1.4 Blessurepreventie en - behandeling
Blessurepreventie = het toepassen van maatregelen en adviezen ten behoeve van sporters
en begeleiders ter voorkoming van sportletsels of verergering of herhaling van letsels.
3 vormen van blessurepreventie:
1. Primaire blessurepreventie; voorkomen van blessures
2. Secundaire blessurepreventie; vermindering van een opkomende blessure
3. Tertiaire blessurepreventie: voorkomen van verergering van een bestaande
blessures
Endogene blessures = blessures die in het lichaam gelegen zijn en te maken hebben met
de belastbaarheid van de sporter.
Exogene blessures = blessures die buiten het lichaam zijn en te maken hebben met de
belasting van de sporter.
4 stadia's voor chronische blessures:
1. Pijn na de sportbeoefening
2. Ook pijn bij aanvang van sportbescherming
3. Ook pijn tijdens de sportbeoefening
4. De sporter heeft ook last tijdens rust
4 soorten blessures:
1. acute exogene blessures
2. acute endogene blessures
3. chronische exogene blessures
4. chronische endogene blessures
Exogenen factoren zijn het karakter van de sport, de kwaliteit van de accommodatie en het
materiaal.
Belangrijkste preventiemaatregelen:
1. Houd rekening met de intensiteit van de training wanneer je ziek bent of niet hersteld
bent van een blessure.
2. Zorg dat je een goede conditie en gezondheid hebt.
3. Bereid je in de trainingen conditioneel en technisch goed voor op de wedstrijden.
4. Train onder deskundige begeleiding.
5. Doe altijd eerst een uitgebreide warming-up en sluit af met een cooling-down.
6. Zorg voor een goede beschermende en ondersteunende kleding, schoenen en
materiaal.
7. Houd je aan de regels van fair play regels.
Wat zit er in een verbandkoffer?
, - Plastic handschoentjes
- Schaar
- Desinfectiemiddel
- Pleisters
- Steriele gaasjes
- Snelverband
- Verband
- Isolatiedeken
ICE-regel = Immobilisatie, Compressie en Elevatie regel. De hele benaming is koelen.
- Koelen = icepack ofz op de blessure. Zo blijft de zwelling beperkt.
- Immobilisatie = zorg dat het lichaamsdeel niet/nauwelijks beweegt.
- Compressie = geef druk op het lichaamsdeel. Leg een zwachtel aan.
- Elevatie = breng het omhoog, hoger dan het hart.
Meest voorkomende blessures:
1. kneuzing
2. verzwikking, verrekking of verstuiking
Ergere blessures:
1. ontwrichting
2. botbreuk
3. open botbreuk
4. nek- rugletsel
5. kramp
6. spierscheuring/zweepslag
2.4 Organiseren van bewegingsactiviteiten
Vragen die je moet weten voordat je een activiteit kunt organiseren:
1. Hoeveel deelnemers/teams doen er mee?
2. Hoeveel ruimte is er?
3. Hoeveel tijd is er?
4. Met wie moet je dingen plannen?
5. Hoeveel voorbereidingstijd is er?
6. Is er sprake van een budget?
Intrascolair toernooi = toernooi tussen bijvoorbeeld verschillende klassenteams op 1
school.
Interscolair toernooi = toernooi tussen bijvoorbeeld schoolteams van andere scholen.
Blessurepreventie = het toepassen van maatregelen en adviezen ten behoeve van sporters
en begeleiders ter voorkoming van sportletsels of verergering of herhaling van letsels.
3 vormen van blessurepreventie:
1. Primaire blessurepreventie; voorkomen van blessures
2. Secundaire blessurepreventie; vermindering van een opkomende blessure
3. Tertiaire blessurepreventie: voorkomen van verergering van een bestaande
blessures
Endogene blessures = blessures die in het lichaam gelegen zijn en te maken hebben met
de belastbaarheid van de sporter.
Exogene blessures = blessures die buiten het lichaam zijn en te maken hebben met de
belasting van de sporter.
4 stadia's voor chronische blessures:
1. Pijn na de sportbeoefening
2. Ook pijn bij aanvang van sportbescherming
3. Ook pijn tijdens de sportbeoefening
4. De sporter heeft ook last tijdens rust
4 soorten blessures:
1. acute exogene blessures
2. acute endogene blessures
3. chronische exogene blessures
4. chronische endogene blessures
Exogenen factoren zijn het karakter van de sport, de kwaliteit van de accommodatie en het
materiaal.
Belangrijkste preventiemaatregelen:
1. Houd rekening met de intensiteit van de training wanneer je ziek bent of niet hersteld
bent van een blessure.
2. Zorg dat je een goede conditie en gezondheid hebt.
3. Bereid je in de trainingen conditioneel en technisch goed voor op de wedstrijden.
4. Train onder deskundige begeleiding.
5. Doe altijd eerst een uitgebreide warming-up en sluit af met een cooling-down.
6. Zorg voor een goede beschermende en ondersteunende kleding, schoenen en
materiaal.
7. Houd je aan de regels van fair play regels.
Wat zit er in een verbandkoffer?
, - Plastic handschoentjes
- Schaar
- Desinfectiemiddel
- Pleisters
- Steriele gaasjes
- Snelverband
- Verband
- Isolatiedeken
ICE-regel = Immobilisatie, Compressie en Elevatie regel. De hele benaming is koelen.
- Koelen = icepack ofz op de blessure. Zo blijft de zwelling beperkt.
- Immobilisatie = zorg dat het lichaamsdeel niet/nauwelijks beweegt.
- Compressie = geef druk op het lichaamsdeel. Leg een zwachtel aan.
- Elevatie = breng het omhoog, hoger dan het hart.
Meest voorkomende blessures:
1. kneuzing
2. verzwikking, verrekking of verstuiking
Ergere blessures:
1. ontwrichting
2. botbreuk
3. open botbreuk
4. nek- rugletsel
5. kramp
6. spierscheuring/zweepslag
2.4 Organiseren van bewegingsactiviteiten
Vragen die je moet weten voordat je een activiteit kunt organiseren:
1. Hoeveel deelnemers/teams doen er mee?
2. Hoeveel ruimte is er?
3. Hoeveel tijd is er?
4. Met wie moet je dingen plannen?
5. Hoeveel voorbereidingstijd is er?
6. Is er sprake van een budget?
Intrascolair toernooi = toernooi tussen bijvoorbeeld verschillende klassenteams op 1
school.
Interscolair toernooi = toernooi tussen bijvoorbeeld schoolteams van andere scholen.