1. groei
2. reageren op prikkels
3. stofwisseling
4. voortplanting
Groei en ontwikkeling
● Lichamelijk
- groter en zwaarder worden, veranderen van verhouding in het lichaam
● Geestelijk
- ontwikkelen van persoonlijkheid, emoties en denkvermogen
0→1,5 → 4 → 6→ 12 → 16 → 21 → 65 →
baby → peuter →kleuter → schoolkind → puber→adolescent → volwassene →
dood
bejaarde/oudere
òorgaan
- orgaan
● deel van een organisme met een of meerdere functies
● bestaan uit cellen
- opgedeeld in orgaanstelsel
weefsels
- een groep cellen met dezelfde vorm en functies
- organen bestaan vaak uit verschillende weefsels
Bacterien
- eencellig
- chromosomen liggen los in cytoplasma
- kunnen zweepharen hebben
- hebben celwand
- planten voort door celdeling
Schimmelen
Eencellig (gisten) meercellig
Rondvormig lange dunne draden
planten voort door celdeling planten voort met sporen
Bij gisten begint celdeling met knopvorming paddestoelen zijn de vruchtlichamen
, Schadelijke schimmels en bacterien
- ziekteverwekkers
● bacteriële infecties en schimmelinfecties
- voedselbederf
- giftige paddestoelen
Nuttige schimmels en bacterien
- biotechnologie
● Maken van medicijnen, voedingsstoffen, hormonen en enzymen
- Reducenten
● Afbreken resten dode organismen
● helpen bij vertering in darmen
- antibiotica
● Voor het bestrijden van bacteriële infecties
- fermenteren van voedsel
● bier zuurkool yoghurt wijn (schimmel) kaas
Dierlijke cellen
- celmembraan
- Dun vlies om de cel
- Scheidt de inhoud van de cel van de omgeving
- cytoplasma
- Water met opgeloste stoffen
- celkern
regelt wat in een cel gebeurt
Bestaat uit kernplasma en kernmembraan
plantaardige cellen
- Dezelfde onderdelen als dierlijke cellen maar ook andere delen
- celwand
- Stevig laag om de cel heen
- Geen onderdeel van de cel maar ligt er omheen
- Vacuole
blaasje gevuld met vocht
geen stevigheid
- plastiden
korrels met speciale functies
bijvoorbeeld bladgroen korrels zetmeelkorrels kleurstofkorrels
korrels
- bladgroenkorrels
hierin vindt fotosynthese plaats