Inleiding in de
ontwikkelingspsychologie
1. Voorspellen volwassen functioneren -> Marshmallowtest
2. Begrijpen van onze menselijke natuur -> Bv. altruïsme
3. Begrijpen hoe we gezond functioneren kunnen bevorderen -> onderzoek: Deviancy training
Studie van verandering binnen individuen
Domeinen: fysiologische ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en sociale & emotionele ontwikkeling
Beschrijven van ontwikkeling -> begrijpen van ontwikkeling -> optimaliseren van ontwikkeling
Stap 1: beschrijven
Systematisch in kaart brengen van stabiliteit en verandering over tijd (grafieken)
-> representatieve samples
-> normale ontwikkeling (gemiddeld)
-> individuele verschillen
Stap 2: begrijpen
Waarom en hoe vindt ontwikkeling plaats?
-> interne en externe factoren (kind, gezin, directe en indirecte omgeving)
Stap 3: optimaliseren
Hoe kunnen we de ontwikkeling van kinderen zo goed mogelijk ondersteunen?
-> algemene/klinische populaties
1. Nature/nurture
2. Continue/discontinue
3. Doorlopen kinderen dezelfde ontwikkeling?
John Locke (nurture) vs. Thomas Hobbes en Rousseau (nature)
Wederzijdse interactie
Cross-over interactie (differential susceptibility, beter en slecht) en schaarvormige interactie
(diathese-stress, 1 groep invloed, andere niet)
De praktijk van de K&J
psycholoog
Normale ontwikkeling is niet probleemloos
Criteria:
- bij de leeftijd passend
- mate van, frequentie, duur
- hardnekkigheid
- verstoring functioneren
- situatie-gebonden of algemeen
- voor wie en hoezeer is het een probleem
- alleen voorkomend bij bepaalde stoornis
Beschrijvingen DSM niet passend bij kinderen, symptomen verschillen ook per leeftijdsfase
-> geen beroep doen op (cognitieve) vaardigheden die nog niet aanwezig zijn
Verklaren doen we op niveau van probleemgedrag clusters/ontwikkelingsdomeinen
,Problemen ontstaan vaker in periode van snelle veranderingen (transitieperiodes)
-> oplossingen ook
Bepaalde soorten problemen ontstaan in bepaalde ontwikkelingsfasen
Risico op probleemgedrag afhankelijk van sekse
Andere oorzaak -> andere hulp
Oorzakelijke factor uit literatuur toepassen op individuele cliënt
Instrumenten zoeken om hypotheses te testen
Complexe interactie over tijd tussen biologische factoren, persoonseigenschappen en
omgevingsvariabelen
-> transactionele verklaringsmodellen
-> negatieve en positieve (beschermende) factoren
Behandelmethode moet passen bij oorzaken/in standhoudende factoren
Theorie
Biografieën niet voor tentamen
We hebben een theorie nodig om kennis te kunnen integreren -> tot een samenhangend begrip te
komen
Met een theorie kunnen we toekomstig onderzoek sturen
Continue ontwikkeling: ontwikkeling is geleidelijk, zonder abrupte veranderingen
Discontinue ontwikkeling: ontwikkeling is opeenvolging van abrupte veranderingen (‘stadia’)
Doorlopen kinderen dezelfde ontwikkeling?
Tegenwoordig -> kinderen hebben individuele ontwikkelingspaden, afhankelijk van omgeving en
genetische aanleg
-> bv. gehechtheids-stijlen (Ainsworth)
-> grillig verloop
Ecologische theorie van Bronfenbrenner
Ecologie -> omgeving
1. Kind: aanleg, persoonlijkheid, biologische en genetische factoren
2. Microsysteem: directe omgeving
3. Mesosysteem: connecties tussen de microsystemen
4. Exosysteem: indirecte omgeving
5. Macrosysteem: culturele context
6. Chronosysteem: tijd, cohort effecten, algemene Zeitgeist
Interactie tussen systemen
Compleet en integratief, interactie nature/nurture, omgeving niet verwaarlozen
Complex, moeilijk te weerleggen, biologische factoren worden niet gespecificeerd
Psychosociale ontwikkelingstheorie van Erikson
Ontwikkeling wordt bepaald door interactie van 3 systemen:
1. Biologie
2. Psychologie
3. Cultuur
, Stadia van ontwikkeling -> discontinue ontwikkeling, leeftijdsvakken, lifespan perspectief
- ieder stadium bestaat uit een conflict tussen twee uitersten
- ieder conflict vormt een ontwikkelingstaak
- adaptief evenwicht tussen uitersten
Oplossen leidt tot ‘deugd’ (vitale sterkten), stagnatie leidt tot pathologie
Sociale relaties helpen tot oplossingen komen
Evolutionaire psychologie van Darwin
Twee manieren:
1. Universeel verloop van stadia en groei (maturation approach)
2. Vastlegging van adaptieve conditionele ontwikkelingspaden -> paden zijn voorgeprogrammeerd,
maar keuze wordt beïnvloed door omgeving
Universeel verloop
Life history theory: somatic effort (groeien, leren, etc.) en reproductive effort (voortplanting, familie
helpen, etc.)
Verschillen tussen levensfasen in nadruk takken
-> op basis van biologische rijping en verval
Mensen krijgen weinig kinderen, die zijn kwetsbaar (somatic concern)
Oplossing: volwassenen vinden baby’s schattig, baby’s zoeken oogcontact ondanks beperkt visueel
vermogen
Conditionele ontwikkelingspaden
Principe: richting van de ontwikkeling wordt pas bepaald na blootstelling aan omgevingsprikkels
-> kritische/sensitieve periode, imprinting
Mensen zijn biologische wezen, goed gevalideerd, focus op adaptatie (functionalisme)
Evolutionaire omgeving kan niet direct worden geobserveerd, meta-theorie: moet worden
uitgewerkt, verwisselt ‘zijn’ en ‘moeten/blijven’
Zelf-determinatie theorie van Deci en Ryan
Assumpties:
1. Kinderen zijn van nature gedreven om te leren en ontwikkelen
= organismisch perspectief
2. Omgeving kan die ontwikkeling stimuleren of juist stagneren
Basale behoeften: competentie, autonomie en verbinding
-> afhankelijk van de levensfase
Positieve mensvisie, autonomie van mens
Moeilijk te weerleggen, meer mogelijke basisbehoeften
Methode
Zelfrapportage
+ meten van subjectieve variabelen
+ goedkoop, makkelijk
- niet geschikt voor jonge kinderen
- sociaal wenselijk antwoord
Ouder/leerkracht/peer rapportage
ontwikkelingspsychologie
1. Voorspellen volwassen functioneren -> Marshmallowtest
2. Begrijpen van onze menselijke natuur -> Bv. altruïsme
3. Begrijpen hoe we gezond functioneren kunnen bevorderen -> onderzoek: Deviancy training
Studie van verandering binnen individuen
Domeinen: fysiologische ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en sociale & emotionele ontwikkeling
Beschrijven van ontwikkeling -> begrijpen van ontwikkeling -> optimaliseren van ontwikkeling
Stap 1: beschrijven
Systematisch in kaart brengen van stabiliteit en verandering over tijd (grafieken)
-> representatieve samples
-> normale ontwikkeling (gemiddeld)
-> individuele verschillen
Stap 2: begrijpen
Waarom en hoe vindt ontwikkeling plaats?
-> interne en externe factoren (kind, gezin, directe en indirecte omgeving)
Stap 3: optimaliseren
Hoe kunnen we de ontwikkeling van kinderen zo goed mogelijk ondersteunen?
-> algemene/klinische populaties
1. Nature/nurture
2. Continue/discontinue
3. Doorlopen kinderen dezelfde ontwikkeling?
John Locke (nurture) vs. Thomas Hobbes en Rousseau (nature)
Wederzijdse interactie
Cross-over interactie (differential susceptibility, beter en slecht) en schaarvormige interactie
(diathese-stress, 1 groep invloed, andere niet)
De praktijk van de K&J
psycholoog
Normale ontwikkeling is niet probleemloos
Criteria:
- bij de leeftijd passend
- mate van, frequentie, duur
- hardnekkigheid
- verstoring functioneren
- situatie-gebonden of algemeen
- voor wie en hoezeer is het een probleem
- alleen voorkomend bij bepaalde stoornis
Beschrijvingen DSM niet passend bij kinderen, symptomen verschillen ook per leeftijdsfase
-> geen beroep doen op (cognitieve) vaardigheden die nog niet aanwezig zijn
Verklaren doen we op niveau van probleemgedrag clusters/ontwikkelingsdomeinen
,Problemen ontstaan vaker in periode van snelle veranderingen (transitieperiodes)
-> oplossingen ook
Bepaalde soorten problemen ontstaan in bepaalde ontwikkelingsfasen
Risico op probleemgedrag afhankelijk van sekse
Andere oorzaak -> andere hulp
Oorzakelijke factor uit literatuur toepassen op individuele cliënt
Instrumenten zoeken om hypotheses te testen
Complexe interactie over tijd tussen biologische factoren, persoonseigenschappen en
omgevingsvariabelen
-> transactionele verklaringsmodellen
-> negatieve en positieve (beschermende) factoren
Behandelmethode moet passen bij oorzaken/in standhoudende factoren
Theorie
Biografieën niet voor tentamen
We hebben een theorie nodig om kennis te kunnen integreren -> tot een samenhangend begrip te
komen
Met een theorie kunnen we toekomstig onderzoek sturen
Continue ontwikkeling: ontwikkeling is geleidelijk, zonder abrupte veranderingen
Discontinue ontwikkeling: ontwikkeling is opeenvolging van abrupte veranderingen (‘stadia’)
Doorlopen kinderen dezelfde ontwikkeling?
Tegenwoordig -> kinderen hebben individuele ontwikkelingspaden, afhankelijk van omgeving en
genetische aanleg
-> bv. gehechtheids-stijlen (Ainsworth)
-> grillig verloop
Ecologische theorie van Bronfenbrenner
Ecologie -> omgeving
1. Kind: aanleg, persoonlijkheid, biologische en genetische factoren
2. Microsysteem: directe omgeving
3. Mesosysteem: connecties tussen de microsystemen
4. Exosysteem: indirecte omgeving
5. Macrosysteem: culturele context
6. Chronosysteem: tijd, cohort effecten, algemene Zeitgeist
Interactie tussen systemen
Compleet en integratief, interactie nature/nurture, omgeving niet verwaarlozen
Complex, moeilijk te weerleggen, biologische factoren worden niet gespecificeerd
Psychosociale ontwikkelingstheorie van Erikson
Ontwikkeling wordt bepaald door interactie van 3 systemen:
1. Biologie
2. Psychologie
3. Cultuur
, Stadia van ontwikkeling -> discontinue ontwikkeling, leeftijdsvakken, lifespan perspectief
- ieder stadium bestaat uit een conflict tussen twee uitersten
- ieder conflict vormt een ontwikkelingstaak
- adaptief evenwicht tussen uitersten
Oplossen leidt tot ‘deugd’ (vitale sterkten), stagnatie leidt tot pathologie
Sociale relaties helpen tot oplossingen komen
Evolutionaire psychologie van Darwin
Twee manieren:
1. Universeel verloop van stadia en groei (maturation approach)
2. Vastlegging van adaptieve conditionele ontwikkelingspaden -> paden zijn voorgeprogrammeerd,
maar keuze wordt beïnvloed door omgeving
Universeel verloop
Life history theory: somatic effort (groeien, leren, etc.) en reproductive effort (voortplanting, familie
helpen, etc.)
Verschillen tussen levensfasen in nadruk takken
-> op basis van biologische rijping en verval
Mensen krijgen weinig kinderen, die zijn kwetsbaar (somatic concern)
Oplossing: volwassenen vinden baby’s schattig, baby’s zoeken oogcontact ondanks beperkt visueel
vermogen
Conditionele ontwikkelingspaden
Principe: richting van de ontwikkeling wordt pas bepaald na blootstelling aan omgevingsprikkels
-> kritische/sensitieve periode, imprinting
Mensen zijn biologische wezen, goed gevalideerd, focus op adaptatie (functionalisme)
Evolutionaire omgeving kan niet direct worden geobserveerd, meta-theorie: moet worden
uitgewerkt, verwisselt ‘zijn’ en ‘moeten/blijven’
Zelf-determinatie theorie van Deci en Ryan
Assumpties:
1. Kinderen zijn van nature gedreven om te leren en ontwikkelen
= organismisch perspectief
2. Omgeving kan die ontwikkeling stimuleren of juist stagneren
Basale behoeften: competentie, autonomie en verbinding
-> afhankelijk van de levensfase
Positieve mensvisie, autonomie van mens
Moeilijk te weerleggen, meer mogelijke basisbehoeften
Methode
Zelfrapportage
+ meten van subjectieve variabelen
+ goedkoop, makkelijk
- niet geschikt voor jonge kinderen
- sociaal wenselijk antwoord
Ouder/leerkracht/peer rapportage