1. INLEIDING TOT DE NEURO ANATOMIE
1.1 INTRODUCTIE
Anatomische indeling → gebaseerd op bouw en ligging
Functionele indeling → gebaseerd op functionele netwerken of verbindingen
1.2 ANATOMISCHE OPDELING VAN HET ZENUWSTELSEL
Zenuwstelsel opdelen in centrale en perifere zenuwstelsel:
1) Centrale zenuwstelsel CZS = hersenen + ruggenmerg
a. Omgeven door benig omhulsel (schedel en wervelkanaal)
b. Omgeven door hersenvocht (schokdemping)
c. Omsloten door hersen- of ruggenmergvliezen
d. Commando – en controle centrum van zenuwstelsel
e. Hersenen verbruiken 20% van energie tijdens rustmetabolisme
f. Hersenen produceren gedrag (gevoelens, herinneringen, motoriek,..)
2) Perifere zenuwstelsel PZS = craniale en ruggenmerg zenuwen + ganglia
a. Niet omgeven door benig omhulsel
b. Verbinding tussen CZS en stelsels van het lichaam (tussen sensoren + spieren en CZS)
➔ Afferente banen = sensoren sturen info naar CZS
➔ Efferente banen = CZS stuurt spieren in ons lichaam aan
➔ Kan onbewust of bewust
Zenuwstelsel ook opdelen in somatisch en autonoom zenuwstelsel:
1) Somatische zenuwstelsel = CZS + somatisch deel van PZS (zenuwen van hoofd, romp,
ledematen)
a. Stuurt skeletspieren aan op bewuste manier
b. Ontvangt informatie van onze sensoren
2) Autonome zenuwstelsel = (ortho)sympatisch + parasympatisch zenuwstelsel
a. Stuurt onbewuste lichaamsfuncties aan
b. Sympathisch systeem = bereidt lichaam voor op actie
➔ Bijnieren stimuleren en maken adrenaline
➔ Hartslag verhoogd
➔ Bloed van spijsvertering naar spieren
c. Parasympatisch systeem = brengt het lichaam naar rust
➔ Hartslag vertraagt
➔ Spijsvertering wordt gestimuleerd
➔ Opbouw van weefsel en herstel mogelijk
, 1.3 ANATOMISCHE TERMINOLOGIE
Standaard anatomische positie = rechtopstaand, armen langs lichaam, handpalmen naar voren
3 vlakken:
1. Axiale (horizontale) vlak → dwarsdoorsnede loodrecht op lange as van CZS
2. Sagittale vlak → verdeelt hersenen in linker en rechter helft
3. Coronale (frontale) vlak → verdeelt hersenen in voor en achterkant
2. NEUROANATOMISCHE STRUCTUREN VAN HET CENTRALE ZENUWSTELSEL
2.1 HERSENVLIEZEN
3 Hersenvliezen (meningae) omhullen de hersenen: dura mater, arachnoïd, pia mater
Dura mater = sterk, vezelig, bevestigd aan schedel. Bestaat uit 2 lagen:
- Periostale laag (buitenste): geheel met botvlies van schedel
- Meningeale laag (binnenste): aan kant van hersenstructuur
➔ 2 lagen met elkaar verbonden op uitzondering van:
1. Plaats van veneuze sinussen
2. Plaats waar binnenste laag een vlies vormt om hersenhelften te
scheiden
,Functies Dura mater:
- Bescherming
- Falx cerebri = plooi van dura mater die 2 hemisferen scheidt
- Tentorium cerebelli = plooi van dura mater die scheiding vormt tussen cerebrum (grote
hersenen) en cerebellum (kleine hersenen)
- Falx cerebelli = plooi van dura mater die scheiding vormt tussen 2 kleine hersenhelften
➔ Beperken beweging van hersenen
Arachnoïd mater = dun, middelste meninga. Het volgt het verloop van dura mater. Heeft uitsteeksels (=
arachnoïd granulaties) die doorlopen tot in sinus sagittalis superior (tussen 2 dura mater vliezen thv
falx cerebri)
Functies Arachnoïd:
- Absorberen cerebrospinaal vocht
Pia mater = dun, delicaat membraan dat hersenen omgeeft. Het volgt de structuur van hersenstam en
van gyri en sulci (uitstulpingen en groeven)
Tussen dura mater en arachnoïd mater = subdurale ruimte
Tussen arachnoïd mater en pia mater = subarachnoïdale ruimte en bevat cerebrospinaal vocht en
bloedvaten
➔ Onze hersenen drijven in dunne laag cerebrospinaal vocht
➔ Vangt schokken op
Ruggenmerg heeft 3 dezelfde vliezen.
! dura mater van ruggenmerg bestaat enkel uit een meningeale laag !
2.2 DE VENTRIKELS EN HET CEREBR OSPINAAL VOCHT
2.2.1 VENTRIKELS
Ventrikel = vloeistof gevulde holtes diep in hersenen
2 laterale ventrikels die gescheiden zijn door dun membraan (septum pellucidum)
Elke ventrikel heeft 3 uitsteeksels: anterieure, inferieure, posterieure hoorn (zichtbaar
aan laterale zijde)
Derde ventrikel in het diencephalon is verbonden met 2 laterale ventrikels via
foramen interventricularis (kanaaltje)
Vierde ventrikel ligt tussen pons en cerebellum en is verbonden met 3 e ventrikel via de
aquaductus cerebrale (kanaaltje)
, 2.2.2 CEREBROSPINAAL VOCHT
Cerebrospinaal vocht stroomt rond hersenen en ruggenmerg → belangrijke rol in bescherming en
ondersteuning van CZS
- Geproduceerd in plexus choroideus
- Volume bij mens: 125-150ml
- Dagelijks 500ml geproduceerd → iedere 5-6u wordt het vocht vervangen
- Bestaat uit water 99%, eiwitten, glucose, elektrolyten,…
Cerebrospinaal vocht circuleert door 4 verbonden ventrikels: van laterale ventrikels via foramina
interventricularis naar 3e ventrikel en dan via cerebrale aquaduct naar 4e ventrikel. Uiteindelijk komt het
vocht in de subarachnoïdale ruimte van hersenen en ruggenmerg terecht
Vocht wordt terug opgenomen in bloedbaan via arachnoïdale granulaties
Arteriële pulsaties, ademhaling, houding, .. beïnvloedt de stroom van cerebrospinale vloeistof
2.2.3 FUNCTIONELE BESPREKING VAN DE HERSENVLIEZEN, VENTRIKELS,
CEREBROSPINAAL VOCHT
Door trauma kan er bloed in subdurale ruimte komen → verhoogde druk → hersenfuncties verstoord →
schedelboring nodig om druk te verminderen
Functies cerebrospinaal vocht:
- Absorbeert schokken
- Verdeelt druk gelijkmatig rond hersenen en ruggenmerg
- Zware hersenen worden opgehangen in de vloeistof → effectieve gewicht wordt minder
- Zorgt voor optimaal chemische omgeving voor neurale functies
- Houdt pH en temperatuur in CZS stabiel
- Medium voor distributie van immuuncellen en antilichamen
Dura mater en veneuze sinussen staan in voor terugkeer van veneus bloed
2.3 DE BLOED-HERSENBARRIÈRE
2.3.1 ANATOMISCHE BESPREKING VAN BLOED-HERSENBARRIÈRE
Bloedhersenbarrière BHB is gespecialiseerd vasculatuur en laat selectief voedingsstoffen door en houdt
schadelijke stoffen tegen
Voedingsstoffen uit bloed naar hersenen
Ionen, pathogenen, andere stoffen kunnen niet door BHB
2.3.2 DE CELLEN VAN DE BLOEDHERSEN-BARRIÈRE
BHB is samengesteld uit nauw verbonden endotheelcellen en astrocyten
- Endotheelcellen vormen wand van hersencapillairen. Endotheelcellen zijn verbonden door
intercellulaire knooppunten die een diffusie van meeste stoffen tegenhouden (gemiddeld tot
grote stoffen)
- Astrocyten zijn gliacellen van CZS. Ze beïnvloeden de functie van endotheelcellen, bloedstroom,
ionenbalans. Ze zorgen voor directe verbinding tussen vasculatuur en neuronen