Samenvatting Sociologie
Bijeenkomst 2
Drempels naar volwassenheid
Volwassenwording
Wat er in iemand leven gebeurt, is de levensloop. ‘Levensweg’ en ‘Levenspad’
Hoe iemand de periode van overgang van de kindertijd naar de volwassenheid ondergaat.
- De volwassenwording duidt men ook als een transitie en
- Men verwijst liminaliteit aan, net als met grens en drempel passage. Naar de
drempel waar iemand op weg naar de volwassenheid eerst voor staat dan op, en
uiteindelijk voorbij is.
Als volwassenen over de pieken en dalen in hun leven vertellen, staat vaak de fase tussen
twaalf en achttien jaar centraal. Dat hoogte- en dieptepunten waar het dan over gaat, geven
deelnemers aan met een levenslijn.
Overgangsriten
Arnold van Gennep
1. Separatie/preliminale fase;
Neemt de persoon afscheid van de status als kind. De voorbereidende scheiding aan
een symbolische dood.
2. Initiatie/liminale fase:
staat iemand op de drempel naar de nieuwe status, maar word deze nog niet
gepasseerd. Dit is een tussenfase waarin verkeerd in een ‘niemandsland’, want de
kindertijd is net voorbij, terwijl de volwassenheid nog niet is gestart.
3. Transformatie/postliminale:
Word de volwassenwording afgerond en vind opname plaats in de wereld van de
volwassen vrouwen of mannen. Het verkrijgen van de nieuwe status werd gevierd
met een feestmaal.
Meervoudige passage
Hedendaags passeren jongeren minstens vijfdrempels.
1. Biologische drempel:
- Geslachtsrijp
2. De juridische drempel
De leeftijd waarop iemand wettelijk volwassen is, ligt vast in het kies, verkeer, horeca,
zeden, leerplicht en arbeidsrecht. Soms leidt de passage van een juridische grens
naar de volwassenheid tot een ritueel in de privésfeer. (Behalen van rijbewijs)
3. De sociale drempel
Het verlaten van het ouderlijk huis maatschappelijke ontwikkeling verbonden.
4. De economische drempel
Iemand gaat op eigen benen staan door zelf de kosten te verdienen en belasting te
betalen. De gemiddelde leeftijd waarop geen ouderlijke financiering meer plaats vindt,
varieert. Hangt van studieduur
, 5. De culturele drempel
Hierbij gaat het om onafhankelijke keuzen bij de levensinrichting. Daar horen
smaakoordelen bij over kleding, muziek, woninginrichting of dieet, maar ook politieke
en levensbeschouwelijke keuzen. Het idee is dat iemand die zijn keuzen op anderen
baseert nog niet volwassen is. Volwassenen wegen juist de alternatieven en maken
eigen keuzen.
Drempels en sociale differentiatie
Sociale differentiatie betekent: het leven bestaat uit verschillende zaken. Dit verdelen we
onder in sociaal, cultureel en economisch kapitaal. 3 kapitaal vormen van Pierre Bourdieu
1. Cultureel kapitaal; opleidingsniveau, normen en waarden, religie, gedragingen en wat
jij zegt.
2. Sociaal kapitaal; netwerk
3. Economisch kapitaal; financieel. Het vermogen, bezit en goederen.
Duurzame overkoepelende identiteit
Duurzaam: behouden van vrienden. Identiteit veranderd niet continu.
Overkoepelend; als je dezelfde persoon bent op werk en in eigen vrije tijd. Bij een puber zijn
de gedragingen anders.
- Sociaal (vrienden, buren en familie)
- Cultureel (sport en hobby’s)
- Financieel(werk)
Levenslange ontwikkelen
Psychosociale fasetheorie (Hamburg Erikson)
Freud
1. Drie vroegkinderlijke fasen gevormd; baby reageert ongeremd op lichaamsimpulsen.
Eten, slapen, plassen, poepen en kwijlen. Die natuurlijke impulsiviteit verandert door
de vereenzelviging met ouderlijke ge- en verbonden.
2. Fase 3 grotendeels klaar.
3. Fase 4 sluimertijd, kennisverwerving vanuit het onderwijs., weinig veranderingen in
de psychosociale identiteit.
4. Fase 5 zelfstandigheid en deelnemen aan het maatschappelijk leven.
Psychosociale fasen (Hamburg Erikson)
Fase Leeftijd Ontwikkelingstaak Vergelijking met
Freud
Baby 0-1 jaar Vertrouwensband Orale fase, in het
opbouwen met de eerste levensjaar
primaire verzorger
Peuter 1-3 jaar Zelfstandig de Anale fase, vanaf
wereld verkennen ongeveer een jaar
door te grijpen, te
lopen en te praten
Kleuter 4-6 jaar Spelenderwijs Fallische fase, vanaf
initiatieven leren drie a vier jaar
nemen en de
gevolgen ervan
, leren inzien.
Schoolkind 7-12 jaar Eigen mogelijkheden Latentie, vanaf zes a
vergroten door acht jaar
kennis te verwerven
en te gebruiken
Puber 13-18 jaar Eigen identiteit Genitale fase, vanaf
ontwikkelen twaalf a dertien jaar
Jongvolwassene 19-40 jaar Duurzame intieme Ontbreekt
relaties aangaan
Rijpe volwassene 41-64 Aan de Ontbreekt
maatschappij
bijdragen met een
partner en
nageslacht
Late volwassenheid Vanaf 65 Zin aan eigen en Ontbreekt
andermans leven
geven.
- Bij Freud sturen de ouderlijke reacties op de natuurlijke neigingen van een kind het
ontwikkelingsproces. Erikson breidde due gedachte uit;
1. Benadrukt dat een opgroeiend kind niet alleen met ouders te maken heeft, maar
ook met andere gezinsleden fase 3m keerkrachten fase 4 en leeftijdsgenoten fase
5
2. Wijst hij erop dat anderen niet alleen beperkende ge- en verbonden opleggen,
maar ook zorgen voor warmte en erkenning.
- Erikson richt zich minder dan Freud op de primair socialisatie in het microsysteem
van een driepersoonsgezin.
- Ook legt Erikson steeds verband tussen iemands psychische of interne ontwikkeling
en zijn behoefte aan sociaal contact. Ontwikkelingsfase begint met crisis.
- oorzaken zijn simultane wijzigingen in de binnen- en buitenwereld. Herstel van de
balans vereist een beslissing tot aanpassing op psychisch vlak en in de
maatschappijdeelname.
Fase 5
De crisis of onbalans bij de start van fase 5 is dus sociaal van aard, want het evenwicht raakt
verstoord als een puber relaties aangaat buiten het gezin en de school.
- Fase 1 tot en met 3 is een kind vooral bejegend als dochter, zoon, broer of zus.
- Fase 4 is het belang toegenomen van de school en de leerkrachten.
- Fase 5 treedt opnieuw een statusverandering op doordat een puber met een nieuw
microsysteem in contact komt.
Er treedt dan identificatie op met de positieve of negatieve reputatie van die peergroup.
Experimenteren
Bijeenkomst 2
Drempels naar volwassenheid
Volwassenwording
Wat er in iemand leven gebeurt, is de levensloop. ‘Levensweg’ en ‘Levenspad’
Hoe iemand de periode van overgang van de kindertijd naar de volwassenheid ondergaat.
- De volwassenwording duidt men ook als een transitie en
- Men verwijst liminaliteit aan, net als met grens en drempel passage. Naar de
drempel waar iemand op weg naar de volwassenheid eerst voor staat dan op, en
uiteindelijk voorbij is.
Als volwassenen over de pieken en dalen in hun leven vertellen, staat vaak de fase tussen
twaalf en achttien jaar centraal. Dat hoogte- en dieptepunten waar het dan over gaat, geven
deelnemers aan met een levenslijn.
Overgangsriten
Arnold van Gennep
1. Separatie/preliminale fase;
Neemt de persoon afscheid van de status als kind. De voorbereidende scheiding aan
een symbolische dood.
2. Initiatie/liminale fase:
staat iemand op de drempel naar de nieuwe status, maar word deze nog niet
gepasseerd. Dit is een tussenfase waarin verkeerd in een ‘niemandsland’, want de
kindertijd is net voorbij, terwijl de volwassenheid nog niet is gestart.
3. Transformatie/postliminale:
Word de volwassenwording afgerond en vind opname plaats in de wereld van de
volwassen vrouwen of mannen. Het verkrijgen van de nieuwe status werd gevierd
met een feestmaal.
Meervoudige passage
Hedendaags passeren jongeren minstens vijfdrempels.
1. Biologische drempel:
- Geslachtsrijp
2. De juridische drempel
De leeftijd waarop iemand wettelijk volwassen is, ligt vast in het kies, verkeer, horeca,
zeden, leerplicht en arbeidsrecht. Soms leidt de passage van een juridische grens
naar de volwassenheid tot een ritueel in de privésfeer. (Behalen van rijbewijs)
3. De sociale drempel
Het verlaten van het ouderlijk huis maatschappelijke ontwikkeling verbonden.
4. De economische drempel
Iemand gaat op eigen benen staan door zelf de kosten te verdienen en belasting te
betalen. De gemiddelde leeftijd waarop geen ouderlijke financiering meer plaats vindt,
varieert. Hangt van studieduur
, 5. De culturele drempel
Hierbij gaat het om onafhankelijke keuzen bij de levensinrichting. Daar horen
smaakoordelen bij over kleding, muziek, woninginrichting of dieet, maar ook politieke
en levensbeschouwelijke keuzen. Het idee is dat iemand die zijn keuzen op anderen
baseert nog niet volwassen is. Volwassenen wegen juist de alternatieven en maken
eigen keuzen.
Drempels en sociale differentiatie
Sociale differentiatie betekent: het leven bestaat uit verschillende zaken. Dit verdelen we
onder in sociaal, cultureel en economisch kapitaal. 3 kapitaal vormen van Pierre Bourdieu
1. Cultureel kapitaal; opleidingsniveau, normen en waarden, religie, gedragingen en wat
jij zegt.
2. Sociaal kapitaal; netwerk
3. Economisch kapitaal; financieel. Het vermogen, bezit en goederen.
Duurzame overkoepelende identiteit
Duurzaam: behouden van vrienden. Identiteit veranderd niet continu.
Overkoepelend; als je dezelfde persoon bent op werk en in eigen vrije tijd. Bij een puber zijn
de gedragingen anders.
- Sociaal (vrienden, buren en familie)
- Cultureel (sport en hobby’s)
- Financieel(werk)
Levenslange ontwikkelen
Psychosociale fasetheorie (Hamburg Erikson)
Freud
1. Drie vroegkinderlijke fasen gevormd; baby reageert ongeremd op lichaamsimpulsen.
Eten, slapen, plassen, poepen en kwijlen. Die natuurlijke impulsiviteit verandert door
de vereenzelviging met ouderlijke ge- en verbonden.
2. Fase 3 grotendeels klaar.
3. Fase 4 sluimertijd, kennisverwerving vanuit het onderwijs., weinig veranderingen in
de psychosociale identiteit.
4. Fase 5 zelfstandigheid en deelnemen aan het maatschappelijk leven.
Psychosociale fasen (Hamburg Erikson)
Fase Leeftijd Ontwikkelingstaak Vergelijking met
Freud
Baby 0-1 jaar Vertrouwensband Orale fase, in het
opbouwen met de eerste levensjaar
primaire verzorger
Peuter 1-3 jaar Zelfstandig de Anale fase, vanaf
wereld verkennen ongeveer een jaar
door te grijpen, te
lopen en te praten
Kleuter 4-6 jaar Spelenderwijs Fallische fase, vanaf
initiatieven leren drie a vier jaar
nemen en de
gevolgen ervan
, leren inzien.
Schoolkind 7-12 jaar Eigen mogelijkheden Latentie, vanaf zes a
vergroten door acht jaar
kennis te verwerven
en te gebruiken
Puber 13-18 jaar Eigen identiteit Genitale fase, vanaf
ontwikkelen twaalf a dertien jaar
Jongvolwassene 19-40 jaar Duurzame intieme Ontbreekt
relaties aangaan
Rijpe volwassene 41-64 Aan de Ontbreekt
maatschappij
bijdragen met een
partner en
nageslacht
Late volwassenheid Vanaf 65 Zin aan eigen en Ontbreekt
andermans leven
geven.
- Bij Freud sturen de ouderlijke reacties op de natuurlijke neigingen van een kind het
ontwikkelingsproces. Erikson breidde due gedachte uit;
1. Benadrukt dat een opgroeiend kind niet alleen met ouders te maken heeft, maar
ook met andere gezinsleden fase 3m keerkrachten fase 4 en leeftijdsgenoten fase
5
2. Wijst hij erop dat anderen niet alleen beperkende ge- en verbonden opleggen,
maar ook zorgen voor warmte en erkenning.
- Erikson richt zich minder dan Freud op de primair socialisatie in het microsysteem
van een driepersoonsgezin.
- Ook legt Erikson steeds verband tussen iemands psychische of interne ontwikkeling
en zijn behoefte aan sociaal contact. Ontwikkelingsfase begint met crisis.
- oorzaken zijn simultane wijzigingen in de binnen- en buitenwereld. Herstel van de
balans vereist een beslissing tot aanpassing op psychisch vlak en in de
maatschappijdeelname.
Fase 5
De crisis of onbalans bij de start van fase 5 is dus sociaal van aard, want het evenwicht raakt
verstoord als een puber relaties aangaat buiten het gezin en de school.
- Fase 1 tot en met 3 is een kind vooral bejegend als dochter, zoon, broer of zus.
- Fase 4 is het belang toegenomen van de school en de leerkrachten.
- Fase 5 treedt opnieuw een statusverandering op doordat een puber met een nieuw
microsysteem in contact komt.
Er treedt dan identificatie op met de positieve of negatieve reputatie van die peergroup.
Experimenteren