Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Persoonlijkheidsleer leerjaar 2024/2025

Rating
3,0
(1)
Sold
7
Pages
42
Uploaded on
20-06-2025
Written in
2024/2025

Een volledige samenvatting voor het vak persoonlijkheidsleer, geschreven in leerjaar 2024/2025. De samenvatting omvat alle colleges en voorgeschreven literatuur van het boek; Personality Psychology: Domains of Knowledge About Human Nature, 4e (welke ik helaas niet kon toevoegen omdat het boek pas in januari 2025 uitgekomen is) De samenvatting is in het nederlands geschreven. De stof uit het boek is dus vertaald. Tot slot heb ik nog twee tabellen toegevoegd; één met de waardering van de hoofdstromingen en één welke een overzicht van alle stromingen omvat.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

, PERSOONLIJKHEIDSLEER
Theorieën van Freud, Skinner, Eysenck, Rogers, Kelly, Goldberg, Costa, McCrae en Erikson
HOORCOLLEGE 1: INLEIDING PERSOONLIJKHEIDSLEER EN HET INTRAPSYCHISCH DOMEIN (IN DE GEEST)
Het intrapsychisch domein = Dit domein houdt zich bezig met mentale persoonlijkheidsmechanismen, waarvan vele buiten het
domein van het bewuste bewustzijn opereren. De dominante theorie in dit domein is Freuds theorie van de psychoanalyse. Deze
theorie begint met fundamentele aannames over het instinctieve systeem – de seksuele en agressieve krachten waarvan wordt
aangenomen dat ze een groot deel van de menselijke activiteit aandrijven en stimuleren. Het intrapsychische domein omvat ook
afweermechanismen zoals verdringing, ontkenning en projectie.

Introductie persoonlijkheid (Deel I)
Definitie (1) = het totaal aan eigenschappen, karakterstrekken, overtuigingen, gedragingen dat de mens tot een uniek individu maakt
(Hollander, 1971). Op basis van de relevante kenmerken kun je mensen onderscheiden.

Definitie (2) = “Een verzameling psychologische kenmerken en mechanismen in het individu die georganiseerd zijn en relatief stabiel
zijn en die zijn/haar interacties met en aanpassing aan de intrapsychische, fysieke en sociale buitenwereld beïnvloeden”
▪ Psychologische kenmerken (traits): eigenschappen, attitudes, passies, afkeer etc…; karakteristieken wat de verschillen tussen
mensen omschrijft.
▪ Psychologische mechanismen: processen welke verantwoordelijk zijn voor veranderingen is psychologische uitkomsten, ziet
vaak op cognitieve processen (bijv. aandachts-of geheugenprocessen)
die samenhangen;
o Psychologische mechanismen bestaan uit drie essentiële
onderdelen; input (de omgeving waarin iemand zich bevind), besluit
regels (gevoeligheid voor bepaalde informatie) en output (de
uiteindelijke actie).
o “Within” = de persoonlijkheid van iemand kan over de tijd veranderen door nieuwe ervaringen en/of psychologische
processen.
▪ Georganiseerd zijn: de kenmerken hangen samen en zijn dynamisch gestuurd. Persoonlijkheid is geen random collectie van
elementen. Het ziet op kenmerken die gelinkt kunnen worden aan elkaar (coherent)
▪ Relatief stabiel zijn: over situaties (consistentie) of over tijd (continuïteit).

Het gebruik van traits (woorden die eigenschappen beschrijven) is om drie redenen handig;
1. Het omschrijft mensen en helpt het begrijpen van de dimensies wat mensen verschillend maakt.
2. Traits dragen bij aan het omschrijven van gedrag.
3. Traits kunne bijdragen aan het voorspellen van toekomstig gedrag.

Interacties met de buitenwereld
▪ Perceptie: hoe kijk je tegen bepaalde dingen aan? Dit is afhankelijk van je persoonlijkheid.
▪ Selectie: het hangt af van je persoonlijkheid welke situaties je op zoekt. Het gaat erover hoe we onze vrienden, hobby’s,
opleidingen of carrière keuzes maken. Denk aan relaxen op het strand of een uitdagende boswandeling.
▪ Evocatie: wat je oproept bij sociale anderen (onbewust)
▪ Manipulatie: persoonlijkheid beïnvloed de manier waarop je invloed uitoefent op de mensen om je heen (bewust)

Aanpassing (adaptation) binnenwereld & omgeving
▪ Coping: de manier hoe je met bepaalde (stressvolle) situaties omgaat.
▪ Aanpassingsvermogen: flexibiliteit in relatie tot de omgeving.

Drie niveaus
1) Menselijke aard: kenmerkend voor de soort “mens” (bijvoorbeeld het feit dat we sociale wezens zijn) – like all others
Voorbeeld: het gevoel ervaren ertoe te doen.
2) Individuele en groepsverschillen: tussen mensen/ groepen – like some others
Voorbeeld: mannen zijn fysiek agressiever dan vrouwen.

,3) Individuele uniekheid: bijvoorbeeld iemands persoonlijke manier om genegenheid/ affectie te uiten. – like no others
Voorbeeld: Karel zijn unieke manier om angst te tonen.
▪ Nomothetisch De studie van de algemene kenmerken van mensen zoals ze verspreid zijn over de bevolking, doorgaans
met behulp van statistische vergelijkingen tussen individuen of groepen.
▪ Idiografisch De studie van individuele personen, met als doel algemene principes te observeren zoals deze zich in de loop
van de tijd manifesteren in een enkel leven.

Zes domeinen (binnen dit vak focus op de eerste vijf domeinen)
Domein Uitleg Theorieën
Dispositionele (HC 2) Ziet op modellen die gericht zijn op basale o.a. vijf-factor model
eigenschappen.
Biologische Modellen gericht op genetische, o.a. biologische trait-theorie
psychofysiologische en evolutionaire
processen.
Intrapsychische (HC 1) Modellen gericht op mentale processen Psychodynamische theorieën
Cognitief-experimentele Modellen gericht op cognities en subjectieve o.a. Rogers, Kelly
ervaringen
Sociale en culturele Modellen gericht op wederzijdse o.a. sekseverschillen, gender,
beïnvloeding (maatschappelijke normen culturele verschillen
versus persoonlijkheid)
Aanpassings- Gaat het goed met je? Ben je gezond? Ziet
op gezondheid en psychopathologie

Standaarden + Skinner
Standaarden beoordelen persoonlijkheidstheorieën….
▪ Volledigheid: hoe allesomvattend/ omvangrijk is de theorie? – het verklaart het geheel aan feiten en observaties binnen het
desbetreffende domein.
o Theorie zelfwaardering versus 5-factormodel (= vollediger)
▪ Heuristische waarde: iets dat van waarde is om iets andere te vinden of op het spoor te komen, een vernieuwende kijk/ kader
op een bepaalde zaak. – geeft aanleiding tot verder onderzoek.
▪ Toetsbaarheid: de voorspellingen die voort komen uit de theorie zijn concreet genoeg om (empirisch) te kunnen toetsen.
o De theorie wordt betwist omtrent de toetsbaarheid ervan
▪ Zuinigheid/ Spaarzaam: de theorie heeft minimale assumpties (hoe meer assumpties, des te minder spaarzaam de theorie)
▪ Verenigbaarheid en integratie met andere kennis: is de theorie consistent met hetgeen er gevonden wordt in andere domeinen?
– criterium wat minder vaak beoordeeld bij het beoordelen van een theorie (minder relevant)
o Een deel van Freud zijn theorie kwam niet overeen met vernieuwd hersenonderzoek.

Een goede theorie = Een theorie die dient als een nuttige gids voor onderzoekers, bekende feiten ordent en voorspellingen
doet over toekomstige waarnemingen


Theorie Skinners (persoonlijkheids)theorie - operante analyse: “All we need to know in order to describe and explain behavior is
this: actions that are followed by good outcomes are likely to recur, and actions followed by bad outcomes are less likely to recur”
(Skinner, 1953)
▪ Gedrag wat beloond wordt, wordt herhaald. Gedrag wat bestraft wordt, zal afnemen.
▪ Persoonlijkheid = Het gedrag (het construct persoonlijkheid is niet benodigd)

Onderzoeken persoonlijkheid (compacte (=zuinig) en goed voorspellende theorie)
▪ Persoonlijkheid = resultaat van de bekrachtigingsgeschiedenis (waar is iemand voor beloond en gestraft?)
▪ Verschillen worden verklaard door de unieke geschiedenis van bekrachtigende consequenties op gedrag
▪ Veranderen persoonlijkheid kan enkel door het veranderen van de omgeving/ maatschappij

, Bronnen gegevens
▪ Zelfrapportage (Z): Informatie die iemand mondeling over zichzelf
prijsgeeft, vaak op basis van een (gestandaardiseerde) vragenlijst
of interview. Zelfrapportagegegevens kunnen op verschillende
manieren worden verkregen, waaronder interviews waarin iemand
vragen wordt gesteld, periodieke verslagen waarin iemand
gebeurtenissen vastlegt terwijl ze plaatsvinden, en verschillende
soorten vragenlijsten. – gestructureerd (gesloten vragen/ Likert
Schaal bijv.) en ongestructureerd (open vragen)
Nadelen; mensen zijn niet altijd eerlijk en moeten gemotiveerd zijn.
▪ Observaties (O): De indrukken en beoordelingen die anderen
maken van een persoon met wie ze in contact komen (kan een
Stabiliteit versus Veranderbaarheid van
onderzoeker zijn of iemand die de cliënt kent). Voor elk individu
persoonlijkheid
zijn er tientallen waarnemers die zich dergelijke indrukken vormen.
▪ Kern van persoonlijkheid: gevormd door vroege
Methoden voor observatierapporten maken gebruik van deze
levenservaringen, percepties van zelf en
bronnen en bieden tools om informatie over iemands
buitenwereld, basale attitudes, waarden,
persoonlijkheid te verzamelen. Waarnemers kunnen toegang
interesses en motieven
hebben tot informatie die niet via andere bronnen te verkrijgen is,
▪ Kenmerkende responsen: tamelijk voorspelbaar
en er kunnen meerdere waarnemers worden ingezet om elk
gedrag
individu te beoordelen. Doorgaans kan een meer valide en
▪ Rolgerelateerd gedrag, afhankelijk van de
betrouwbare beoordeling van de persoonlijkheid worden bereikt
context
wanneer er meerdere waarnemers worden ingezet
Extern versus intern (van buiten naar binnen gelet
(interbeoordelaarsbetrouwbaarheid is hierbij belangrijk).
op de ring) & dynamisch versus constant (van buiten
o Voordelen van observanten in de natuurlijke omgeving;
naar binnen gelet op de ring)
natuurlijk gedrag kan geobserveerd worden en daarnaast kan
het gedrag in verschillende situaties beoordeeld worden
(“multiple social personalities)
o Nadelen van observanten uit de nabije omgeving; kan sprake zijn van (selectie) bias omdat zij de cliënt kennen.
▪ Gestandaardiseerde testen (T): Een veelvoorkomende bron van persoonlijkheidsrelevante informatie is gestandaardiseerde
tests (T-data). Bij deze metingen worden deelnemers in een gestandaardiseerde testsituatie geplaatst om te zien of
verschillende mensen anders reageren of zich anders gedragen in een identieke situatie. Het afleggen van een examen, zoals
de Scholastic Aptitude Test, is een voorbeeld van T-data als maatstaf om schoolsucces te voorspellen.
o Nadelen van gestandaardiseerde testen; participanten kunnen achterhalen wat er uitgevraagd wordt, de onderzoeker kan
invloed hebben op hoe de onderzochte zich gedraagt maar… het blijft een onmisbare bron vanwege het experimentele
karakter en de mogelijkheid hypothese te toetsen wat in een “normale” omgeving niet meetbaar is.
o Belangrijke data vandaag de dag komt voort uit psychologische data (o.a. hersenactiviteit), projectieve technieken en
opname apparatuur waar bijvoorbeeld bewegingsregistratie mee vastgelegd wordt.
▪ Levenskenmerken (L): Informatie die kan worden afgeleid uit de gebeurtenissen, activiteiten en resultaten in iemands leven die
openbaar toegankelijk zijn. Huwelijken en echtscheidingen zijn bijvoorbeeld openbare informatie. Persoonlijkheidspsychologen
kunnen soms informatie verzamelen over de clubs waar iemand lid van is, indien van toepassing; hoeveel snelheidsboetes
iemand de afgelopen jaren heeft gekregen; of iemand een vuurwapen bezit. Dit alles kan dienen als bron van informatie over
iemands persoonlijkheid.
Gedurende een onderzoek wordt er vaak gebruikt gemaakt van verschillende bronnen die elkaar aanvullen.

Typeren theorieën (drie kenmerken)
▪ Ontwikkelingstheorie versus non-ontwikkelingstheorie: levensloop versus gedrag op een bepaald moment
▪ Stadium theorie versus continue ontwikkelingstheorie
▪ Voornamelijk beschrijvend versus verklarend
▪ Gericht op stabiele of veranderlijke kenmerken

Relevantie persoonlijkheidstheorieën
▪ Theorieën over (ontwikkelings-) kenmerken individu en mechanismen die ten grondslag liggen aan ontwikkeling

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 20, 2025
File latest updated on
July 1, 2025
Number of pages
42
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

€8,56
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
10 months ago

3,0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
EvaTurk Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
320
Member since
4 year
Number of followers
61
Documents
14
Last sold
6 days ago

3,9

33 reviews

5
14
4
10
3
5
2
1
1
3

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions