Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Hoorcollege aantekeningen Microbiologie

Rating
3,0
(1)
Sold
4
Pages
54
Uploaded on
06-01-2021
Written in
2019/2020

Hoorcollege aantekeningen Microbiologie

Institution
Course

Content preview

Hoorcolleges microbiologie
Hoofdstuk 3 Bacteriele cel structuur
Plasma-membraan = barriere
Bacteriele cel wall: laag om plasma-membraan heen

Prokaryoot:
- geen celkern (DNA niet omsloten), cytoskelet en organellen
- primitieve structuren zijn wel mogelijk
- bacteriën vs archae

Vorm
Coccus/cocci: rond, in strengen of clusters (S. agalactiae; chains, s. aureus; clusters)
Rod: staafvormig/bacilli (bacillus megaterium)
Variaties en aparte vormen door differentiatiem en specificatie (spirillum, spirochetes, filamentous)
Vibrios: comma shaped, spirilla: rigid, spiral shaped

Evolutie voor aanpassing aan omgeving
Bacteriën zijn heel klein, verhouding oppervlak en volume is relatief groot -> snellere groei en evolutie mogelijk
Een staaf is gunstiger dan een coc -> veel membraan is gunstig
Oplossing van grote eukaryote cellen; oplossing ontwikkeling specifieke organellen

Functies membraan:
-opname van nutrient, uitscheiding van afvalstoffen
-communicatie met de buiten wereld, signaal overdracht
-ademhaling, het genereren van energie en fotosynthese

Limieten aan cel grootte:
- Parasitaire bacteriën zijn klein (0,2-0,4 um); maken gebruik van de gastheer
- Cellulaire organismen <0,15 um in diameter komen bijna niet voor, essentiële structuren hebben ruimte nodig

Prokaryoten zin klein: tussen 0,2 um en 700 um in diameter
Uitzonderingen zijn mogelijk; voorkomen van predatie door eencelligen -> via intern membraanoppervlak toch
gunstige inrichting (+ plooiing) => Epulopiscum fishelsoni + Thiomargairta namibiensis

Celorganisatie: Plasma membraan -> cel wand -> lagen buiten de cel wand




Cell envelope: omsluitingen van de cel
- plasma membraan
- cel wand
- capsule

,Plasma membraan:
- dunne structuur direct om cytoplasma; scheidt het cytoplasma van de omgeving
- flexibel; fosfolipide dubbellaag met eiwitten
- vloeibaar; eiwitten kunnen zich goed lateraal bewegen (fluid mosaic model)
- selectief permeabel: via transporters (carriers) en channels

Functies:
- permeabiliteit barriere: polaire en geladen moleculen via diffusie of actief transport
- membranen op bepaalde plekken houden
- energie conservering proton motive force

Fosfolipide dubbellaag:
- variatie in groepen aan glycerol backbone
- hydrofobe (apolair) fatty acids naar binnen en hydrofiele delen naar buiten
- fosfolipiden in waterig milieu -> vorming bilaag; energetisch meest gunstig
- versterking structuur door hopanoids (ipv cholesterol in eukaryote membranen)

Membraan eiwitten:
- functies: transport, cell deling, communicatie
- integrale membraan eiwitten; hydrofobe interacties en perifere membraan eiwitten;
zitten aan integrale membraan eiwitten vast (amphipathic; hydrofoob en fiele kant)




Diffusie ; met de concentratiegradient mee, geen externe energie nodig
Passief: niet specifiek (O2, CO2, H2O)
Gefaciliteerde diffusie:
- kanalen: porien, niet heel specifiek
- carriers: specifiek
-> snelheid transport vlakt later af doordat alle carrier bezet is met substraat dat
getransporteerd moet worden -> snelheid neemt af

Carrier eiwit bindt substraat dat getransporteerd moet worden -> conformatie
verandering carrier -> substraat losgelaten aan andere kant

Actief transport: via specifieke carriers, externe energie nodig voor stroom tegen de gradient in
- primaire: uniporters (transport van 1 specifiek molecuul) via ABC
transporters; mbv hydrolyse ATP -> geen modificatie substraat

,- secundaire: energie mbv ion gradient, geen modificatie substraat, via cotransporters: symporter (2 moleculen
zelfde richting) en antiporter (2 moleculen tegengestelde richting) -> 1 levert energie voor gradient verschil
- group translocatie: bij opname van suikers, energie door PEP via fosforylering energieoverdracht, IIC bindt ->
conformatie verandering en fosforylatie substraat dus modificatie
*enzym II: specifiek

Cel wand: bevindt zich om plasmamembraan
Functies:
- bepaalt de vorm van de bacterie
- bescherming tegen osmotische stress en toxixiteit
- draagt bij aan pathogeniciteit

2 typen bacteriën op grond van de cel wand -> invloed op gedrag bij gram-kleuring
- negatief: 2 lagen membranen; outer membraan (LPS) en peptidoglycan
Buitenmembraan: binnenkant (fosfolipide) en buitenkant (LPS), peptidoglycanlaag dun en verbonden met
buitenmembraan door lipoprotein, extensive periplasm met veel eiwitten
- posifief: geen buitenmembraan, een laag peptidoglycan (rigide/peptidoglycanlaag veel dikker), dun periplasm




Peptidoglycan buiten de plasmamembraan (en direct onder de buitenmembraan bij – bacteriën)
- geeft stevigheid; belangrijk bij osmotische stress
- bestaat uit suikerketens verbinding met gecrosslinkte peptide bruggen -> stevige structuur
- helicale bundles maken contact via uitstekende peptiden met paralelle bundels
- binding dmv lipoproteinen aan buitenmembraan

E. coli:
- d-aminozuren ipv l-aminozuren
- d-alanine (4) bindt met DAP (3) van een andere bouwsteen -> directe crosslinking; eptide en glycocide
bindingen

LPS: -> negatieve lading oppervlak
- lipid A: in de buitenmembraan verankert, 6 acyl staarten -> toxisch voor de host (endotoxin)
- polysacharide: inner en outer core
- o-antigene zijketens: veel verschillende soorten -> immuunresponsen; snelle verandering mogelijk
Functies:
- permeabliteitsbarriere door lading
- stabilisatie buitenmembaan
- bescherming tegen hostresponsen

Eiwitten in buitenmembraan: porines
- kanalen voor export en opname van opgeloste stoffen dmv diffusie
- niet specifiek: glucose (< 600D) en specifiek (PhoE; specifiek voor fosfaat)
- trimeren; 3 kanalen (B-sheets, aan buitenkant hydrofoob)

, Mycoplasmas: group van pathogene bacteriën die zich in een isotoom milieu bevinden -> cel wand is niet
nodig, slappe plasmamembraan is wel aanwezig; sterolen geven stevigheid

Lagen buiten de cel wand

Capsule: polysacharide mantel om bacteriën, inhiberen fagocytose
Slijm laag: diffuus, pollysacharide, zorgt voor bewegelijkheid
S-layer: mantel van eiwit, sterke laag voor vorm en stabiliteit (adhesie)
Structuren die uit de bacterie steken: flagellum en fimbriae

Fimbriae (pilli): aanhechting aan oppervlakten en andere cellen, conjugatie en transformatie, transfer DNA
Flagella: zwem bewegelijkheid (dikker), bij gram negatieve en positieve bacteriën (-> peritrichous, polar, lophotrichous)

3 basiselementen boven-beneden:
- filament: flagelline eiwit + groei aan tip
- haak: -
- anker, basale body: beweging via rotatiemotor -> kost energie

Endosporen: voor overleving
- slechte omstandigheden; vorming endosporen deling -> resistent tegen invloeden
buitenaf, in goede omstandigheden kunnen ze zich weer vormen tot vegetatieve cel
- slapende organismen
- makkelijke verspreiding via wind, water en guts
- komen alleen voor in sommige gram-positieve bacteriën (bacillus en clostridium
pathogenen)

Mycelium: netwerk van hyphae; long filaments

Coat: beschermt de core
Core:
- DNA en ribosomen
- Ca complexed door dipicolinisch zuur -> dehydratie -> bescherming van DNA en
ribosomen; geen beweging bij verhitting, geen denaturatie
- lage pH
- zuur oplosbare spooreiwitten: binding en bescherming DNA, koolstofbron tijdens
ontkieming als voeding

Endospore formatie:
- > 200 genen
- verschillende stadia, duurt 8 uur:
DNA replicatie en ophoping aan celpool -> invaginatie plasmamembraan -> vorming voorsporen met DNA er in
-> engulfment voorspoor -> vorming van complexe coat => volwaardige spoor en lysis van gastheerbactier ->
vrijkomen spoort in milieu

Bacteriën kunnen verschillende vormen en groottes hebben, vaak kleiner dan eukaryoten
Plasma-membraan: selectieve permeabiliteit, transport, energie conservatie
Peptidoglycan: vorm en stevigheid aan bacteriën, bescherming tegen osmotische druk -> crosslinked mesh
Buitenmembraan van gram negatieve bacteriën: LPS, lipide en eiwitten (porines)
Flagella zorgen voor zwem bewegelijkheid
Sporen zorgen voor overleving bij slechte omstandigheden

*Conjugatie = overdracht
OM: buitenmembraan
PG: peptidoglycan

Escherichia coli: rod-shaped 1.1-1.5 um wide + 2-6 um lang

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 6, 2021
Number of pages
54
Written in
2019/2020
Type
Class notes
Professor(s)
Matthijs bergman
Contains
All classes

Subjects

€4,79
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
luuntje11
4,0
(2)

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
5 year ago

3,0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
luuntje11 Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
6
Member since
8 year
Number of followers
6
Documents
6
Last sold
3 year ago

4,0

2 reviews

5
1
4
0
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions