Periode 4 H13 en H14
Hoofdstuk 13 kunststoffen
Kunststoffen zijn polymeren, opgebouwd uit meerdere monomeren. Het koppelen van
monomeren kan door additie- en condensatiepolymerisatie.
Additiepolymerisatie:
Stap 1: initiatie
Het vormen van een radicaal molecuul dat kan reageren met bv. etheen. Er ontstaan
daardoor twee radicalen die verder kunnen reageren.
Stap 2: propagatie
De gevormde radicaalmoleculen reageren verder met dezelfde stof bv. etheen. Dit
herhaalt zich vele malen. De repeterende eenheid noem je de monomeereenheid.
Stap 3: terminatie
De reactie stopt als twee radicaalmoleculen met elkaar reageren. Dan bevindt zich
aan beide uiteinde een deel van het initiatormolecuul.
Condensatiepolymerisatie:
Condensatiereactie, uit twee moleculen wordt één groter molecuul gemaakt en er splitst
water af.
Hydrolysereactie, moleculen splitsen door te reageren met water.
Als een polymeer ontstaat door een reactie tussen een zuur en alcohol, dizuur of diol zijn het
condensatiepolymeren.
Types:
1. Polyester, monomeren zijn verbonden met een esterbinding (C=O en O-C)
2. Copolymeer, een polymeer ontstaan uit verschillende monomeren.
3. Polyamide, monomeren zijn verbonden door een amide binding (C=O en NH). Dit
ontstaat bij een reactie tussen een zuur en een amide, dizuur of diamide.
Thermoplasten:
Dit polymeer bestaat uit losse polymeerketens en wordt zacht bij verwarmen. Het is flexibel
en dat is afhankelijk van: de grootte van de zijketens, de polymerisatiegraad (de lengte van
een polymeer) en de aanwezigheid van weekmakers.
Thermoharders:
Dit polymeer is een netwerkpolymeer, de polymeerketens zijn verbonden met crosslinks.
Het blijft hard bij verwarmen. Crosslinks kunnen ontstaan als er nog dubbele bindingen zijn
in de polymeerketen. Of als er nog zijgroepen vast zitten aan de polymeerketens die met
elkaar kunnen reageren.
Formules:
mol zuurgroepen
aantal zuurgroepen=
mol polymeerketen
polymeermassa−massa watermolecuul
polymerisatiegraad=
massa monomere eenheid
Hoofdstuk 14 chemie van het leven
Koolhydraten
Het zijn sachariden met de algemene formule CnH2mOm. Monosachariden komen meestal in
ringvorm voor en de meest voorkomende is glucose. Het is een hexose (6 C-atomen) je hebt
ook pentose (5 C-atomen). Er is een verschil tussen de aanduiding a en b, de oriëntatie van
de groepen om het 1ste C-atoom.