Maatschappelijk bewustzijn
● Problemen kunnen herkennen
● Oorzaak + gevolg kunnen begrijpen
● Aanpakken
● Empathie
● Verschillen erkennen/herkennen
● Bewust van eigen vooroordelen
Sociologie
● Wetenschap die onderzoekt hoe mensen samenleven
● 3 stromingen:
1. Functionalisme (Emile)
2. Conflictsociologie (Karl Marx)
3. Symbolisch interactionisme (Max Weber)
● Verbondenheid in samenleving is belangrijk (sociale cohesie)
● Verbondenheid zorgt voor verantwoordelijkheid en dit heeft invloed op de hele
gemeenschap
● Gaat over eerlijke verdeling tussen geld, macht en bezit. Oneerlijke verdeling
zorgt voor conflicten en dat verandert de samenleving.
● Structuur in de maatschappij ontstaat door hoe mensen met elkaar omgaan
Culturele Antropologie
● Wetenschap (verwant aan sociologie) die verschillen en overeenkomsten
tussen culturen bestudeert
Sociale mobiliteit
● Het vermogen om te stijgen (of te dalen) op de maatschappelijke ladder
Kansen ongelijkheid:
● Sociaal Kapitaal (netwerk)
● Cultureel Kapitaal (vaardigheden/maatschappelijk)
● Economisch Kapitaal (geld)
● Persoonlijk Kapitaal (gezondheid)
Binnen Sociaal werk zijn er 3 belangrijkste werk terreinen
, 1. Wonen, welzijn en zorg
2. Maatschappelijk opvoeden
3. Samenlevingsopbouw
● Woonvoorzieningen, verbeteren leefbaarheid, licht geestelijke zorg
● Opvoeden, ondersteunen en stimuleren van jongeren/jeugd
● Vluchtelingenwerk, schuldhulpverlening, ouderwerk
Sociale vraagstukken
● Zaken die veel mensen als een probleem beschouwen
● Oplossing: Gezamenlijke actie, ingrijpen politiek
● Voorbeelden uit geannoteerd:
● Overlast panden/huizenmarkt
● Technisch profileren
● Armoede
● Veel verwarde mensen op straat
● Leefbaarheid
Sociaal maatschappelijk probleem
● Probleem voor een specifieke groep mensen
● Meestal gevolg van een gescheiden leefwereld
● Vaak achterstelling in de maatschappij
● Voorbeeld: toeslagenaffaire
S.E.S. = Sociaal Economische Status
● 3 factoren:
● Geld
● Netwerk
● Kennis/capaciteiten en vaardigheden
Soorten zorg
● Ambulante zorg: Zorg bij mensen thuis
● Extramurale zorg: Zorg buiten een zorginstelling
● Intramurale zorg: Zorg binnen een zorginstelling
● Residentiële zorg: Tijdelijke zorg binnen een instelling
● Semi-murale zorg: Beschermd wonen
● Transmurale of ketenzorg: Zorg die overgang van de ene naar de andere
situatie verzorgt
● Bijv. na een ziekenhuisopname
, Sociale vraagstukken en beleid
● Discretionaire ruimte
● Ruimte om zelf te bepalen wat je doet, mits je kunt uitleggen waarom
● Psycho-sociale problemen
● Problemen die ervoor zorgen dat iemand ook mentaal problemen
ervaart
● Bijv: armoede → zorg voor depressie
● Maatschappelijk bewustzijn
● Problemen en situaties herkennen
● Oorzaak en gevolgen snappen
● Opties/aanzet geven om iets aan problemen te doen
● Inzicht hebben in verschillen tussen mensen
Waarom belangrijk???
● Je kunt betere ondersteuning bieden
● Bevorderen rechtvaardigheid
● Mensen sterker maken
● Iedereen het gevoel geven dat hij/zij meetelt
CPB = Cultureel Plan Bureau
● Er zijn in NL 7 sociale klassen:
1. De werkende bovenlaag
2. De jongeren kansrijk
3. De rijkere/rijke bovenlaag
4. De werkende middengroep
5. De laagopgeleide gepensioneerd
6. De onzekere werkende
7. Het precariaat
Sociale stratificatie
● Je plaats op de maatschappelijke ladder
Samenwerkingsverbanden
● Sociale wijkteams (verschil per wijk)
● Multidisciplinair
● Veiligheid
● Zicht op mishandeling/huiselijk geweld/randstad