheorieën zijn er? (Grondleggers, verschillen en overeenkomsten, kenmerken).

Er zijn vijf rechtstheorieën:

1. Rechtspositivisme 2. Natuurrecht 3. Cultuurrecht 4. Rechtsbeginselen 5. Rechtsrealisme 6.
Interactionisme

1. Rechtspositivisme (formeel rechtspositivisme)

Volgens rechtspositivisten is het niet noodzakelijk dat het recht samenvalt met rechtvaardigheid. Ze
ontkennen niet dat het fijn is als dit wel samenvalt, maar voor hen is het niet noodzakelijk. Ze kijken
dus of iets in het recht thuishoort en of het wel rechtvaardig is, is een andere kwestie. De moderne
vorm van het rechtspositivisme komt uit de 19 de eeuw en uit de opkomst van de moderne
wetenschap. De rechtspositivisten focussen zich op het tijd- en plaatsgebonden geldende recht. Het
recht moet los gezien worden van andere vraagstukken, zoals religieuze en politieke. Het gaat om een
systeem van relaties tussen juridische normen. Er wordt dus niet gekeken naar andere vraagstukken,
dan waar het recht precies over gaat. In de meest zuivere vorm wordt er zelfs niet gekeken naar het
goede of slechte van de rechtsnorm. Een rechtsregel geld pas als hij op goede wijze tot stand
gekomen is en door een bevoegde is uitgegeven. Kortom, niet zozeer de betekenis van het recht in de
zin van de inhoud van de normen en regels is van belang, maar de structuur van het recht. De wet
wordt uit een bevoegd orgaan gegeven die zijn bevoegdheid weer krijgt van een hogere instanties,
totdat men bij de grondwet uitkomt. De Duitse rechtspositivist Hans Kelsen noemde dit Strufenbau
waarmee hij de trapsgewijze opbouw van de rechtsorde liet zien. De grondwet komt weer voort
vanuit de vorige grondwetten. Waar de eerste grondwet zijn fundament heeft is niet helemaal
duidelijk. Kelsen noemt dit dan ook de Grundnurm, niemand weet precies waar de eerste grondwet
vanuit ontstaat is, de Grundnurm is dus nog fictief.

Rechtsfilosofen:

Hans Kelsen (1881 -1973) is een Duitse rechtspositivist en schreef over deze hiërarchie. De
trapsgewijze opbouw van het recht noemde hij Stufenbau (Stufen = geleidelijk, Bau = bouw). Hij
beschreef het beginpunt van een rechtssysteem als de Grundnorm.

H.L.A Hart (1907 – 1992), auteur van The Concept of Law (1961) zei dat er twee soorten rechtsregels
waren: primaire en secundaire rechtsregels. Primaire rechtsregels hadden als functie om het gedrag
te sturen in de vorm van regels, rechten en plichten. De secundaire rechtsregels bestaan volgens Hart
uit 3 soorten regels: veranderingsregels, toepassingsregels en erkenningsregels.

Veranderingsregels geven aan hoe de primaire regels gewijzigd moeten worden (totstandkoming van
formele wetten) en richt zich tot de autoriteiten. Toepassingsregels geven aan wat de procedure is
om de primaire regels toe te passen (formeel recht, procesrecht). Erkenningsregels zijn ongeschreven
rechtsregels die zich uiten via het gedrag van de autoriteiten.

Argumenten tegen het rechtspositivisme:

Als er niet wordt gekeken naar de inhoud van het recht en er geen verband hoeft te zijn tussen het
recht en rechtvaardigheid, is het mogelijk dat het recht wat geldig is als onrechtvaardig wordt
beschouwd. Een voorbeeld hiervan is Naziregime tijdens de Tweede Wereldoorlog (WWII) toen Hitler
democratisch was gekozen. Mensen hadden tijdens de WWII de plicht om handelingen te verrichten
volgens het Nazirecht. Na WWII werd de vraag gesteld of de mensen onder het naziregime strafbaar
waren voor iets wat toen der tijd geldig recht was. ‘’Kan onrechtvaardig recht recht zijn?’’

, Om deze stelling op te lossen kwam Gustav Radbruch met een onderscheid tussen wettelijk onrecht
en bovenwettelijk recht. Wettelijk onrecht is het recht wat onrechtvaardig/onmenselijk is maar geldig
is, terwijl bovenwettelijk recht het recht is waar iedereen van nature van geniet. (IVRM/EVRM) Dit
onderscheid werd de Radbruchformule genoemd.

2. Natuurrecht

In het Natuurrecht wordt de nadruk gelegd op de gehoorzaamheid van het recht. Ook wordt er
gezegd dat in het Natuurrecht het verband tussen het recht en de moraal essentieel is. De waarden
die het recht uitdrukt zijn belangrijker dan de formele vastlegging ervan.

Het principe van het Natuurrecht is dat er twee soorten recht zijn: het door de mens gemaakte tijd-
en plaatsgebonden recht (het positieve recht) en het met de natuur gegeven recht dat altijd en
overal geldt. (Vb. het verbod om te doden of het incestverbod). De stelling in het Natuurrecht is
vooral dat onrechtvaardig recht geen recht is. (Natuurrechtsdenker John Finnis (1940 - Heden) neemt
dit standpunt niet in en zegt dat het juridisch wel geldig kan zijn)

Een van de belangrijkste natuurrechtsdenkers is Thomas van Aquino (1225 – 1274). Voor Thomas was
het Natuurrecht ook het goddelijk recht. Een vertegenwoordiger van het rationele natuurrecht is
Hugo de Groot (1583 – 1645). Hugo zegt dat het recht noodzakelijk is om vreedzaam naast elkaar te
leven, maar dat het recht ook de natuurlijke rechten van de mens moet respecteren.

Verhoudingen tussen de twee soorten recht (positieve recht en natuurrecht):

1. Natuurrecht gaat in geval van strijd altijd boven het positieve recht. In dit geval hoeven de burgers
het positieve recht niet te gehoorzamen, maar aan het natuurrecht mogen en moeten zij zich
houden.

2. Positief recht dat in strijd is met natuurrecht is geen geldend recht. Het recht moet dus een
minimumgehalte aan rechtvaardigheid bezitten. 3. Iets mag pas recht heten als het een
minimumgehalte aan moraliteit bevat.

Argumenten tegen het Natuurrecht:

Het natuurrecht zegt dat er een verband moet zijn tussen de moraal en het recht. Maar niet
vooriedereen is de moraal hetzelfde. Een andere cultuur kan andere gedachten hebben over wat
goed of kwaad is, er is dus geen absolute grondslag voor het recht en moraal. (Waarderelativisme)

Een tegenargument voor het waarderelativisme voor een natuurrechtsdenker is dat er bepaalde
normen zijn waarover in alle tijden en culturen overeenstemming bestaat, zoals het verbod om te
doden of het incestverbod.

3.Cultuurrecht – tussenpositie tussen rechtspositivisme en natuurrecht Na de 2e wereldoorlog was er
behoefte aan een tussenpositie tussen het natuurrecht en het rechtspositivisme. Gustav Radbruch
(1878 – 1949) was de eerste die hiermee aan de slag ging na de oorlog en rekende af met het
nazirecht. Voor Radbruch moet het recht gerechtigheid, rechtszekerheid en doelmatigheid bevatten
om te spreken van recht. Onder gerechtigheid verstaat Radbruch het gelijkheidsbeginsel: gelijke
gevallen gelijk behandelen. Doelmatigheid levert de inhoudelijke criteria die nodig is voor het
concrete geval en rechtszekerheid eist dat het recht positief recht wordt, zonder het positieve recht is
er namelijk geen rechtszekerheid (?).

Deze drie waarden zullen constant in strijd zijn met elkaar. Volgens Radbruch moet er dan naar het
concrete geval worden gekeken. Driehoekmodel van het recht i.c.m. de drie waarden:

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 30, 2017
Number of pages
6
Written in
2017/2018
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes

Subjects

€3,49
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
6 year ago

6 year ago

4,5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
tessabakker Hogeschool Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
15
Member since
8 year
Number of followers
10
Documents
8
Last sold
4 year ago

4,1

7 reviews

5
2
4
4
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions