oefenvragen
Dit document bevat 120 oefenvragen over psychopathologie, speciaal
samengesteld ter voorbereiding op de toets voor studenten aan Tilburg
University. Gebruik deze vragen om je kennis te testen en je optimaal voor
te bereiden op het tentamen.
, 1. Wat is géén van de “vier D’s” van psychologische
abnormaliteit?
A. Deviantie
B. Dysforie
C. Distress
D. Disfunctie
2. In de Middeleeuwen werd abnormaal gedrag vaak
toegeschreven aan demonische invloeden. Wat maakt deze
opvatting volgens moderne inzichten vooral problematisch?
A. Ze verklaarde gedrag alleen via biologische processen.
B. Ze leidde tot het gebruik van medicijnen die verslavend waren.
C. Ze was gebaseerd op religieuze interpretaties in plaats van empirisch
bewijs.
D. Ze minimaliseerde het gevaar van psychische stoornissen.
3. Welke uitspraak over de vier D’s van abnormaliteit is onjuist?
A. Gedrag hoeft niet altijd distress te veroorzaken om als abnormaal te
worden beschouwd.
B. Deviantie is universeel gedefinieerd door biologische normen.
C. Disfunctie impliceert een belemmering in het dagelijks functioneren.
D. Danger verwijst naar gedrag dat mogelijk schade veroorzaakt bij
zichzelf of anderen.
4. Wat is een belangrijke reden waarom de morele behandeling
aan het einde van de 19e eeuw in verval raakte?
A. Nieuwe medicijnen maakten humanitaire zorg overbodig.
B. Gestichtsleiders vonden morele behandeling te duur.
C. De populariteit van psychoanalyse leidde tot afwijzing van fysieke
behandelingen.
D. De combinatie van overbevolking en lage genezingspercentages leidde
tot teleurstelling.
5. Welke van de volgende onderzoekers wordt beschouwd als de
eerste arts die geestesziekte als een legitieme ziekte erkende,
vergelijkbaar met lichamelijke aandoeningen?
A. Hippocrates
B. Dorothea Dix
C. Johann Weyer
D. Philippe Pinel
6. In welk opzicht kunnen correlatiestudies géén causale
conclusies trekken?
A. Ze zijn te duur om op grote schaal uit te voeren.
B. Ze meten variabelen, maar manipuleren deze niet.