Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Rechtsbescherming tegen de overheid - gehele samenvatting

Rating
-
Sold
-
Pages
34
Uploaded on
31-03-2025
Written in
2023/2024

Alles van RTO op één plek: literatuur, HC en WC

Institution
Course

Content preview

Week 1 | De drie ‘B’s van het bestuursrecht’
Bestuursorgaan
Een bestuursorgaan is een drager van bestuursrechtelijke rechten en
verplichtingen, ofwel een bestuursrechtelijk rechtssubject.
Ambt is meestal hetzelfde (ambt van minister/minister als bestuursorgaan), maar
niet altijd (meerhoofdige bestuursorganen, zoals raden en colleges).
 Denk aan wethouder (ambt) vs. College van burgemeester en wethouders
(bestuursorgaan).

Art. 1:1 lid 1 Awb | een organisatorische (a) en een functionele (b)
benadering van een bestuursorgaan (twee definities).
Waarom is dit van belang?
o Rechtsingang bij bestuursrechter
o Werkingssfeer Awb etc. (waarborgfunctie bestuursrecht)

Verschillende bestuursorganen:
A-organen | art 1:1 lid 1 sub a Awb -> een orgaan van een rechtspersoon die
krachtens publiekrecht is ingesteld is een bestuursorgaan.
o Organen | ieder orgaan binnen rechtspersoon (actor binnen
rechtspersoon, eigen wettelijke taak)
o Bijv: Gemeente -> raad, college, burgemeester, griffier, secretaris
etc.
o Rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld:
o Art. 2:1 lid 1 BW: Staat, provincies, gemeentes, waterschappen en
alle lichamen (andere openbare lichamen, zie art. 134 en 135 Gw)
die krachtens de grondwet verordende bevoegdheid hebben,
bezitten rechtspersoonlijkheid.
o Art. 2:1 lid 2 BW: Lichamen met overheidstaak bezitten
rechtspersoonlijkheid indien dit uit een bepaalde wet
voortvloeit.
A-organen vallen voor hun gehele handelen onder de Awb; in alles wat zij doen
zijn zij bestuursorgaan.

B-organen | art. 1:1 lid 1 sub b Awb -> een persoon of college met openbaar
gezag bekleed is een bestuursorgaan.
Sowieso (organen van) privaatrechtelijke rechtspersonen, omdat a-organen
sowieso organen van publiekrechtelijke rechtspersonen zijn.
o Persoon of college: natuurlijke personen, rechtspersoon of orgaan van
rechtspersoon.
o Met openbaar gezag bekleed: bevoegd publiekrechtelijke
rechtshandelingen te verrichten (eenzijdig de rechtspositie van andere
rechtssubjecten vaststellen, niet altijd besluiten!).
Twee manieren:
 Bij of krachtens de wet
 Doorgeefluik van de overheid (ABRvS Stichting bevordering kwaliteit
leefomgeving Schiphol)
1. Verstrekken van subsidie, uitkeringen of andere op geld
waardeerbare rechten.
2. Inhoudelijke criteria voor verstrekken worden in beslissende mate
bepaald door a-organen
3. De verstrekking wordt voor minimaal 2/3 gefinancierd door a-organen.

,B-organen zijn slechts bestuursorganen voor zover zij met openbaar gezag zijn
bekleed. Dit geldt niet alleen voor besluiten, maar ook voor handelingen daarom
heen (denk aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur)!

Uitzonderingen op de a- en b-organen
Art. 1:1 lid 2 sluit de (organen van) de wetgevende macht, Staten-Generaal en
de rechterlijke macht uit van het zijn van bestuursorgaan (sub a, b en c). Ook de
Raad van State (sub d) en de Algemene Rekenkamer zijn uitgesloten (sub e).
Art. 1:1 lid 3 is een uitzondering op de uitzondering: de uitzonderingen in
lid 2 zijn wel bestuursorganen voor zover zij besluiten nemen of handelingen
verrichten ten aanzien van ambtenaren
Stappenplan bestuursorgaan
Is er sprake van een a-orgaan?
1. Art. 1:1 lid 1 sub a Awb noteren.
2. Is er sprake van een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld?
o Openbare lichamen krachtens publiekrecht (art. 2:1 lid 1 BW)
o Publiekrechtelijke rechtspersoon blijkt uit bijzondere wet (art. 2:1 lid
2 BW)
3. Is er sprake van een orgaan binnen die rechtspersoon? Uit de toepasselijke
wetgeving moet een voldoende zelfstandige functie blijken.
4. Noteren of er sprake is van een uitzondering (art. 1:1 lid 2 Awb)? Zo ja, is
er sprake van een uitzondering op de uitzondering (art. 1:1 lid 3 Awb)?
5. Conclusie

Is er sprake van een b-orgaan?
1. Art 1:1 lid 1 sub b Awb noteren.
2. Is er sprake van een persoon of college?
3. Is er sprake van enig openbaar gezag? Is het persoon of college bevoegd
bestuursrechtelijke rechtshandelingen te verrichten? Twee mogelijkheden:
o Bij of krachtens de wet
o Doorgeefluik van de overheid (ABRvS Stichting bevordering kwaliteit
leefomgeving Schiphol)
1) Verstrekken van subsidie, uitkeringen of andere op geld
waardeerbare rechten.
2) Inhoudelijke criteria voor verstrekken worden in beslissende mate
bepaald door a-organen
3) De verstrekking wordt voor minimaal 2/3 gefinancierd door a-
organen.
4. Conclusie

Belanghebbende
Ondanks dat bestuursorganen het algemeen belang moeten dienen, is het niet zo
dat iedereen ieder belang altijd kan inroepen voor een bestuursorgaan of de
bestuursrechter. Zo kan niet iedereen bezwaar en beroep tegen een besluit
instellen. De Awb geeft alleen aan personen of entiteiten met een bepaalde
status het recht om in rechte tegen een besluit op te komen. deze status is het
zijn van belanghebbende.
Art 1:2 lid 1 Awb | als belanghebbende is aan te merken degene wiens belang
rechtstreeks bij het besluit is betrokken.
o Degene
o Belang | belanghebbende zijn betekent dat een te nemen of een genomen
besluit verschil moet maken (breed interpreteren!). Hoeft niet perse een
juridisch gekleurd belang te zijn. Ook is het niet noodzakelijk dat het
belang wordt beschermd door de regeling waarop het besluit steunt (en

, vaak mag het bestuursorgaan dat ook niet op grond van het
specialiteitsbeginsel ex art. 3:4 lid 1 Awb). Ook het relativiteitsvereiste (art.
8:69a) staat los van het belanghebbende begrip.
o Specialiteitsbeginsel -> een bestuursorgaan mag enkel de belangen
behartigen waarvoor de betrokken wet of regeling een grondslag biedt.
o Koppel het belanghebbende begrip en het specialiteitsbeginsel los!
o Objectief | belang moet objectief bepaalbaar zijn, en dus niet subjectief.
Anderen moeten het ook kunnen bepalen; eenieder zou het betreffende
belang hebben in diens maatschappelijke positie.
o Dus niet: emotionele, psychische, gevoelsmatige belangen.
o Maar wel: financiële, vermogensrechtelijke of ruimtelijke belangen.
o Persoonlijk | belang moet persoonlijk (individueel) zijn, en dus niet
universeel. Het gaat erom dat zijn belang voldoende moet kunnen
worden onderscheiden van dat van anderen in het algemeen (het
hebben van een bijzonder belang). Sowieso de geadresseerde bij
beschikkingen (art. 1:3 lid 2 Awb).
o ABRvS Mestbassin Mechelen | degene die rechtstreeks feitelijke
gevolgen ondervindt, is in beginsel belanghebbende. Wel moeten
deze gevolgen van enige betekenis zijn
(correctiemechanisme).
o Eigen | belang moet gaan om eigen belang, niet om andermans belang.
Ook een familierechtelijke relatie doet daar niets aan af, zelfs samenwonen
niet. Let op: je kunt wel opkomen voor andermans belangen, maar
daarvoor is een machtiging vereist (vgl. art. 2:1 lid 2 Awb).
o Rechtstreeks | het belang moet rechtstreeks zijn, en dus niet afgeleid.
Een rechtstreeks belang geeft uitdrukking aan een causaliteitsgedachte:
er dient een oorzakelijk verband te zijn tussen een besluit en de feitelijke
belangen van een persoon – en dat mag niet te ver van elkaar verwijderd
zijn. Denk aan een besluit tot wijziging van dienstregelingen en het zijn van een
belanghebbende, omdat je vreest voor meer verkeersoverlast. Een afgeleid belang
bestaat wanneer het middellijk geraakt wordt via een privaatrechtelijke
rechtsbetrekking. Een afgeleid belang hoeft echter niet alleen afgeleid te
zijn, men moet onderzoeken of de afgeleid belanghebbende een zelfstadig
[rechtstreeks] eigen belang heeft (CRvB Intrekking Pgb).
o Actueel | een belang moet actueel zijn, en dus niet onzeker en/of
toekomstig. Men kan niet opkomen tegen een omgevingsvergunning voor een
varkenshouder, omdat hij wel wilde verhuizen naar dat gebied.
Het zijn van belanghebbende is erg casuïstisch.
Ook bestuursorganen kunnen belanghebbende zijn (art. 1:2 lid 2 Awb).

Stappenplan belanghebbende
Is er sprake van een a-orgaan?
1. Art. 1:2 lid 1 Awb noteren.
2. Er moet een belang zijn; het besluit moet een verschil maken.
3. Objectief belang (niet subjectief).
4. Persoonlijk belang (niet universeel)
o ABRvS Mestbassin Mechelen | van een persoonlijk belang is pas
sprake als de feitelijke gevolgen die iemand ondervindt ook enige
betekenis hebben.
5. Eigen belang (niet van een ander)
6. Rechtstreeks belang (niet afgeleid)
o CRvB Intrekking Pgb | het bestaan van een afgeleid belang wil niet
zeggen dat niet ook een rechtstreeks belang bestaat.
7. Actueel belang (niet onzeker/toekomstig)

, 8. Conclusie

Bij een persoonlijke beschikking is de adressant standaard belanghebbende,
anderen (derden) kunnen op basis van het bovenstaande ook belanghebbende
zijn (derde-belanghebbenden). Bij niet-beschikkingen geldt het bovenstaande
voor iedereen om te kwalificeren als belanghebbende.

Bestuursorgaan als belanghebbende
Bestuursorganen kunnen op grond van art. 1:2 lid 2 Awb belanghebbende
zijn. Dat is logisch het geval wanneer een besluit gericht is tot een ander
bestuursorgaan, maar dat kan ook wanneer het besluit tot een andere partij is
gericht. Het bestuursorgaan is dan derde-belanghebbende.

Een bestuursorgaan heeft een belang wanneer dat belang aan het is
toevertrouwd. Dat wordt beoordeeld aan de hand van het
bevoegdheidscriterium: beschikt het orgaan over bestuursbevoegdheid uit de
wet ten aanzien van het belang?
 Denk aan het belang van een goede ruimtelijke ordening en drinkwaterwinning bij de
Gedeputeerde Staten bij een vergunning van een minister voor proefboringen.

Statutair belanghebbenden
Rechtspersonen kunnen bij de bestuursrechter opkomen voor belangen die in hun
statuten verankerd zijn (art. 1:2 lid 3 Awb). Daarvoor zijn 5 vereisten:
(stappenplan)
1. Een rechtspersoon (meestal stichting of vereniging)
2. Die algemene of collectieve belangen behartigt (niet voor een individu)
3. Op basis van een specifieke doelstelling (‘in het bijzonder’-criterium) ->
duidelijk moet zijn waartoe de rechtspersoon is opgericht en voor welke
belangen hij zich in wil zetten.
4. Dat mede blijkt uit feitelijke werkzaamheden (niet slechts een
procederende rechtspersoon, ook andere werkzaamheden ten aanzien van
zijn doelstelling)
5. Kan opkomen voor een belang dat binnen zijn doelstelling valt (niet
een te ver verwijderd verband tussen besluit en belang)

Bestuurshandelingen
Bestuursorganen verrichten feitelijke handelingen en rechtshandelingen.
 Feitelijke handelingen zijn bijvoorbeeld huisvuil ophalen of schoffelen in
de gemeentelijke plantsoenen. Deze zijn voor de Awb wel van belang, zie
bijv. art. 3:1 lid 2 Awb.

Rechtshandelingen zijn onder te verdelen in privaatrechtelijke en
publiekrechtelijke rechtshandelingen
 Privaatrechtelijke rechtshandelingen vereisen geen specifieke
bestuursbevoegdheid. Deze kunnen in principe door iedere natuurlijke of
rechtspersoon verricht worden. Denk aan het sluiten van een
koopovereenkomst of het eigendomsrecht van bepaalde goederen.
 Publiekrechtelijke rechtshandelingen vereisen wel een specifieke
bestuursbevoegdheid. Deze rechtshandelingen moeten dus herleidbaar
zijn tot een door de wetgever aan een bestuursorgaan toegekende
bestuursbevoegdheid. Publiekrechtelijke rechtshandelingen zijn meestal
besluiten.

Het onderscheid tussen feitelijke handelingen en rechtshandelingen is niet altijd
duidelijk.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 31, 2025
Number of pages
34
Written in
2023/2024
Type
SUMMARY

Subjects

€10,86
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
meikevandervleuten
5,0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
meikevandervleuten Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
3 year
Number of followers
1
Documents
3
Last sold
2 year ago

5,0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions