Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Behaald cijfer 1e keer: 8. Samenvatting NIEUW BOEK Biologische grondslagen: Neuropsychologie en psychofarmacologie (PB1212)

Rating
3,9
(11)
Sold
112
Pages
167
Uploaded on
18-04-2025
Written in
2024/2025

Volledige en uitgebreide samenvatting van het nieuwe boek Klinische neuropsychologie (isbn: 9789024444779) voor het vak Biologische grondslagen: Neuropsychologie en psychofarmacologie inclusief samenvattingen van alle PDF's die bestudeerd moeten worden voor het tentamen. De samenvatting is gemaakt in maart/april 2025 en is opgedeeld aan de hand van de 4 thema's op Brightspace.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Neuropsychologie en psychofarmacologie Door Nangela Korten




Thema 1 Neuropsychologie en psychofarmacologie.
Introductie




Pagina 1 van 167

,Neuropsychologie en psychofarmacologie Door Nangela Korten


Hoofdstuk 1: Wat is klinische neuropsychologie?

1.1 Inleiding:

Neuropsychologie is het wetenschapsgebied waarin de samenhang tussen gedrag en de werking van de hersenen wordt
bestudeerd. De gedrag bestaat uit:

• Waarneembare acties en reacties (overt gedrag)
• Innerlijke mentale processen zoals denken (cognitie) en voelen (emotie).


Cognitieve functies: Maken het mogelijk om informatie uit de wereld om ons heen te verwerken, te begrijpen en
erop te reageren.

- Bijv. geheugen, taal, waarneming, aandacht, plannen, overzicht behouden en sociale
cognitie.
- Wordt getoetst d.m.v. theoretische modellen over cognitieve functies a.d.h.v. hersenziekten
of - stoornissen.


De neuropsychologie is gericht op het onderzoeken van de relatie tussen neurale structuren of processen en cognitieve
functies, emoties of waarneembaar gedrag. Psychologen werkzaam in de klinische neuropsychologie, passen deze kennis toe
in de vorm van diagnostiek, begeleiding en behandeling.

• Hierbij is de veronderstelling dat een beschadiging in de hersenen (lesie) leidt tot een stoornis in een bepaalde cognitieve
functie.


Hersendisfunctie: Een beschadiging van een hersenstructuur, vaak niet aantoonbaar op een hersenscan, die kan
leiden tot cognitieve functiestoornissen.


Om stoornissen in de cognitieve functies vast te stellen wordt er een neuropsychologische onderzoek (NPO) uitgevoerd. Met
behulp van de uitkomsten van onderstaande onderzoeksmethoden kan men de klachten van patiënten begrijpen en
behandelen:

• Gestandaardiseerde cognitieve tests. • Observaties
• Vragenlijsten.

1.2 Klinische neopsychologie in historisch perspectief

De klinische psychologie komt voort uit het denken in de loso e en het empirisch onderzoek naar de menselijke geest en de
relatie met de hersenen, de lokalisatie van ‘de geest’ en diverse functies, en het zoeken naar methoden om dit vraagstuk te
onderzoeken.


3e eeuw: Beweerde dat de zetel van de ziel zich in het hart bevond en dat de hersenen een onbelangrijk
Aristoteles orgaan is.




Pagina 2 van 167



fi fi

,Neuropsychologie en psychofarmacologie Door Nangela Korten


4e eeuw: Hield als eerste de hersen verantwoordelijk voor het intellect, de zintuigen, kennis en emoties
Hippocrates


4e eeuw: Onderzocht hersenen van mensen en zag de met vocht gevulde holtes (ventrikels). Hij
Herophilus beredeneerde dat de waarneming, het begrijpen en het geheugen zich moesten bevinden in deze
holtes die hij cellen noemde -> Celtheorie / Ventrikelleer.


16e en 17e eeuw: Een dualistisch standpunt waarbij de ratio (geest) gescheiden bestaat van het lichaam. Vond de
Descartes geest een ongedeelde en immateriële eenheid en meende dat deze zich op een speci eke plaats
in de hersenen bevond -> pijnappelklier (epifyse), midden tussen de 2 hersenhelften in.


18e en 19e eeuw: Meende dat de mens verschillende mentale functies bezit en dat die functies onafhankelijk van
Gall elkaar terug te voeren zijn op speci eke, zelfstandig functionerende delen van de hersenen die
zich aan de buitenzijde van de hersenen (cortex) bevinden -> A.d.h.v. knobbels was af te lezen
hoe goed een bepaalde functie ontwikkeld was (Frenologie).


-> Het werk van Gall was het begin van de periode waarin de ideeën over de relatie tussen hersenen en gedrag ook werden
gevormd door beschrijvingen van patiënten met cognitieve stoornissen door een hersenbeschadiging. 1 van de eerste
bekende gevalsbeschrijvingen was die van Phineas Gage:



Phineas Gage was een spoorwegarbeider die in 1848 een ernstig ongeluk kreeg. Tijdens zijn
werk schoot een ijzeren staaf van 1 meter lang door zijn schedel, precies door zijn linker
frontale hersenkwab. Wonderbaarlijk genoeg overleefde hij dit, maar zijn persoonlijkheid
veranderde drastisch: van vriendelijk en verantwoordelijk werd hij impulsief en
onvoorspelbaar. Was baanbrekend voor de neurowetenschap, omdat het aantoonde dat
bepaalde hersengebieden gedrag en persoonlijkheid beïnvloeden.




19e eeuw: Broca Presenteerde een patiënt (dhr. Leborgne) die wel kon begrijpen, handelen en onthouden maar het
vermogen tot spreken vrijwel volledig verloren had en alleen nog ‘tan’ kon zeggen. Broca
voorspelde dat de hersenbeschadiging in de frontale hersengebieden zou moeten zitten, dit bleek
ook het geval -> mentale functies gelokaliseerd op een speci eke plek in de hersenen.


19e en 20ste eeuw: Onderzocht een patiënt met een beschadiging van de linker temporaalkwab die de woorden die
Wernicke hij sprak of hoorde niet meer kon begrijpen -> vond een cruciaal gebied voor het begrijpen van
woorden, sindsdien het gebied van Wernicke genoemd.

• Veronderstelde speci eke hersengebieden voor spreken en begrijpen en stelde dat deze via
verbindingsbanen met elkaar verbonden zijn. Schade leidt dan tot speci eke functiestoornissen.
Deze voorspelling bleek juist.

Pagina 3 van 167



fi fi fi fi fi

,Neuropsychologie en psychofarmacologie Door Nangela Korten

-> Dit zorgde ervoor dat modellen werden ontwikkeld waarbij voorspellingen (hypotheses) over functies en
functiestoornissen werden getoetst, ook bij andere cognitieve functies zoals de waarneming van. objecten of van muziek.


19e eeuw: Lissauer Ontwikkelde op basis van een gevalsbeschrijving een theoretisch model voor het onderzoeken van
visuele agnosie. Na het onderzoeken van een patiënt die objecten niet meer kon herkennen maar
wel kon zien / natekenen stelde hij dat het herkennen van objecten in 2 fasen verliep: apperceptie
en associatie

1. Apperceptie: Het object wordt waargenomen en ontleed. Een stoornis in deze fase leidt tot
een onvermogen om afzonderlijke elementen samen te voegen tot een geheel.
2. Associatie: Deze kenmerken worden gekoppeld aan kennis- of betekenisinformatie
(concept) . Een verstoring in deze fase leidt tot het wel kunnen natekenen maar niet kunnen
herkennen van het object.


-> Rond 1900 kwam er op verschillende plekken in Europa verzet tegen de lokalisatie-gedachte omdat verregaande
lokalisatie tot simpli catie zou leiden. Bovendien hielpen deze modellen niet bij het ontwikkelen van behandelingen.


19e en 20ste eeuw: Stelde dat schade op een speci eke locatie in de hersenen tot een functiestoornis kan leiden, maar
Hughlings-Jackson dat dat niet automatisch betekent dat de functie zelf zich ook op die plaats bevindt.


19e en 20ste eeuw: Behandelde patienten met een hersenbeschadiging opgelopen tijdens de 1e WO en stelde dat
Goldstein mensen niet alleen reageerden op stimuli uit de omgeving maar dat gedrag door verschillende
factoren wordt gestuurd waaronder herinneringen, gevoelens en motivatie -> mensen kunnen
daarom verschillend omgaan met de gevolgen van hersenbeschadiging.


-> De ontwikkeling van de psychologie als empirische-wetenschappelijke discipline bevorderde de psychologie en in het
bijzonder de klinische neuropsychologie.


19e en 20ste eeuw: Gezien als de grondlegger van de experimentele psychologie en startte het 1e psychologisch lab.
Wundt Hij ontwikkelde verschillende experimentele onderzoeksmethoden en zijn experimenten waren
vooral gericht op waarneming, gedachten, gevoelens en bewustzijn. Hij onderzocht uitsluitend
gezonde mensen waardoor zijn werkwijze niet toepasbaar was bij patiënten met hersenletsel. De
gestandaardiseerde methoden van Wundt vormden de basis van de experimentele psychologie.


-> Naast gestandaardiseerde beschrijvingen van subjectieve belevingen, zoals Wundt die onderzocht, kwam in de 19e eeuw
ook het onderzoek m.b.v. kwantitatieve metingen van cognitieve functies op.


19e eeuw: Donders Een Utrechtse oogarts en hoogleraar fysiologie was de grondlegger van de chronomeytrische
analyse van mentale processen. Hij ontwikkelde verschillende reactietijd-taken en
beargumenteerde dat de verschillen in reactietijden tussen de verschillende taakcondities
informatie gaven over cognitieve functies -> substratiemethode. Deze methode wordt nog steeds
toegepast in onderzoek m.b.v. fMRI en bij de analyse van veelgebruikte neuropsychologische
tests.


-> Aan het einde van de 19e eeuw begon de ontwikkeling van de psychometrie onder invloed van Francis Galton.
Pagina 4 van 167



fi fi

, Neuropsychologie en psychofarmacologie Door Nangela Korten


19e en 20ste eeuw: Vroeg zich af in hoeverre verschillen in vaardigheden aangeboren zouden zijn en verzamelde
Galton grote hoeveelheden meetbare kenmerken bij grote groepen mensen. Hij introduceerde
statistische begrippen (correlatie, regressie en normaalverdeling) en vergeleek de prestaties op
reactietijd-taken en discriminatie-taken van het individu met de prestaties van een
vergelijkingsgroep die representatief was voor de hele populatie.

• Hij legde de basis voor gebruiken van referentiegegevens (normen) bij het beoordelen van
testprestaties van individuen. Deze tests waren gericht op het systematisch onderzoeken en
voorspellen van schoolsucces bij kinderen en arbeidsgeschiktheid bij volwassenen.


19e en 20ste eeuw: Ontwikkelde de 1e intelligentietest als alternatieve manier om naar individuele verschillen te
Binet kijken en werd gebruikt om het ontwikkelingsniveau van kinderen vast te stellen. De Amerikaanse
versie (Stanford-Binet-schaal) was in het bijzonder populair en werd gebruikt bij selectie en
classi catie van volwassenen bij sollicitatieprocedures en militaire keuringen. De subtest Ball en
Field is later aangepast voor gebruik als neuropsychologische test.


1.3 Moderne klinische neuropsychologie (na de 2e WO)

Na de 2e WO kwamen veel militairen terug met hersenbeschadiging en ontstonden er (afdelingen in) ziekenhuizen die zich
specialiseerden in het onderzoek en de revalidatie van deze patiënten -> de klinische neuropsychologie kreeg een plaats in
de gezondheidszorg. Eerst waren het vooral medisch specialisten (neurologen / psychiaters) die patiënten met hersenletsel
onderzochten maar later specialiseerden ook psychologen zich in dit gebied.


Neuropsycholoog: Een psycholoog werkzaam op het gebied van neuropsychologie. Is geen
beschermde titel, maar wordt meestal gebruikt door personen die een
universitaire masteropleiding psychologie hebben afgerond met en
specialisatie op het gebied van de neuropsychologie.

Gezondheidszorgpsycholoog: Zij doen zelfstandig neuropsychologische diagnostiek en behandeling van
patiënten met hersendisfuncties . Is een beschermde titel en men kan zich in
het BIG-register registreren. Een deel van hen werkt binnen de klinische
psychologie bijv. In een ziekenhuis, ggz-instelling of revalidatiecentrum.

Klinisch neuropsycholoog: Hebben een grote expertise op het gebied van de klinische neuropsychologie in
de patiëntenzorg en verrichten vaak ook wetenschappelijk onderzoek en taken
op het gebied van management en beleid


20ste eeuw: Luria Een invloedrijke grondlegger van de moderne klinische neuropsychologie. Ontwikkelde een
model waarin hollistische en lokalisatietheorieen werden geïntegreerd tot een globale functionele
theorie.


In de benadering van Luria zijn alle gebieden in de hersenen betrokken bij 3 basisfuncties -> functionele units die met elkaar
interacteren: De subcorticale hersengebieden (incl. Hersenstam), posterieure hersengebieden en de anterieure
hersengebieden.



Pagina 5 van 167



fi

, Neuropsychologie en psychofarmacologie Door Nangela Korten

1. Deze unit dient voor de regulatie van
waakzaamheid en aandacht (activatie). Stoornissen
daarin worden met name veroorzaakt door letsels in de
hersenstam, het diencephalon en de mediale gebieden
van de grote hersenen (subcorticaal).

2. Deze unit dient voor de organisatie van gedrag:
Planning, regulatie en monitoring van doelgerichte
activiteiten (input). Stoornissen daarin treden op bij
letsels vóór de centrale ssuur: de motorische,
premotorische en prefrontale cortex (anterior)

3. De rol van de deze functionele eenheid is cognitieve informatieverwerking: waarneming, verwerking en
opslag van informatie (output). Stoornissen daarin worden veroorzaakt door letsels achter de centrale ssuur: de
posterieure gebieden van de laterale cortex (posterior).

Luria stelt verder dat de informatie binnen elke unit wordt verwerkt op 3 hiërarchische georganiseerde zones; primair,
secundair en tertiair. En naast deze 3 hiërarchische geordende zones onderscheidt Luria nog een derde globale indeling:
Gedrag kan worden gemoduleerd door talige processen in de (bij de meeste mensen) linkerhersenhelft of door niet-talige
processen in de rechterhersenhelft.

• Ondanks dat bepaalde aspecten van het model van Luria niet meer worden onderschreven vormde zijn gedachtegoed de
basis voor het idee dat cognitieve (deel)functies gemeten dienen te worden met een uitgebreide, systematische
testbatterij. Tevens is de gedachte dat de hersenen als geheel verantwoordelijk zijn voor gedrag, maar dat er wel
gelokaliseerde deelfuncties te onderscheiden zijn gemeengoed geworden.


20ste eeuw: Een neuroloog die bij patienten met hersenletsel onderzoek deed naar hersenfuncties, waaronder
Geschwind taalfuncties. Richte daarvoor een afasie-unit op met Harold Goodglass en Edith Kaplan. Stelde dat
er in de hersenen functionele hersen centra zijn die met elkaar verbonden zijn -> verbreken van
deze verbindingen leidt tot speci eke uitvalsverschijnselen.

-> Hij maakt hierbij gebruik van het principe dissociatie en dubbele dissociatie -> waarbij de
laatste een krachtig methodologisch argument vormt voor differentiatie van functies.


Dissociatie: Dat een bepaalde hersenbeschadiging leidt tot een speci ek functieverlies, terwijl andere
cognitieve functies intact blijven. Dit suggereert dat verschillende hersengebieden
verantwoordelijk zijn voor verschillende functies.

Dubbele Een dubbele dissociatie gaat een stap verder: hier worden twee patiënten vergeleken, waarbij de
Dissociatie: ene patiënt een probleem heeft met functie A maar niet met functie B, en de andere patiënt juist
een probleem heeft met functie B maar niet met functie A.


-> Neurologen uit de hele wereld bezochten de afasie-unit en zo werden de visie en methoden van Geschwind, Kaplan en
Goodglass wereldwijd bekend.

In de VS en Canada waren verschilende onderzoekers betrokken bij de toepassing van kwanti cerende methoden bij
patiënten met psychische of neurologische taken, 1 van de grondleggers was Arthur Benton.

Pagina 6 van 167




fi fi fi fi fi

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
April 18, 2025
Number of pages
167
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

€13,49
Get access to the full document:
Purchased by 112 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing 7 of 11 reviews
2 months ago

3.5 stars. The summary was so comprehensive and sometimes contained information that was not relevant to the exam. As a result, it sometimes also becomes a bit unclear. Very nice that everything is in there; with this summary, you could get a 10 for the exam. All the important points were there.

5 months ago

8 months ago

extensive, but quite a lot of typos and also an error that was misexplained in 2 topics

7 months ago

3 months ago

10 months ago

10 months ago

In principle, the material is summarized, but many annoying typing errors that make it not easy to read.

3,9

11 reviews

5
4
4
4
3
2
2
0
1
1
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
nangelakorten Open Universiteit
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
811
Member since
3 year
Number of followers
236
Documents
20
Last sold
6 days ago
Nangela’s samenvattingen

Samenvattingen 1e, 2e en 3e jaar Open Universiteit

4,3

101 reviews

5
55
4
30
3
11
2
1
1
4

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions