Bespiegeling Kunst Algemeen (Havo&Vwo)
Julia Schreuder
Tip: Oefen hier zelf ook mee op de site die in Its staat vermeld (Bespiegeling). Dit zijn puur
mijn aantekeningen van de site en overgetypte tekst, maar oefenen met nog meer beeld,
begrippen en geluid werkt nog veel beter (dit zijn dus lang niet alle belangrijke begrippen uit
het boek/site van Bespiegeling die je moet kennen). Havo hoeft hiervan GEEN burgercultuur!
Cultuur van de kerk:
(11e t/m 14e eeuw)
2.1 Kloosters
Architectuur en bouwkunst:
Een kapiteel is een kopstuk van een zuil, pijler of pilaster
waaraan je de bouworde herkent. (Zie afbeelding)
Een middenschip is bij een kerk met als plattegrond een
kruisvorm, een deel van de kerk dat in de lengte as is gebouwd en omgeven
wordt door zij beuken.
Een apsis is een halfronde nis of uitbouw waarmee het
koor van de kerk wordt afgesloten. (Zie afbeelding rechts)
Reliëf is een driedimensionale
gebeeldhouwde afbeelding in
hout, brons, steen, etc. die niet
helemaal vrijstaand is. (Zie afbeelding links)
Een benaming voor (bouw)kunst uit Europa uit de 11e
en 12e eeuw noem je romaans.
Kloosterordes en leefwijzen:
Cluniacenzers is een kloosterorde gesticht in Cluny.
Luxe en rijkdom ter ere van God is kenmerkend voor de leefwijze, liturgie en
bouwstijl van de cluniacenzers.
Cisterciënzers is een kloosterorde gesticht in Citeaux.
Soberheid, in navolging van Christus, is kenmerkend voor de leefwijze, liturgie
en bouwstijl van de Cisterciënzers.
,Heiligen en relieken:
Een martelaar is iemand die vereerd wordt omdat hij geleden heeft en
gestorven is omwille geloof of overtuiging.
De katholieke kerk verklaarde martelaren heilig, die gestorven zijn ten tijde van
de christenvervolging in het Romeinse Rijk.
Elk van de twaalf leerlingen en volgers van Christus, de eerste verspreiders van
het Christelijke geloof noem je een apostel.
Een overblijfsel van een heilige noem je een reliek.
Kenmerken van relieken zijn:
- Ze worden meestal bewaard in duur bewerkte houders (reliquiarium) of
kasten (reliekschrijn).
- Ze kunnen voorwerpen zijn die de heilige heeft aangeraakt (secundaire
relieken).
- Ze kunnen delen van het stoffelijk overschot van de heilige betreffen
(primaire relieken).
Een bedevaartstocht naar plaatsen waar relieken van heiligen worden bewaard
of een goddelijk wonder heeft plaats gevonden noem je pelgrimstocht.
Schrift en boeken:
Handschriften gebundeld tot een boek noemen we codex.
Manuscript is een document dat met de hand geschreven is voor de uitvinding
van de boekdrukkunst.
Een schrijfkamer waar boeken in een klooster worden gekopieerd en bewaard
noem je een scriptorium.
Liturgie en gebed:
Een (gedeeltelijke) kwijtschelding van straf voor de zonden die iemand heeft
begaan binnen de katholieke kerk noem je een aflaat.
Getijden zijn de officiële gebeden van de katholieke kerk op vaste tijden van de
dag.
, Muziek:
Gregoriaans is de benaming van de eenstemmige Latijns onbegeleide kerkzang
in de katholieke kerk.
Een vroege vorm van muzieknotatie die bestaat vóór de notenbalk notatie
noem je neumen.
De vorm van de neumen geven het stijgen of dalen van de melodie aan.
Melismatisch is in de eenstemmige vocale muziek het zingen van meerdere
noten op één lettergreep.
Syllabisch is in de vocale muziek het zingen van één noot per lettergreep.
Geloofsbeleving:
Mystiek is het streven naar – en de persoonlijke ervaring van – één te worden
met God.
2.2 Kathedralen
Architectuur en beeldende kunst:
Gotiek is een laat-middeleeuwse stijl in de architectuur en beeldende kunst.
De laat-middeleeuwse stijl die je terugziet in deze kathedraal
noem je gotiek. (Zie afbeelding)
Kenmerken voor de bouwkunst in de gotiek zijn:
- Luchtbogen
- Spitsbogen
- Grote raampartijen
Kenmerkend voor de beeldende kunst in de gotiek is het
streven naar gedetailleerdheid en realisme.
Muziek:
Een chanson is in de middeleeuwen de benaming voor niet-religieuze liederen
van de Franse troubadours.
Tegenwoordig is het chanson een meer algemene benaming voor Franstalige
(literaire) liederen.
Polyfonie (letterlijk; meerstemmigheid) is een meerstemmige
compositietechniek waarbij elke stem een zelfstandige melodie volgt.
De hoofdmelodie die uitgangspunt is in de meerstemmige (polyfone)
compositietechniek noem je cantus firmus.