Deze samenvatting bevat veel overzichtelijke tabellen, eigen notities, de lessen en volgt de structuur
van het boek Human Biology (Rudi D'Hooge & Zsuzsanna Callaerts-Vegh van Pearson). Er staat ook in
wat er echt gevraagd ging worden (af en toe vermeld in de lessen) Je moet echt alle afbeeldingen
leren, dus heb de belangrijkste er in gezet (tip: leer op zwart-wit foto’s). De samenvatting heeft 236
pagina’s. In principe heb je het boek niet meer nodig (de oefenvragen per hoofdstuk zijn wel handig
om je te testen). Succes!
1
,HOOFDSTUK 1: THE CHEMISTRY OF LIVING THINGS
1.3 LIFE DEPENDS ON WATER
Water = de meest essentiële molecule van je lichaam
Water= polair (elektrisch geladen) (zuurstof is groter → trekt meer e- aan → is negatiever dan H2 kant)
Belangrijkste eigenschappen:
- Water is een goed oplosmiddel (door polariteit)
- Water is vloeibaar bij lichaamstemperatuur
- Water kan warmte-energie absorberen en bijhouden (temperatuur regelen)
- Evaporatie van water gebruikt warmte-energie
Wanneer ons lichaam te warm krijgt → zweten → water verdampt = neemt energie van
ons lichaam weg
- Water neemt deel aan essentiële chemische reacties
WATER IS THE BIOLOGICAL SOLVENT
Figure 1.8 How water keeps ions in solution.
Zouten vallen uiteen in water in ionen. Fig.1.8
Vb. NaCl + H2O → Na+ + Cl-
Wanneer zout in water oplost worden de afzonderlijke ionen
Na+ en Cl- uit het kristal getrokken en onmiddellijk omringd
door de polaire watermoleculen (+ met – en – met +). De
watermoleculen vormen zo'n hecht cluster rond elk ion dat ze
verhinderd worden om zich weer te verenigen in de
kristalvorm.
→ water houdt de ionen opgelost.
Hydrofiele moleculen: polaire moleculen die worden aangetrokken door water en er makkelijk mee
interacteren.
Hydrofobe moleculen: Niet-polaire, neutrale moleculen (vb. bakolie) reageren niet gemakkelijk met
water en lossen er over het algemeen niet in op.
2
,WATER IS A LIQUID AT BODY TEMERATURE
Water bestaat uit 2 waterstofatomen en een
zuurstofatoom / covalente bindingen (ze delen Fig 1.9 Hydrogen bonds in water and ice
elektronen met elkaar- sterke bindingen)
Water: temperatuur:
o 0° – 100° C→ genoeg energie om hydrogene
bindingen tijdelijk te verbreken, nieuwe
hydrogene bindingen worden snel hervormd
met nabije water moleculen = water
o < 0°C : niet genoeg warmte-energie om de hydrogene bindingen te verbreken = thermische
beweging stopt → moleculen vast volgens hydrogene bindingen = ijs
o > 100°C→ hydrogene bindingen volledig verbroken → gas
(Hydrogene bonds= hydrogene bindingen= waterstofbruggen (zwakker dan covalente en ionaire
bindingen)
1.4 THE IMPORTANCE OF HYDROGEN IONS
Hydrogene ion = H +
Hydroxide ion = OH-
H+: proton (H2O → H+ + OH-)
- Zuren (pH < 7) doneren H+
- Basen (pH > 7) accepteren H+
H+(waterstof ion): bepaalt de zuurte van water.
Hoe groter de pH-waarde van water → hoe minder
waterstofionen
Ons bloed = pH= ongeveer neutraal(7,4)
→ Vanaf een kleine verzuring van ons bloed
functioneren de eiwitten in ons lichaam niet
Fig 1.10: de pH schaal: indication of the H+
meer (denatureren)
concentratie van een oplossing
→ (Kleine verandering=grote gevolgen)
Een zure oplossing met een pH = 5 heeft een H+ concentratie van 10-5 mol/liter
Een basische oplossing met een PH= 9 heeft een H+ concentratie van 10-9mol/liter
3
, BUFFERS MINIMIZE CHANGES IN PH
Buffers: reguleren de pH waarde/ stabiliseren pH veranderingen in het lichaam
- Minimaliseren pH verandering
- Helpt de pH in lichaamsvloeistoffen stabiel te houden
Koolzuur en bicarbonaat vormen een van de belangrijkste bufferparen in het lichaam.( Carbonic acid
and bicarbonate act as one of the body’s most important buffer pairs)
1.5 THE ORGANIC MOLECULES OF LIVING ORGANISMS
Organische molecule: bevat koolstof (C ) en andere elementen/ covalente binding
Kan heel lange ketens maken = macromoleculen
→ Verschillende types reacties: synthetiseren of afbreken van macromoleculen binnen de cel
1. Dehydratatie synthese: macromoleculen worden opgebouwd binnen de cel
- Verwijdert het equivalent van een watermolecuul om moleculaire eenheden te verbinden
- Heeft energie nodig
- Bouwt macromoleculen op uit kleinere sub eenheden
2. Hydrolyse: macromoleculen worden afgebroken
- Voegt het equivalent van een watermolecuul toe om macromoleculen uit elkaar te halen
- Geeft energie vrij
! dehydratatie synthese is het omgekeerde van hydrolyse
4