- De mens →inwendig skelet (geraamte) → bestaat uit meer dan 200 botten
(beenderen)
- Lichaam van de mens bestaat uit hoofd, romp en de ledematen (armen en
benen)
- Botten in hoofd → schedel → wordt gedragen door → wervelkolom
- Borstwervels, ribben en het borstbeen → borstkas
- Schouderbladen en sleutelbeenderen → schouders (schoudergordel)
- Heupbeenderen vormen → bekken (bekkengordel)
Begrippen
● Skelet (geraamte)
- Harde delen die een organisme stevigheid geven; bottenstelsel.
● Bot (been)
- Stevig deel, orgaan van het bottenstelsel.
● Ledematen
- armen en benen.
● Borstkas
- Borstwervels, ribben en borstbeen.
● Schouders (schoudergordel)
- Schouderbladen en sleutelbeenderen
● bekken (bekkengordel)
- heupbeenderen
, Functies van het skelet
1. Het geeft stevigheid aan je lichaam
2. Het geeft vorm aan je lichaam
3. Het geeft bescherming aan tere organen
4. Het maakt de beweging mogelijk
Type botten
- Skelet → 2 soorten botten
● Pijpbeenderen en platte beenderen
- Pijpbeenderen → langwerpig en vooral ledematen → koppen bestaan uit veel kleine
holten gevuld met rood beenmerg
- Rood Beenmerg → bloedcellen worden gevormd
- Tussen koppen → mergholte → hierin zit geel beenmerg → vet opgeslagen
- Platte beenderen → komen vooral voor in → schedel en romp
● voorbeeld: platte beenderen, schedelbeenderen, ribben en schouderbladen
- Platte beenderen → rood beenmerg (geen mergholte en geen geel beenmerg)
begrippen
● pijpbeen
- Langwerpig bot met een mergholte; bevat rood en geel beenmerg.
● Rood beenmerg
- Komt voor in platte beenderen en in de koppen van de pijpbeenderen en
maakt bloedcellen aan.
● Mergholte
- Holte in een pijpbeen tussen de koppen.
● Geel beenmerg
- Komt voor in de mergholte van pijpbeenderen en er is vet in opgeslagen.
● Plat been
- Bot dat alleen rood beenmerg bevat en vooral voorkomt in hoofd en romp.
Kraakbeenweefsel
- Kraakbeenweefsel → cellen liggen in groepjes bij elkaar in tussencelstof
- Tussencelstof → gemaakt door cellen
- Door tussencelstof → kraakbeen stevig