,samenvatting basisboek bedrijfseconomie wim koetzier 13e editie 2023 9789001035174.png
,samenvatting basisboek bedrijfseconomie wim koetzier 13e editie 2023 9789001035174.png
,samenvatting basisboek bedrijfseconomie wim koetzier 13e editie 2023 9789001035174.png
Hoofdstuk 1 – Concumenten en producenten
1.1 Consumenten en producenten
In de economie werken consumenten en producenten met elkaar samen. Ook producenten onderling
hebben allerlei relaties. Deze relaties worden onderzocht binnen de algemene economie. Binnen de
algemene economie wordt er onderscheid gemaakt tussen twee onderdelen:
Micro-economie kijkt naar hoe markten werken en hoe prijzen ontstaan.
Macro-economie onderzoekt de economie van een land of samenleving als geheel, zoals
werkloosheid en economische groei.
De bedrijfseconomie richt zich op economische keuzes binnen bedrijven zelf, bijvoorbeeld hoe een
bedrijf producten maakt en verkoopt. Hierbij zijn efficiëntie en effectiviteit belangrijk.
Efficiënt werken betekent met zo min mogelijk kosten een product maken.
Effectief werken betekent dat een product zo goed is dat klanten het willen kopen.
Veel organisaties maken tegenwoordig een missieverklaring. Daarin staat wat het doel van het bedrijf is.
Dit kan gaan over winst, maar ook over bijdragen aan het milieu of zorgen voor goede
arbeidsomstandigheden voor personeel.
1.2 Profit- en non-profitorganisaties
We maken onderscheid tussen organisaties die winst willen maken (profitorganisaties) en organisaties
zonder winstoogmerk (non-profitorganisaties), zoals de overheid.
Profitorganisaties maken producten of diensten waar mensen behoefte aan hebben en
waarvoor ze willen betalen. Ze werken via het marktmechanisme: vraag en aanbod bepalen wat
er gebeurt.
Non-profitorganisaties, zoals gemeenten, waterschappen of provincies, leveren vaak collectieve
goederen. Deze goederen zijn er automatisch voor iedereen, zoals dijken tegen wateroverlast.
Je kunt anderen daar niet van uitsluiten.
Voor zulke goederen gebruikt de overheid het budgetmechanisme. Dat betekent dat iedereen
meebetaalt via belastingen. Soms laat de overheid bepaalde taken over aan bedrijven. Dit heet
privatisering.
, samenvatting basisboek bedrijfseconomie wim koetzier 13e editie 2023 9789001035174.png
1.3 Ondernemingsactiviteiten
Bedrijven kunnen op verschillende manieren producten maken:
Stukproductie betekent dat een product speciaal op bestelling wordt gemaakt. Denk aan een
maatpak.
Massaproductie is het tegenovergestelde: er worden veel dezelfde producten gemaakt, zoals
flessen shampoo. Die zijn gewoon op voorraad.
Er zijn ook tussenvormen:
Seriemassaproductie: een product wordt in grote hoeveelheden gemaakt, maar klanten kunnen
kiezen uit een aantal vaste opties. Bijvoorbeeld een auto in verschillende kleuren.
Seriestukproductie: losse onderdelen worden gecombineerd tot een eindproduct. De klant stelt
het product deels zelf samen, bijvoorbeeld een computer waarbij je geheugen, processor en
harde schijf kiest. Dit zorgt voor veel mogelijke combinaties zonder dat alles apart geproduceerd
hoeft te worden.
1.4 Rechtsvormen van ondernemingen
Een bedrijf moet kiezen in welke juridische vorm het wil opereren. Dat heet de rechtsvorm. De
rechtsvorm bepaalt onder andere wie verantwoordelijk is voor schulden, hoeveel belasting je betaalt en
of het bedrijf makkelijk door kan gaan bij ziekte of overlijden van de eigenaar.
Er zijn twee hoofdgroepen:
Zonder rechtspersoonlijkheid: de eigenaar is zelf aansprakelijk met zijn privévermogen.
Met rechtspersoonlijkheid: de onderneming is een apart persoon in juridische zin. De eigenaar
is niet persoonlijk aansprakelijk.
Enkele rechtsvormen:
Eenmanszaak: één eigenaar. Hij of zij betaalt inkomstenbelasting en is volledig aansprakelijk.
Vennootschap onder firma (vof) of andere personenvennootschappen: meerdere eigenaren. Ze
zijn meestal hoofdelijk aansprakelijk.
Commanditaire vennootschap (cv): naast werkende vennoten zijn er ook stille vennoten die
alleen geld inbrengen.
Besloten vennootschap (bv) en naamloze vennootschap (nv): hebben rechtspersoonlijkheid.
Eigenaren zijn aandeelhouders. Leiding en eigendom zijn gescheiden.
Coöperatie: een groep mensen werkt samen om gezamenlijke doelen te bereiken, bijvoorbeeld
inkoop of productie.
Onderlinge waarborgmaatschappij: een coöperatie die verzekeringen aanbiedt aan leden.