H1 - Inleiding
1. Diagnose
Gezond gebit = afwezigheid pathologie (geen infectie/functionele problemen)
+ functioneel comfort (kauwen, esthetiek, fonetiek, parafunctie,…)
Anatomische variatie van ‘ideaal’ ≠ nood aan behandeling
HOEVEEL FUNCTIONELE EENHEDEN ZIJN NOODZAKELIJK VOOR EEN GEZOND GEBIT?
= afhankelijk van staat van het gebit, leeftijd, functionele verwachtingen van het individu
Kauwfunctie
- Vermogen om te kauwen (= objectief): bepaald a.d.h.v. Kauwtesten, goed te meten
(colorimetrische methode)
- Kauwcomfort (= subjectief): bepaald a.d.h.v. Vragen (subjectieve beleving)
Bv. Man zonder occlusie zal goed kunnen kauwen maar heeft toch slechte beleving,
mensen passen zich aan
Als occlusale paren daalt: verminderen van kauwvermogen > kauwcomfort
—> belang van kauwvermogen t.o.v. kauwcomfort?
(Eten ze nog alles? Mijden ze sommige voeding?)
Tanden nodig voor meer dan kauwen:
- Bijten, esthetiek, fonetiek (6 frontelementen)
- Steunfunctie (4 occlusale eenheden)
- (Para)functie = tanden gebruiken waarvoor ze niet bedoeld zijn (nagelbijten,)
—> Functies zijn allemaal beslissend voor het vereiste aantal tanden
Ontbrekende tanden enkel vervangen om: problemen op te lossen OF voorkomen
PRINCIPE VAN DE VERKORTE TANDENBOOG (SHORTENED DENTAL ARCH – SDA)
= Kaÿser (1995) + Gotfredsen & Walls (2007): 20 tanden (9-10 occluderende paren)
= vanaf 45 jaar zijn 20 tanden voldoende voor goede functie voor de rest van ons leven
(Gebit kan ook goed functioneren zonder molaren, gebit kan zo duurzaam zijn)
>170 studies: lange termijn (9j) cohort-onderzoek, 3 groepen bekijken:
1) mensen met verkorte tandenboog aangevuld met uitneembare prothese
2) mensen met volledige tandenboog
3) mensen met verloren tanden
Observationeel cohortonderzoek: klinisch traject gedurende 27-35 jaar
Uitneembare Prothetische Tandheelkunde – J. Duyck 1
,Aantal ongerestaureerde tanden aan het einde van de opvolging
- CDA: complete tandboog (n = 72), volledige dentitie
- SDA: verkorte tandboog (n = 74), wss patiënten die sowieso al een voorgeschiedenis
hebben van slechtere mondhygiëne waardoor tanden werden getrokken
- SDA + RDP: verkorte tandenboog met partiële uitneembare prothese (n = 25), heeft
nadelig effect op gezondheid van restdentitie!
Conclusie: verkorte tandenboog zorgt voor restauratieve interventies
Overleving van tanden:
Tot aan 40 jaar opvolging van verkorte tandbogen:
- Toegenomen risico voor restauratieve interventies
- Toegenomen risico voor verlies premolaren
Maar: 87% van de deelnemers met verkorte tandenbogen, hadden deze staat/toestand
nog steeds na 40 jaar opvolging dus hadden niet de nood gevoeld naar iets anders te
gaan zoals een restauratie
Wat weten we over SDA?
Houdbare toestand? Ja, verhoogd risico voor laat verlies PM
Temporomandibulaire Nee, verhoogd risico in SDA zonder posterieure ondersteuning
aandoeningen
Parodontale status Geen SDA-effect, negatief effect van partiële uitneembare
prothese
Gebitsslijtage Klein effect, als je gewoon je tanden gebruikt voor wat ze dienen
Occlusale stabiliteit Kleine initiële migraties, aanpassing aan een nieuw evenwicht
Kauwvermogen Beperking gecompenseerd door meer kauwcycli
Kauwcomfort Kleine negatieve f-effecten
Mondgezondheid Nee, negatieve impact van partiële uitneembare prothese, soms
gerelateerde zien mensen een uitneembare prothese als iets vervelend
levenskwaliteit
Uitneembare Prothetische Tandheelkunde – J. Duyck 2
,2. Behandelingsplanning
1. SYSTEMATISCHE VERZAMELING VAN GEGEVENS
- Persoonlijke gegevens
- Klachten, verzoeken, verwachtingen
- Medische voorgeschiedenis
- Klinisch onderzoek: extra/intra-oraal, x-ray, studie modellen, specifieke onderz.
2. DIAGNOSE & DOELSTELLINGEN
Het probleem aanduiden/diagnose
- Inventaris van verkregen gegevens
- Selectie van relevante gegevens: niet alles dat afwijkt van de norm heeft
behandeling nodig
- Diagnose + doelstellingen duidelijk aanduiden
Doelstellingen
è Realistische behandelingsdoelstellingen nastreven:
functionaliteit als uitgangspunt + principe van verkorte tandenboog
è Overbehandeling vermijden (ook opletten met onderbehandeling, oude
mensen)
è Behoud van occlusie (tanden) als mogelijk/wenselijk,
Niet mogelijk? Nastreven behoud van processus alveolaris (tandwortels)
Tanden zijn gemaakt om een heel leven mee te gaan: dat nastreven is onmogelijk!
DUS zo lang mogelijk eigen tanden houden, niet mogelijk? Wortels proberen te houden
WANT als je je tand wegneemt: alveolair bot gaat ook weggaan want dat heeft dan geen
bestaansreden meer, constant bothermodellering: kan zijn dat prothese na een jaar
niet meer tegoei past! (Hoektanden blijven meestal het langst, proberen te houden)
Testen van doelstellingen:
- Is de voorgestelde behandeling noodzakelijk om essentiële functies te herstellen of
om voorspelbare schade te voorkomen?
- Komt de voorgestelde behandeling tegemoet aan de noden van de patiënt?
Bv. Patiënt is heel onzeker om te lachen door weinig tanden, niet perse morfologisch
3. VOORSTEL VOOR ALTERNATIEVE BEHANDELINGEN (INVENTARIS + CONSULTATIE)
- Voorbereidende behandelingen
- Restauratieve behandelingen = herstel van verloren (of delen van) tanden
Communicatie over de verschillende behandelalternatieven is belangrijk voor het
welslagen van de behandeling! = shared decision making (overlegmodel)
Alternatieve behandelingen:
- Niets doen: afwezigheid van pathologie, functioneel comfort —> principe SDA
- Partiële of volledige uitneembare prothese
o Vast/uitneembaar: gedeeltelijk/volledig tandeloze patiënt
o Met/zonder implantaat
Uitneembare Prothetische Tandheelkunde – J. Duyck 3
,4. BEHANDELING
Tandvervanging bij de partieel edentate patiënt
- Partiële: plaat of frame prothese
- Tandgedragen brug: conventionele (tanden omslijpen)
of adhesief brug
- Implantaatgedragen kroon/brug
Overzicht:
Factoren die levenskwaliteit & tevredenheid partiële uitneembare prothese beïnvl.
- Systematic review: 18 originele rapporten op 4002 patiënten
o 2 prospectieve vergelijkende onderzoeken
o Andere: transversale en retrospectieve studies
- Conclusie: zeldzame en eerder bescheiden verbeteringen van
levenskwaliteit/tevredenheid partiële uitneembare prothese
- Risico’s: cariës, prothese falen
Uitneembare Prothetische Tandheelkunde – J. Duyck 4
,- Prothese OK wordt moeilijker opgenomen dan in BK: in BK heb je het hele gehemelte
waarmee je afsteunt, in OK enkel een riggeltje —> begint pijn te doen, mensen
vinden het heel vervelend DUS steunvlak van uitneembare prothese in OK is heel
klein, kans dat die niet gedragen wordt is groot
Indicaties voor uitneembare gedeeltelijke protheses: een literatuuronderzoek
- Het verkorte tandboogconcept maakt uitneembare part. Prothesen vaak nutteloos
- UPP worden geassocieerd met verhoogde cariës en parodontitis risico
- UPP steunt/beschermt resterend gebit niet
- Er kan voor UPP geopteerd worden in geval van:
o Gebrek aan alternatieven
o Optimaal ontwerp
o Gezonde pijlertanden
o Goede orale hygiëne
o Financiële overweging
o Op verzoek van de patiënt
Behandelingsstrategieën voor de tandeloze patiënt
- Geen restauratie: prothese wordt soms niet gebruikt o.w.v. (BK 4,2%, OK 5,7%)
Psychosociale factoren, cognitieve beperking, neurologische problemen en daaruit
voortvloeiende, verminderde spiercontrole, algemene gezondheidsproblemen &
ongunstige anatomische toestand
- Uitneembare prothese:
o Orale functie herstellen: kauwfunctie << natuurlijk gebit, impl.gedr. prothese
o Patiënt tevredenheid en levenskwaliteit: anatomische conditie, kwaliteit
prothese en psychologische factoren
! Meerderheid (tot 85%) van tandeloze patiënten zijn tevreden en kunnen omgaan
met de beperkingen van een gebitsprothese
- Tand- en/of implantaatgedragen uitneembare prothesen (overkappingsprothese)
- Vaste implantaatgedragen prothese (uitnemen enkel mogelijk voor de tandarts)
5. NAZORG: IMPACT NAZORG OP DUURZAAMHEID IS HEEL GROOT!
- Motivatie voor goede dagelijkse mondzorg
- Goede follow-up en kwalitatieve professionele nazorg
Uitneembare Prothetische Tandheelkunde – J. Duyck 5
,3. De uitneembare gebitsprothese
EIGENSCHAPPEN VAN EEN SUCCESVOLLE GEBITSPROTHESE
- Pasvorm (perfecte aansluiting tandvlees) – planparallelliteit
- Randaansluiting: tongspieren, wangspieren, mondholte,… moeten ervoor zorgen
dat prothese niet loskomt, zorgen dat het niet te diep komt zodat spieren er niet op
inwerken —> prothese niet omhoog/omlaag duwen
- Fysiologische/functionele tandpositie
- Occlusie
PRODUCTIE
Tandarts Tandtechnicus
1) Standaard afdruk Pasvorm is zo cruciaal dat we Standaard model +
Kopie maken van kaken met moeten zorgen dat de afdruk individuele afdruklepel
plastisch materiaal dat hard heel correct is! (minder vervorming)
wordt
2) Individuele afdruk Wassen balk op geplaatst, zo Individueel model +
modelleren dat die beetplaat met waswal
netbeheerder komt te staan
waar we de tanden willen
3) Beetrelatiebepaling Tandopstelling
4) Pas van de tandopstelling Vervaardigen van
Kleur, lipvulling,.. goed? prothese
5) Plaatsen van de prothese
6) Nazorg & follow up
Uitneembare Prothetische Tandheelkunde – J. Duyck 6
,H2 - Tandverlies
1. Oorzaken en risicofactoren
OORZAKEN TANDVERLIES:
- Parodontitis + cariës
- Trauma (val fiets, trap paard: kinderen en jongeren!)
- Tandzorg (bv. Dragen van partiële prothese, orthodontie, endodontie)
- Pijn
- Wijsheidstanden (geven problemen + slechts beperkte functie)
- Op vraag van patiënt
! Tand verliezen = onomkeerbaar + cumulatief
RISICOFACTOREN TANDVERLIES:
- Leeftijd: hoe ouder, hoe groter de kans dat je al een tand verloren bent
o Als maar meer tanden worden behouden, ook op latere leeftijd
o Zweden: slechts 3% van 70+ is tandeloos
o België: 55% bevolking 75+ is tandeloos en 80% partieel edentaat (2004),
in 2008 al 10% minder!
- Lage socio-economische status
o Opleidingsniveau: hoe hoger iemand opgeleid, hoe kleiner kans dat deze
persoon tandeloos zal worden op latere leeftijd
o Inkomen
o Burgerlijke stand: ongehuwd of niet samenwonend
o Urbanisatie: woont op het platteland
Tandvervanging a.d.h.v. Uitneembare prothesen blijft voor hun een belangrijke
behandeloptie (duurzame opties moeilijker bereikbaar)
2008 tot 2013: geen daling van tandeloosheid bij personen
- Geslacht
o 80’-90’: vrouwen minder tanden dan mannen
o Verschil wordt steeds kleiner door betere positie vrouw in maatschappij
- Rol van omgevingsfactoren vs. Genetische factoren
o Bestuderen van tweelingen want genetisch heel gelijkaardig
o Belangrijkste risicofactoren = omgevingsfactoren (bv. Roken)
- Slechte algemene gezondheid
o Effectief gediagnosticeerde ziekten/beperking
o Subjectief algemene gezondheid
- Slechte mentale gezondheid
- Zorgafhankelijkheid
Uitneembare Prothetische Tandheelkunde – J. Duyck 7
,2. Gevolgen van tandverlies
FYSISCHE & ANATOMISCHE GEVOLGEN
- Botresorptie
Wanneer tand erupteert: rond om rond alveolaire
bot gevormd boven op basale bot BK en OK,
processus alveolaris ontstaat i.f.v. die tand
Tand verloren? Alveolaire bot zal verdwijnen (snel eerste weken, na jaren trager)
Tandeloze kaak? Verlies alveolaire kam + bothermoddelering (in mandibula:
botapositie t.h.v. Kin)
Verdwijnen processus alveolaris (basale bot blijft over)
Gevolg: versmalling BK + verbreding OK
- Tandmigratie
Tand verloren die in contact stond met buurtanden & antagonistische tanden?
Steun valt weg waardoor er opschuivingen/kantelingen ontstaan (tanden = mobiel)
è Migreren naar diasteem
- Musculaire veranderingen
Tandverlies: kauwfunctie daalt, spieractiviteit & densiteit daalt
Uitneembare prothese: onnatuurlijke situatie waarbij spieren moeten helpen het op
zijn plaats te houden, = nauwgezette neuromusculaire controle
Gevolg: functie sommige spieren neemt toe —> spiercontrole en grootte neemt toe
(Soms zichtbaar bij m. Genioglossus & m. Mylohyoideus)
- Pijn & discomfort
o Als de prothese te hard duwt op de mucosa —> mucosale letsels: drukulcus
o Voedselretentie onder prothese
o Bot protuberanties (ongelijkmatigheden): bv. Scherpe alveolaire kammen, torus
o Direct mechanisch trauma n. Mentalis/nasopalatinus (door sterke resorptie
alveolaire bot, komt het foramen mentale opp te liggen, prothese drukt erop)
o Denture stomatitis (= ontsteking slijmvliezen): door slechte mondhygiëne,
contactallergie of infectie door candida albicans
- Verlies smaak
Prothese dragende delen van de mond (alveolaire kam + harde palatum) bevatten
beperkte smaakpapillen (op tong + palatum molle)
Smaakbeleving: visueel, tactiel en olfactorisch —> prothese vergt aanpassing
Uitneembare Prothetische Tandheelkunde – J. Duyck 8
,BIOMECHANISCHE GEVOLGEN
Kauwefficiëntie: natuurlijke dentitie > volledige uitneembare prothese
Hoe beter prothese retentie en stabiliteit, hoe beter de kauwefficiëntie
PSYCHOSOCIALE GEVOLGEN
- Verlies van tanden = rouwproces, heeft tijd nodig
- Zelfbeeld verandert
- Mondgezondheidsgerelateerde levenskwaliteit:
prothese kan natuurlijk gebit nooit vervangen
FONETISCHE GEVOLGEN
Uitneembare prothese: verandering intra-orale ruimte —> verandering luchtstroom —>
verandering dento-alveolaire articulatie
- T, d, s, z, n, l en r
= letters waarbij we de tong tegen premaxilla en alveolaire kam van het front
bewegen, regio bedekt met uitneembare prothese?
Neuromusculaire adaptatie van de tong om letters correct uit te spreken
- Th = tong tegen tanden
- F en v = tanden en onderlip
Gepast volume en vorm prothese nodig voor mogelijk maken uitspreking medeklinkers
Aanvaarden veranderingen zorgt voor verdwijning meeste problemen
3. Kennedy classificatie
= om duidelijk te kunnen communiceren waar tanden ontbreken en waar tanden
vervangen moeten worden door de uitneembare prothese (partieel edentate patiënt)
Klasse I Bilateraal vrij-eindigend zadel (gedeelte thv
ontbrekende tanden)
- Anterieur nog tanden aanwezig
- Posterieur ontbreken een aantal tanden (M + PM)
Klasse II Unilateraal vrij-eindigend zadel (vgl. kl I maar 1 zijde!)
Klasse III Unilateraal onderbroken tandenboog
- NIET vrij-eindigend, minimum1 posterieure tand
aanwezig aan zijde waar tanden verloren gingen
Klasse IV Frontale onderbreking van de tandenboog over de
middellijn, GEEN vrij-eindigende zadels
Hoofdklasse is altijd de laagste klasse!
= voorbeeld van klasse I, modificatie: 2
(ook al is de tandenboog op andere plekken onderbroken
Modificatie = elke extra onderbreking van de tandenboog (uiteinde telt niet mee!)
Getal van modificaties = het aantal van bijkomende onderbrekingen
Uitneembare Prothetische Tandheelkunde – J. Duyck 9
, H3 - Bothermodelering
1. Botcellen
Bot: cellen + intracellulaire botmatrix (= collageen + calciumfosfaten, mechanische eig)
SOORTEN CELLEN
- Osteoblast = cellen voor productie botmatrix, secreteren niet gemineraliseerde
botmatrix (osteoid) in de richting van het bot, Waar? Op botoppervlak
o Osteoid = niet-gemineraliseerde botfractie van het bot (rood)
o Gemineraliseerde botmatrix = secretie van factoren die mineraal depositie
faciliteren (groen)
- Osteocyt = osteoblast ingekapseld door eigen botmatrix
o Differentiatie (morfologische verandering) naar osteocyt (krijgt andere functie)
o Cytoplasmatische extrusies in alle richtingen:
via kleine kanaaltjes in bot met elkaar in verbinding staan
o Synthesis matrix moleculen (op dat moment produceert cel geen botmatrix?)
- Bot lining cellen
o Waar? Op inactieve botoppervlakken
o Wat? Osteoblasten ontwikkelen zich tot afgevlakte bone lining cellen die als een
laagje het endosteum vormen tegen het beenmerg of onder periostium
bevinden, onmiddellijk aansluitend op gemineraliseerde bot
o Functie? Schermen botoppervlak af, bescherming tegen EC-vloeistofruimte
o Cytoplasmatische extrusies: staan in contact met osteocyten binnen botmatrix
(communicatie)
- Osteoclast = cellen voor botresorptie
o Grote meerkernige cel (door fusie 1-kernige monocyten)
o Wat? Secretie van factoren die het bot oplossen
Botmatrix demineraliseert & organische componenten degraderen waardoor
het bot verdwijnt
Uitneembare Prothetische Tandheelkunde – J. Duyck 10