Het is een ernstige fout om te veel te vragen van elke regering. Democratie zorgt er niet automatisch voor dat mensen
gelukkig, rijk, gezond, wijs, vreedzaam of eerlijk behandeld worden. Geen enkele regering kan zulke doelen helemaal
waarmaken.
Ook al heeft democratie haar tekortkomingen, we mogen de voordelen ervan niet vergeten. Juist die voordelen maken
democratie beter dan elk ander systeem:
1. Democratie helpt een regering van wrede, kwaadaardige autocraten voorkomen.
Autocraat: Een persoon die met onbeperkte macht regeert.
2. Democratie garandeert burgers een aantal fundamentele rechten die niet-democratische systemen niet verlenen en
niet kunnen verlenen.
Fundamentele rechten: rechten die burgers de vrijheid geven om zonder bemoeienis van de overheid te leven.
3. Democratie geeft mensen meer persoonlijke vrijheid dan elk ander systeem dat in de praktijk mogelijk is.
4. Democratie helpt mensen om hun eigen belangrijke belangen te verdedigen.
5. Alleen een democratische regering geeft mensen echt de kans om zelf te bepalen hoe ze willen leven – door te zorgen
dat de wetten waar ze onder leven ook door henzelf zijn gekozen.
6. Alleen in een democratische regering krijgen mensen echt de kans om morele verantwoordelijkheid te nemen voor de
keuzes en regels in hun samenleving.
Moreel: Wat goed is en wat fout is, over normen, over wat moet of hoe het hoort.
7. Democratie helpt mensen zich beter te ontwikkelen dan elk ander praktisch mogelijk systeem.
8. Alleen een democratische regering kan een relatief hoge mate van politieke gelijkheid bevorderen.
9. Moderne representatieve regeringen voeren geen oorlog met elkaar.
10. Landen met democratische regeringen zijn over het algemeen welvarender dan landen met niet-democratische
regeringen. De utilistische filosoof Mill is bekend als voorstander voor een representatieve democratie.
Utilisme: menselijke handelingen gericht moeten zijn op het grootst mogelijke geluk voor het grootst mogelijke aantal
mensen
Kwestie 1: wie mag er meedoen in een democratie?
Zonder actief en passief stemrecht kan een democratie niet functioneren. De kern van democratie is dat elke burger op
een of andere manier mag beslissen.
❖ Plato: Voor een regering van koning-filosofen. Tegen democratie.
❖ Dahl: Voor democratie, tegen het idee dat alleen politieke experts geschikt zouden zijn om een land te
besturen.
❖ Mill: Democratie is een rationele manier van bestuur.
Rationeel: Komt van ratio of rede. En dat duidt op jouw verstand, op denkvermogen. Het geven van stemrecht
verhoogt rationaliteit van het politieke process.
❖ Schumpeter: Hij twijfelt aan het vermogen van gewone burgers om rationeel te oordelen, zelfs als ze in hun
werk laten zien dat ze intelligent en verstandig zijn.
,Plato
Plato is tegen democratie omdat hij denkt dat maar een paar mensen voldoende intellectuele en morele
kwaliteiten hebben om te kunnen regeren
Intellectueel: Het vermogen om te leren, te begrijpen, te redeneren, te plannen, te denken maar ook om te leren
Plato’s mensbeeld is dualistisch. De menselijke ziel is onverandelijk en onsterfelijk. Het bestaat uit 3 delen:
1 De rede (goud), leidinggeven
2 Het gemoed (zilver), de staat bewaken
3 De bergeerte (brons), werken
Om ervoor te zorgen dat de 3 delen niet mengen en mensen zich op de juiste plek bevinden in de maatschappij, vertelt
Plato ze de ‘nobele leugen’. Mensen die geschikt zijn om leidingen te geven zijn door God bij geboorte met goud
vermengd. eschermers zijn door God met zilver vermeng. Boeren en andere handswerklieden met ijzer en brons.
In zijn ideale samenleving specialiseren mensen zich. Iedereen doet datgene waar hij van nature geschikt voor is. Op
deze manier is de samenleving een harmonieus en rechtvaardig geheel.
Harmonieus: Dingen die goed bij elkaar passen
Rechtvaardig: Juist en eerlijk handelen naar de situatie
Plato noemt de ideale heersers koning filosofen. Koning filosofen hebben een geschikt karakter om te leiden: ze zijn
verstandig, leergierig, niet bang of beinvloedbaar. Daarnaast hebben koning filosofen inzicht in het Idee van het Goede
en Rechtvaardige. Koning-filosofen beheersen het besturen van de staat op dezelfde manier als andere mensen een vak
of wetenschap beheersen.
Plato vindt een aristocratisch bestuur van koningfilosofen de beste staatsvorm.
Autocraat: Een persoon die met onbeperkte macht regeert.
De andere leden van de gemeenschap behoren volgens Plato geen politieke macht te hebben. Een bekend probleem van
aristocratische systemen is dat machthebbers gemakkelijk corrupt kunnen worden. Om te voorkomen dat
koning-filosofen hun onpartijdigheid verliezen en door macht worden gecorrumpeerd, vindt Plato dat zij geen bezit
mogen hebben, geen liefdesrelaties mogen aangaan en niet mogen weten wie hun kinderen zijn. Vanaf jonge leeftijd
worden zij opgeleid in deugden, onpartijdigheid en de kunst van het regeren. De 'nobele leugen' moet ervoor zorgen
dat de koning-filosofen hun taak aanvaarden en dat het volk hun leiderschap accepteert.
Deugd: een positieve eigenschap zijn waar een bepaald persoon over beschikt.
Dahl
Dahl is tegen het idee van een regering door politieke specialisten. Er bestaat niks zoals de wetenschap van hte regeren.
en politiek kan nooit alleen afhankelijk zijn van technologische expertise.
Volgens Dahl baseert Plato zijn pleidooi voor een regering door koning-filosofen op het idee dat gewone mensen niet
beschikken over de drie deugden.
Pleidooi: een betoog waarin je probeert anderen ergens van te overtuigen en daardoor iets te bereiken.
1. Mensen missen volgens Plato het verstandelijke vermogen om hun eigen belang los te zien van het algemeen belang.
2. Mensen missen ook de morele instelling om echt het algemene belang na te streven.
3. De meeste mensen hebben niet de technische kennis om het algemene belang daadwerkelijk in de praktijk te
brengen.
, Dahl zegt zelf dat ook democraten soms mensen buitensluiten omdat ze die drie eigenschappen missen. Daarmee lijkt
hij toch een beetje Plato gelijk te geven.
Plato’s koning-filosofen zouden volgens hem kennis hebben van wat echt goed en rechtvaardig is. Dahl vindt dit een
groot zwak punt in Plato’s denken. Plato gaat er namelijk ten onrechte van uit dat morele kennis net zo zeker en precies
is als kennis in de natuurkunde of wiskunde. Terwijl we bepaalde wiskundige of natuurkundige uitspraken kunnen
bewijzen, dit ontbreekt bij morele kennis. Dahl gelooft niet dat morele kennis helemaal subjectief is, maar hij vindt wel
dat Plato zich vergist door te doen alsof er één absolute waarheid is over goed en rechtvaardig, zoals die ook zou bestaan
in de natuurwetenschappen. Er bestaat geen wetenschap van het regeren.
Volgens Dahl is het feit dat sommige mensen expert zijn op belangrijke politieke terreinen nog geen goede reden om de
macht aan hen over te dragen en de democratie opzij te zetten. Technische expertise is nooit voldoende voor politieke
beslissingen. Technische beslissingen hebben uiteindelijk morele overwegingen nodig. Het opdoen van expertkennis
gaat vaak ten koste van andere vormen van kennis of inzichten. Een expert in psychologie kan bijvoorbeeld weinig
weten van economie. Daarom zal een regering die alleen uit experts bestaat altijd bepaalde kennis en inzichten missen.
Mill:
De utilistische filosoof Mill is bekend als voorstander voor een representatieve democratie.
Utilisme: Menselijke handelingen gericht moeten zijn op het grootst mogelijke geluk voor het grootst mogelijke aantal
mensen.
Representatieve democratie: De burgers geven de wetgevende macht uit handen aan een groep gekozen
vertegenwoordigers (parlement).
Mill zegt dat niet iedereen op dezelfde manier bijdraagt aan de politiek; sommige mensen doen dat op een betere of
slimmere manier dan anderen. Toch vindt hij dat het overlaten van politieke besluitvorming aan een kleine groep de
rationaliteit van het politieke proces verlaagt. Daarom is democratie, volgens Mill, een verstandigere manier van
besturen dan een regering van alleen politieke experts.
Hij geeft daarvoor twee redenen.
1. In een democratie worden betere beslissingen genomen doordat meer mensen meedenken en er daardoor meer
kennis en informatie beschikbaar is om weloverwogen keuzes te maken.
Weloverwogen: Waar goed over nagedacht is.
Zonder democratische inspraak missen expertleiders de nodige kennis over de leefomstandigheden van de bevolking.
Een beslissing die tot stand is gekomen zonder volledige informatie zal vaak een verkeerde beslissing zijn. Zonder
inspraak gaan we ervan uit dat een leider of groep leiders alles weet en alles ziet. Plato’s koning-filosofen of andere
politieke experts kunnen, zeker in een complexe maatschappij, onmogelijk alle informatie hebben. Democratische
participatie garandeert dat die informatie wel aanwezig is: mensen van alle rangen en standen kunnen deelnemen aan
het politieke proces en zo informatie leveren over hun situatie.
2. De vrijheid van meningsuiting in een democratie en de druk die het volk zo op de regering kan uitoefenen, zorgen
ervoor dat de regering rationelere, beter onderbouwde beslissingen neemt. De stem van het vlok zal er toe leiden dat een
democratische regering niet weg zal komen met een slecht besluit en dat giede besluiten beter onderbouwd zijn. Mill
ontkent dus zeker niet dat sommige mensen intelligenter of verstandiger zijn dan anderen. Hij is zelfs voor ongelijk
stemrecht tussen mensen met weinig en veel scholing. Maar een democratisch systeem is wel beter geïnformeerd en
doordachter, dan een regering door politieke experts. Juist omdat alle mensen hun stem kunnen laten horen, zijn
democratische beslissingen rationeler dan de besluiten van een groep politieke experts.