Basiskennis Geschiedenis
Bruikbaar voor de toelatingstoets van de
PABO!
Zie ook de bijhorende documenten, Let op nu ook beschikbaar in bundel!
Verzoek eerst inlezen voor aankoop!
1
,1. Welke omschrijving past het beste bij de agrarische revolutie in de
Vruchtbare Halvemaan?
A. Het plots verdwijnen van landbouw door klimaatverandering
B. De overgang van jagen/verzamelen naar landbouw en vaste nederzettingen
C. De eerste toepassing van ijzer in werktuigen
D. Het ontstaan van handel over zee tussen landbouwdorpen
2. Wat was een kernfunctie van de limes in het Romeinse rijk?
A. Een religieus pad voor pelgrims langs de Rijn
B. Een verdedigingszone met forten en wachttorens
C. Een belastingroute voor het innen van tol
D. Een civiele weg voor markttoegang
3. Wat typeert het hofstelsel in de vroege middeleeuwen het meest?
A. Stedelijke autonomie met eigen munt
B. Boeren leveren diensten en oogst in ruil voor bescherming
C. Vrije boeren met eigen legerplicht
D. Handel over zee als economische basis
4. Welke uitspraak over de Hanze is het meest correct?
A. Het was een religieuze orde die kruistochten organiseerde
B. Het was een handelsverbond dat veiligheid en afspraken tussen steden regelde
C. Het was een keizerlijke belastingdienst in de Lage Landen
D. Het was een militaire alliantie van graafschappen
5. Welke impact had de drukpers van Gutenberg vooral op Europa?
A. Het maakte handschriften waardeloos voor bestuur
B. Het versnelde verspreiding van ideeën en kennis
C. Het verving onmiddellijk alle kloosterschoolsystemen
D. Het beëindigde religieuze discussie door censuur
6. Wat was een centraal kenmerk van de Republiek der Zeven Verenigde
Nederlanden?
A. Een monarchie met erfelijke vorst
B. Een federatieve republiek met provinciale autonomie
C. Een eenheidsstaat met sterke centrale koning
D. Een militair protectoraat onder Frankrijk
7. Wat is de beste samenvatting van de trias politica?
A. Scheiding van kerk en staat
2
,B. Verdelen van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
C. Afschaffen van standen en invoeren van algemeen kiesrecht
D. Overhevelen van macht naar lokale gilden
8. Welke ontwikkeling hoort direct bij de industriële revolutie?
A. De invoering van het drieslagstelsel
B. Mechanisering met stoomkracht en opkomst van fabrieken
C. Het ontstaan van het leenstelsel
D. De bouw van stadsmuren tegen invallen
9. Wat was een belangrijk effect van het Verdrag van Versailles op
Duitsland?
A. Toename van koloniën in Afrika
B. Zware herstelbetalingen en verlies van grondgebied
C. Onmiddellijke economische groei door Marshallhulp
D. Directe toetreding tot de Volkenbond als leider
10. Welke reden speelde een hoofdrol bij de politionele acties (1947–1948)
in Indonesië?
A. Herinvoering van de VOC-monopolies
B. Poging van Nederland om de macht na de onafhankelijkheidsverklaring te
herstellen
C. Militaire steun aan Japan tegen de VS
D. Bescherming van de Deltawerken tegen aanvallen
11. Welke verandering behoort het meest tot de overgang van
middeleeuwen naar vroegmoderne tijd?
A. Groei van steden en opkomst van wereldhandel
B. Verdwijning van schrift en terugkeer naar mondelinge tradities
C. Instorting van landbouwproductie door ijstijd
D. Opkomst van feodale structuren
12. Wat was een belangrijk gevolg van de Portugese ontdekkingen in de
15e eeuw?
A. Het ontstaan van het drieslagstelsel
B. De eerste directe zeeroute naar Azië
C. De introductie van het schrift in Europa
D. De opkomst van islamitische kolonies in Zuid-Amerika
13. Waarom groeide Amsterdam in de Gouden Eeuw uit tot een
wereldhandelscentrum?
A. Omdat alle Europese havens werden gesloten
B. Door een sterke munt, een wisselbank en grote handelsvloten
C. Vanwege directe steun van het Ottomaanse Rijk
D. Omdat Engeland deelname aan handel verbood
14. Wat was een belangrijke drijfveer voor Europese imperialistische
expansie in de 19e eeuw?
A. De wens om feodale systemen te herstellen
B. De opdracht van de paus om wereldwijde kerken te stichten
3
, C. De behoefte aan grondstoffen en nieuwe afzetmarkten
D. Het verbod op technologische innovatie in Europa
15. Wat typeert de verzuiling in Nederland?
A. Strikte scheiding tussen ambachtslieden en kooplieden
B. Groepen burgers bouwen eigen instellingen vanuit hun levensbeschouwing
C. Opdeling van steden in economische zones
D. Verbod op religieuze verenigingen
16. Waarom werd de Beemster in de 17e eeuw drooggelegd?
A. Om militaire oefenterreinen te creëren
B. Om nieuwe landbouwgrond te maken en overstromingen te voorkomen
C. Omdat de rivierdelta instortte
D. Om vestingsteden uit te breiden
17. Welke factor speelde een hoofdrol in het uitbreken van de Eerste
Wereldoorlog?
A. Nationalisme en wederzijdse angst tussen grootmachten
B. Het verdwijnen van bondgenootschappen
C. Het verbod op wapenproductie
D. Een wereldwijde economische bloei
18. Wat kenmerkt de Koude Oorlog het beste?
A. Rechtstreekse gevechten tussen VS en Sovjet-Unie
B. Een volledig open grenzenbeleid tussen beide machtsblokken
C. Indirecte conflicten, wapenwedloop en ideologische spanning
D. Een periode zonder technologische ontwikkeling
19. Wat was een directe aanleiding voor de Watersnoodramp van 1953?
A. Foutieve aanleg van spoorlijnen
B. Een zware storm die dijken deed doorbreken
C. Militaire sabotage van zeeweringen
D. Een aardbeving in de Noordzee
20. Wat was een belangrijk gevolg van de opkomst van televisie in de jaren
60?
A. Toename van analfabetisme
B. Verdwijning van politieke partijen in het zuiden
C. Verbod op kranten en radio
D. Snellere afname van verzuiling doordat iedereen dezelfde informatie kreeg
21. Waarom ontwikkelden de Grieken stadsstaten in plaats van één
centraal rijk?
A. Omdat natuurlijke barrières zoals bergen en eilanden onderlinge eenheid
bemoeilijkten
B. Omdat de Perzen hen verplichtten afzonderlijk te leven
C. Omdat zij geen landbouw konden beoefenen
D. Omdat alle Grieken nomaden waren
22. Wat was een belangrijk gevolg van romanisering in de veroverde
gebieden?
A. Bevolking nam Romeinse gebruiken, recht en taal over
4