Universiteit Utrecht
Opdracht Testbeoordeling
Opdracht Testbeoordeling- GPDTT
Werkgroep:
Docent:
Cursus: Grondslagen van de psychologische diagnostiek en testbeoordeling
Datum: 5 oktober 2020
Aantal woorden: 3998
,Inhoud
Betrouwbaarheid ........................................................................................................................ 3
Vraag 1a: ................................................................................................................................ 3
Vraag 1b ................................................................................................................................. 3
Vraag 1c ................................................................................................................................. 3
Vraag 1d ................................................................................................................................. 4
Vraag 1e ................................................................................................................................. 4
Vraag 1f .................................................................................................................................. 6
Begripsvaliditeit ......................................................................................................................... 6
Vraag 2a ................................................................................................................................. 7
Vraag 2b ................................................................................................................................. 7
Vraag 2c. ................................................................................................................................ 8
Vraag 2d. ................................................................................................................................ 9
Vraag 2e ............................................................................................................................... 12
Criteriumvaliditeit .................................................................................................................... 12
Vraag 3 ................................................................................................................................. 14
Eindoordeel .............................................................................................................................. 14
Referentielijst ........................................................................................................................... 16
2
, Betrouwbaarheid
Vraag 1a:
De CDI is een vragenlijst voor kinderen van 7 tot 17 jaar om te bepalen of een kind op
symptomen van een mogelijke depressie scoort en de ernst hiervan. De CDI kan een rol
spelen in het diagnosticeren van een depressie, maar kan op zichzelf niet gebruikt worden om
een depressieve stoornis vast te stellen. Daarnaast kan middels de CDI de effectiviteit van
behandelmethoden gemonitord worden. Gezien bovenstaande doelen van de CDI, wordt de
CDI voor minder belangrijke beslissingen op individueel niveau gebruikt. Hierbij worden de
volgende richtlijnen gehanteerd: onvoldoende wanneer r < .70, voldoende wanneer .70 < r <
.80 en goed bij r > .80 (Nunnally & Bernstein, 1994).
Vraag 1b
Twee tests zijn parallel wanneer testscores in dezelfde groep dezelfde gemiddelden, varianties
en correlaties met andere variabelen hebben. In de kaders worden echter geen gegevens
verstrekt over de paralleltestbetrouwbaarheid, terwijl dit wel van belang is voor de indicatie
van de betrouwbaarheid van afzonderlijke test. De beoordeling is hierdoor onvoldoende.
Vraag 1c
Er worden gegevens verstrekt over de inter-item correlaties, die iets zeggen over de mate van
betrouwbaarheid. Kader A verstrekt gegevens van een onderzoek van Kovacks (1992) over de
interne betrouwbaarheid van de vijf subschalen van de CDI. Hier wordt gebruik gemaakt van
de data van 1.266 kinderen. De Cronbach's Alfa van de gehele CDI in verschillende
onderzoeken varieert tussen de α = .71 en α = .89. De vijf subschalen scoren verschillend op
de interne consistentie, variërend tussen de α = .59 en α = .66.
Voor het interpreteren van de CDI is uitgegaan van een minder belangrijke beslissing
op individueel niveau. Hiervan uitgaande worden alle vijf de subschalen op dit niveau als
“onvoldoende” geacht, gezien α < .70 (Nunnelly & Bernstein, 1994). Echter, gekeken naar de
Cronbach’s Alfa op groepsniveau (.60 < α < .70), kunnen de subschalen wel als “voldoende”
3
Opdracht Testbeoordeling
Opdracht Testbeoordeling- GPDTT
Werkgroep:
Docent:
Cursus: Grondslagen van de psychologische diagnostiek en testbeoordeling
Datum: 5 oktober 2020
Aantal woorden: 3998
,Inhoud
Betrouwbaarheid ........................................................................................................................ 3
Vraag 1a: ................................................................................................................................ 3
Vraag 1b ................................................................................................................................. 3
Vraag 1c ................................................................................................................................. 3
Vraag 1d ................................................................................................................................. 4
Vraag 1e ................................................................................................................................. 4
Vraag 1f .................................................................................................................................. 6
Begripsvaliditeit ......................................................................................................................... 6
Vraag 2a ................................................................................................................................. 7
Vraag 2b ................................................................................................................................. 7
Vraag 2c. ................................................................................................................................ 8
Vraag 2d. ................................................................................................................................ 9
Vraag 2e ............................................................................................................................... 12
Criteriumvaliditeit .................................................................................................................... 12
Vraag 3 ................................................................................................................................. 14
Eindoordeel .............................................................................................................................. 14
Referentielijst ........................................................................................................................... 16
2
, Betrouwbaarheid
Vraag 1a:
De CDI is een vragenlijst voor kinderen van 7 tot 17 jaar om te bepalen of een kind op
symptomen van een mogelijke depressie scoort en de ernst hiervan. De CDI kan een rol
spelen in het diagnosticeren van een depressie, maar kan op zichzelf niet gebruikt worden om
een depressieve stoornis vast te stellen. Daarnaast kan middels de CDI de effectiviteit van
behandelmethoden gemonitord worden. Gezien bovenstaande doelen van de CDI, wordt de
CDI voor minder belangrijke beslissingen op individueel niveau gebruikt. Hierbij worden de
volgende richtlijnen gehanteerd: onvoldoende wanneer r < .70, voldoende wanneer .70 < r <
.80 en goed bij r > .80 (Nunnally & Bernstein, 1994).
Vraag 1b
Twee tests zijn parallel wanneer testscores in dezelfde groep dezelfde gemiddelden, varianties
en correlaties met andere variabelen hebben. In de kaders worden echter geen gegevens
verstrekt over de paralleltestbetrouwbaarheid, terwijl dit wel van belang is voor de indicatie
van de betrouwbaarheid van afzonderlijke test. De beoordeling is hierdoor onvoldoende.
Vraag 1c
Er worden gegevens verstrekt over de inter-item correlaties, die iets zeggen over de mate van
betrouwbaarheid. Kader A verstrekt gegevens van een onderzoek van Kovacks (1992) over de
interne betrouwbaarheid van de vijf subschalen van de CDI. Hier wordt gebruik gemaakt van
de data van 1.266 kinderen. De Cronbach's Alfa van de gehele CDI in verschillende
onderzoeken varieert tussen de α = .71 en α = .89. De vijf subschalen scoren verschillend op
de interne consistentie, variërend tussen de α = .59 en α = .66.
Voor het interpreteren van de CDI is uitgegaan van een minder belangrijke beslissing
op individueel niveau. Hiervan uitgaande worden alle vijf de subschalen op dit niveau als
“onvoldoende” geacht, gezien α < .70 (Nunnelly & Bernstein, 1994). Echter, gekeken naar de
Cronbach’s Alfa op groepsniveau (.60 < α < .70), kunnen de subschalen wel als “voldoende”
3