Hoofdstuk 4 passend onderwijs; het werkveld onderwijs
4.1 inleiding in het werkveld
Onderwijs is te omschrijven als ‘het begeleiden van kinderen en jongeren in hun
persoonlijkheidsontwikkeling, zodat ze zich kunnen ontwikkelen en kunnen leren op allerlei
gebieden’. Ontwikkeling is ‘een opeenstapeling van leerervaringen over een lange termijn waarvoor
rijping voorwaarden creëert’.
De school is het tweede opvoedingsmilieu, na het gezin. De school is van invloed op het vormen van
je eigen identiteit, je autonomie en zelfstandigheid, zelfvertrouwen en geloof in eigen kunnen,
vertrouwen in anderen, wilskracht, doelgerichtheid en toekomstvisie.
Het onderwijs wil uit elk kind halen wat er in zit. Ze moeten onderwijs kunnen krijgen dat hen
uitdaagt, dat uitgaat van hun mogelijkheden en rekening houdt met hun eventuele beperking of
problematiek. Met oog daarop is sinds 2014 de Wet passend onderwijs van kracht. Een reguliere
school moet zoveel mogelijk extra ondersteuning geven aan een leerling die dat nodig heeft.
Wanneer dit niet mogelijk is, moet de school ervoor zorgen dat de leerling op een andere school
terecht komt waar ze deze ondersteuning wel kunnen bieden (bijvoorbeeld speciaal onderwijs).
In het speciaal onderwijs worden de volgende clusters onderscheiden:
- Cluster 1; scholen voor leerlingen met visuele beperkingen
- Cluster 2; scholen voor leerlingen met auditieve en communicatieve beperkingen
- Cluster 3; scholen voor leerlingen met verstandelijke en/of lichamelijke beperkingen (inclusief
chronisch zieke kinderen)
- Cluster 4; scholen voor leerlingen met ernstige gedragsproblemen en/of
ontwikkelingsstoornissen
4.2 profiel van de gebruikers
Voordat passend onderwijs was ingevoerd, bestond het zogenaamde ‘rugzakje’. Een leerling die extra
ondersteuning nodig had, bijvoorbeeld vanwege een beperking, kon een financiering krijgen voor
drie jaar. Die financiering kon ook worden aangevraagd als een stoornis van een leerling
handelingsverlegenheid bij de leerkracht opriep. Het geld moest op de eigen school specifiek aan die
leerling worden besteed. Er kon extra begeleiding of expertise mee worden ingehuurd. Sinds het
passend onderwijs van kracht is, is de landelijke indicatiesystematiek voor het rugzakje afgeschaft.
Dit kwam omdat er te veel rugzakjes werden aangevraagd, en dit werd te duur. Nu krijgt het
samenwerkingsverband van scholen geld, los van het aantal zorgleerlingen. Hierdoor krijgen
kinderen ook minder snel onnodig ‘labels’ opgeplakt. Leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften
kunnen leerlingen zijn met problemen zoals:
- Auditieve, visuele, verstandelijke of fysieke beperkingen
- Gedragsproblemen
- Leerproblemen
- Sociale of gezinsproblemen
- Psychische en psychosociale problemen (faalangst, ADHD, ASS)
4.1 inleiding in het werkveld
Onderwijs is te omschrijven als ‘het begeleiden van kinderen en jongeren in hun
persoonlijkheidsontwikkeling, zodat ze zich kunnen ontwikkelen en kunnen leren op allerlei
gebieden’. Ontwikkeling is ‘een opeenstapeling van leerervaringen over een lange termijn waarvoor
rijping voorwaarden creëert’.
De school is het tweede opvoedingsmilieu, na het gezin. De school is van invloed op het vormen van
je eigen identiteit, je autonomie en zelfstandigheid, zelfvertrouwen en geloof in eigen kunnen,
vertrouwen in anderen, wilskracht, doelgerichtheid en toekomstvisie.
Het onderwijs wil uit elk kind halen wat er in zit. Ze moeten onderwijs kunnen krijgen dat hen
uitdaagt, dat uitgaat van hun mogelijkheden en rekening houdt met hun eventuele beperking of
problematiek. Met oog daarop is sinds 2014 de Wet passend onderwijs van kracht. Een reguliere
school moet zoveel mogelijk extra ondersteuning geven aan een leerling die dat nodig heeft.
Wanneer dit niet mogelijk is, moet de school ervoor zorgen dat de leerling op een andere school
terecht komt waar ze deze ondersteuning wel kunnen bieden (bijvoorbeeld speciaal onderwijs).
In het speciaal onderwijs worden de volgende clusters onderscheiden:
- Cluster 1; scholen voor leerlingen met visuele beperkingen
- Cluster 2; scholen voor leerlingen met auditieve en communicatieve beperkingen
- Cluster 3; scholen voor leerlingen met verstandelijke en/of lichamelijke beperkingen (inclusief
chronisch zieke kinderen)
- Cluster 4; scholen voor leerlingen met ernstige gedragsproblemen en/of
ontwikkelingsstoornissen
4.2 profiel van de gebruikers
Voordat passend onderwijs was ingevoerd, bestond het zogenaamde ‘rugzakje’. Een leerling die extra
ondersteuning nodig had, bijvoorbeeld vanwege een beperking, kon een financiering krijgen voor
drie jaar. Die financiering kon ook worden aangevraagd als een stoornis van een leerling
handelingsverlegenheid bij de leerkracht opriep. Het geld moest op de eigen school specifiek aan die
leerling worden besteed. Er kon extra begeleiding of expertise mee worden ingehuurd. Sinds het
passend onderwijs van kracht is, is de landelijke indicatiesystematiek voor het rugzakje afgeschaft.
Dit kwam omdat er te veel rugzakjes werden aangevraagd, en dit werd te duur. Nu krijgt het
samenwerkingsverband van scholen geld, los van het aantal zorgleerlingen. Hierdoor krijgen
kinderen ook minder snel onnodig ‘labels’ opgeplakt. Leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften
kunnen leerlingen zijn met problemen zoals:
- Auditieve, visuele, verstandelijke of fysieke beperkingen
- Gedragsproblemen
- Leerproblemen
- Sociale of gezinsproblemen
- Psychische en psychosociale problemen (faalangst, ADHD, ASS)