Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................................................................... 2
Werkgroep............................................................................................................................................................2
Bovenste rij: Formele versies (regels en procedures).....................................................................................3
Onderste rij: Inhoudelijke versies (waarden en rechten)................................................................................4
HC Week 1..........................................................................................................................................................15
Week 2........................................................................................................................................................ 17
Hoorcollege........................................................................................................................................................17
Werkgroep..........................................................................................................................................................22
Week 3........................................................................................................................................................ 28
Hoorcollege........................................................................................................................................................28
Werkgroep..........................................................................................................................................................30
Week 4........................................................................................................................................................ 36
Werkgroep..........................................................................................................................................................36
Week 5........................................................................................................................................................ 41
Werkgroep..........................................................................................................................................................41
Week 6........................................................................................................................................................ 48
Werkgroep..........................................................................................................................................................48
,Week 1
Werkgroep
Opdrachten voor het werkcollege
1. Leg onderstaand schema uit. Wat is het verschil tussen een formele en een substantieve
definitie van het begrip rechtsstaat?
Samenstelling van het schema: van meer naar minder verantwoordelijkheden (gelezen van
links naar rechts).
Formele rechtsstaat:
- de manier waarop de wet werd afgekondigd (werd deze door een daartoe bevoegde
persoon...);
- de helderheid van de uitvoerende norm (was deze voldoende duidelijk om iemands
gedrag te sturen, zodat iemand zijn of haar leven kon plannen, enz.); en
- De tijdsdimensie van de afgekondigde regel (gold deze alleen voor de toekomst.
Formele opvattingen over de rechtsstaat beogen echter geen oordeel te vellen over
de feitelijke inhoud van de wet zelf.
- Zij houden zich niet bezig met de vraag of de wet in die zin een goede of een slechte
wet was, mits aan de formele voorschriften van de rechtsstaat zelf werd voldaan.
Degenen die inhoudelijke opvattingen over de rechtsstaat aanhangen, proberen
verder te gaan. Zij accepteren dat de rechtsstaat de bovengenoemde formele
kenmerken heeft, maar zij willen de doctrine verder doortrekken. Bepaalde
inhoudelijke rechten zouden gebaseerd zijn op, of afgeleid zijn van, de rechtsstaat.
Dit concept wordt gebruikt als basis voor deze rechten, die vervolgens worden
gebruikt om onderscheid te maken tussen "goede" wetten, die aan deze rechten
voldoen, en "slechte" wetten die dat niet doen.
o Beknopt: formele theorieën richten zich op de juiste bronnen en vorm van
legaliteit, terwijl substantieve theorieën ook eisen stellen aan de inhoud van
, de wet (meestal dat deze in overeenstemming moet zijn met
rechtvaardigheid of morele principes).
- Is de wet duidelijk geformuleerd, is de wet door de juiste instantie gemaakt, geldt hij
voor iedereen en voor de toekomst
o Bij de formele theorie gaat het niet om de inhoudelijk, de substantiële theorie
gaat verder in op de rechten
Uitleg van het schema:
Bovenste rij: Formele versies (regels en procedures)
Rule by Law (wet als instrument van de overheid)
o De overheid gebruikt de wet simpelweg om beleid te voeren.
> De overheid gebruikt wetten puur als hulpmiddel om macht uit te
oefenen en beleid te voeren
o Het zegt nog niks over eerlijkheid of rechten.
o Voorbeeld: de overheid zegt “dit is de wet” en dus moet iedereen het volgen.
> Rule by Law is een tool van machthebbers, zonder garantie op
eerlijkheid en rechtvaardigheid. Rule of law is juist de wet er om
iedereen – ook de overheid- te binden om rechten van burgers te
beschermen.
> Voorbeeld van China en het streng internetcensuur: wet wordt
gebruikt door de overheid om controle te houden over informatie en
meningsuiting (zoals het blokkeren van bepaalde websites of het
verwijderen van kritische berichten). Of dat eerlijk of rechtvaardig is,
speelt geen rol – het gaat er vooral om dat de overheid via de wet
haar macht kan uitvoeren.
Formele legaliteit
o Hier zijn er meer eisen aan wetten: ze moeten vooruitwerken (prospectief),
algemeen gelden, duidelijk en zeker zijn.
> Moet gaan over open, duidelijk, openbare en prospectieve regels
> Raz: Onafhankelijke rechtelijke macht belangrijk om de wetten toe te
kunnen passen
o De nadruk ligt nog steeds op vorm/procedure, maar er zijn strengere
kwaliteitsregels.
o Joseph Raz: wet moet in staat zijn het gedrag van zijn onderdanen te sturen.
Wet moet sturend doen, waardoor wet aan formele vereisten moet voldoen
o Ondersteunt autonomie en waardigheid van de burgers: weet wat de
spelregels zijn etc. je weet waar je aan toe bent, voorspelbaarheid.
Democratie en legaliteit
o Hier komt er een inhoudelijk tintje bij: wetten moeten niet alleen netjes
gemaakt worden, maar ook gebaseerd zijn op instemming van het volk
(bijvoorbeeld via verkiezingen en parlement).
o Formele regels alleen zijn niet genoeg om onrecht te voorkomen
o Democratie als methode om de inhoud van de wet te bepalen
o Politieke vrijheid: leven onder eigen recht en autonomie
o Procedure om inhoud van de wet te bepalen: democratische besluitvorming
, > Habermas: in een moderne circulaire samenleving de legitimiteit
alleen nog kan rusten op het principe van zelfbeschikking. Burgers
moeten zichzelf kunnen zien als de auteurs van de wetten waaraan ze
als onderdanen gebonden zijn
Onderste rij: Inhoudelijke versies (waarden en rechten)
1. Individuele rechten
o Naast de formele regels erkent men ook rechten zoals eigendom, privacy,
contractvrijheid, autonomie.
2. Recht op waardigheid en/of gerechtigheid
o De rechtsstaat moet ook menselijke waardigheid en gerechtigheid
beschermen.
3. Sociale welvaart (substantieve gelijkheid)
o De dikste (meest inhoudelijke) versie: wetten moeten bijdragen aan gelijke
kansen en sociale rechtvaardigheid in de samenleving.
Substantieve rechtsstaat:
- Gaat verder dan de formele rechtsstaat, en voegt hier inhoudelijke elementen aan
toe
o De scheiding is niet zo zwart wit als die klinkt: formele regels (eis dat de wet
duidelijk moet zijn), hebben vaak wel inhoudelijke gevolgen. Substantiële
ideeën over rechtvaardigheid bevatten vaak formele eisen (zoals gelijke
behandeling voor de wet)
De individuele rechten kun je bewerkstelligen zonder dat je andere dingen doet -> hebben
van democratie zit niet in individuele rechten
Democratische legaliteit nodig -> democratie is meerderheid, maar vaak zie je met grote
minderheid die zich niet vertegenwoordigd voelen. Gebeurd zonder consent -> leven deze
mensen dan niet meer in rechtsstaat? Verschillende standpunten kunnen worden
ingenomen.
Sociale welvaart: meer verzorgingsstaat. Bv. iedereen heeft recht op ontplooien van
maatschappelijke waarden. Voorbeeld: studeren op uva en zit in rolstoel -> lokalen die
hierop zijn ingericht
Kan je niet eenduidig uitleggen -> verschillende percepties op wat rechtvaardig is en
wat moet gebeuren. Komt uiteindelijk neer op een politieke filosofie.
Formele legaliteit:
Formele legaliteit is inhoudelijk neutraal -> oordeelt niet over de morele kwaliteit van de
wet, alleen over de vorm en procedure.
Neutraliteit zwakte of kracht: set neutrale regels die overal toepasbaar zijn, ongeacht
de politieke kleur van een land. Maakt het concept politiek neutraal en universeel
Week 1.......................................................................................................................................................... 2
Werkgroep............................................................................................................................................................2
Bovenste rij: Formele versies (regels en procedures).....................................................................................3
Onderste rij: Inhoudelijke versies (waarden en rechten)................................................................................4
HC Week 1..........................................................................................................................................................15
Week 2........................................................................................................................................................ 17
Hoorcollege........................................................................................................................................................17
Werkgroep..........................................................................................................................................................22
Week 3........................................................................................................................................................ 28
Hoorcollege........................................................................................................................................................28
Werkgroep..........................................................................................................................................................30
Week 4........................................................................................................................................................ 36
Werkgroep..........................................................................................................................................................36
Week 5........................................................................................................................................................ 41
Werkgroep..........................................................................................................................................................41
Week 6........................................................................................................................................................ 48
Werkgroep..........................................................................................................................................................48
,Week 1
Werkgroep
Opdrachten voor het werkcollege
1. Leg onderstaand schema uit. Wat is het verschil tussen een formele en een substantieve
definitie van het begrip rechtsstaat?
Samenstelling van het schema: van meer naar minder verantwoordelijkheden (gelezen van
links naar rechts).
Formele rechtsstaat:
- de manier waarop de wet werd afgekondigd (werd deze door een daartoe bevoegde
persoon...);
- de helderheid van de uitvoerende norm (was deze voldoende duidelijk om iemands
gedrag te sturen, zodat iemand zijn of haar leven kon plannen, enz.); en
- De tijdsdimensie van de afgekondigde regel (gold deze alleen voor de toekomst.
Formele opvattingen over de rechtsstaat beogen echter geen oordeel te vellen over
de feitelijke inhoud van de wet zelf.
- Zij houden zich niet bezig met de vraag of de wet in die zin een goede of een slechte
wet was, mits aan de formele voorschriften van de rechtsstaat zelf werd voldaan.
Degenen die inhoudelijke opvattingen over de rechtsstaat aanhangen, proberen
verder te gaan. Zij accepteren dat de rechtsstaat de bovengenoemde formele
kenmerken heeft, maar zij willen de doctrine verder doortrekken. Bepaalde
inhoudelijke rechten zouden gebaseerd zijn op, of afgeleid zijn van, de rechtsstaat.
Dit concept wordt gebruikt als basis voor deze rechten, die vervolgens worden
gebruikt om onderscheid te maken tussen "goede" wetten, die aan deze rechten
voldoen, en "slechte" wetten die dat niet doen.
o Beknopt: formele theorieën richten zich op de juiste bronnen en vorm van
legaliteit, terwijl substantieve theorieën ook eisen stellen aan de inhoud van
, de wet (meestal dat deze in overeenstemming moet zijn met
rechtvaardigheid of morele principes).
- Is de wet duidelijk geformuleerd, is de wet door de juiste instantie gemaakt, geldt hij
voor iedereen en voor de toekomst
o Bij de formele theorie gaat het niet om de inhoudelijk, de substantiële theorie
gaat verder in op de rechten
Uitleg van het schema:
Bovenste rij: Formele versies (regels en procedures)
Rule by Law (wet als instrument van de overheid)
o De overheid gebruikt de wet simpelweg om beleid te voeren.
> De overheid gebruikt wetten puur als hulpmiddel om macht uit te
oefenen en beleid te voeren
o Het zegt nog niks over eerlijkheid of rechten.
o Voorbeeld: de overheid zegt “dit is de wet” en dus moet iedereen het volgen.
> Rule by Law is een tool van machthebbers, zonder garantie op
eerlijkheid en rechtvaardigheid. Rule of law is juist de wet er om
iedereen – ook de overheid- te binden om rechten van burgers te
beschermen.
> Voorbeeld van China en het streng internetcensuur: wet wordt
gebruikt door de overheid om controle te houden over informatie en
meningsuiting (zoals het blokkeren van bepaalde websites of het
verwijderen van kritische berichten). Of dat eerlijk of rechtvaardig is,
speelt geen rol – het gaat er vooral om dat de overheid via de wet
haar macht kan uitvoeren.
Formele legaliteit
o Hier zijn er meer eisen aan wetten: ze moeten vooruitwerken (prospectief),
algemeen gelden, duidelijk en zeker zijn.
> Moet gaan over open, duidelijk, openbare en prospectieve regels
> Raz: Onafhankelijke rechtelijke macht belangrijk om de wetten toe te
kunnen passen
o De nadruk ligt nog steeds op vorm/procedure, maar er zijn strengere
kwaliteitsregels.
o Joseph Raz: wet moet in staat zijn het gedrag van zijn onderdanen te sturen.
Wet moet sturend doen, waardoor wet aan formele vereisten moet voldoen
o Ondersteunt autonomie en waardigheid van de burgers: weet wat de
spelregels zijn etc. je weet waar je aan toe bent, voorspelbaarheid.
Democratie en legaliteit
o Hier komt er een inhoudelijk tintje bij: wetten moeten niet alleen netjes
gemaakt worden, maar ook gebaseerd zijn op instemming van het volk
(bijvoorbeeld via verkiezingen en parlement).
o Formele regels alleen zijn niet genoeg om onrecht te voorkomen
o Democratie als methode om de inhoud van de wet te bepalen
o Politieke vrijheid: leven onder eigen recht en autonomie
o Procedure om inhoud van de wet te bepalen: democratische besluitvorming
, > Habermas: in een moderne circulaire samenleving de legitimiteit
alleen nog kan rusten op het principe van zelfbeschikking. Burgers
moeten zichzelf kunnen zien als de auteurs van de wetten waaraan ze
als onderdanen gebonden zijn
Onderste rij: Inhoudelijke versies (waarden en rechten)
1. Individuele rechten
o Naast de formele regels erkent men ook rechten zoals eigendom, privacy,
contractvrijheid, autonomie.
2. Recht op waardigheid en/of gerechtigheid
o De rechtsstaat moet ook menselijke waardigheid en gerechtigheid
beschermen.
3. Sociale welvaart (substantieve gelijkheid)
o De dikste (meest inhoudelijke) versie: wetten moeten bijdragen aan gelijke
kansen en sociale rechtvaardigheid in de samenleving.
Substantieve rechtsstaat:
- Gaat verder dan de formele rechtsstaat, en voegt hier inhoudelijke elementen aan
toe
o De scheiding is niet zo zwart wit als die klinkt: formele regels (eis dat de wet
duidelijk moet zijn), hebben vaak wel inhoudelijke gevolgen. Substantiële
ideeën over rechtvaardigheid bevatten vaak formele eisen (zoals gelijke
behandeling voor de wet)
De individuele rechten kun je bewerkstelligen zonder dat je andere dingen doet -> hebben
van democratie zit niet in individuele rechten
Democratische legaliteit nodig -> democratie is meerderheid, maar vaak zie je met grote
minderheid die zich niet vertegenwoordigd voelen. Gebeurd zonder consent -> leven deze
mensen dan niet meer in rechtsstaat? Verschillende standpunten kunnen worden
ingenomen.
Sociale welvaart: meer verzorgingsstaat. Bv. iedereen heeft recht op ontplooien van
maatschappelijke waarden. Voorbeeld: studeren op uva en zit in rolstoel -> lokalen die
hierop zijn ingericht
Kan je niet eenduidig uitleggen -> verschillende percepties op wat rechtvaardig is en
wat moet gebeuren. Komt uiteindelijk neer op een politieke filosofie.
Formele legaliteit:
Formele legaliteit is inhoudelijk neutraal -> oordeelt niet over de morele kwaliteit van de
wet, alleen over de vorm en procedure.
Neutraliteit zwakte of kracht: set neutrale regels die overal toepasbaar zijn, ongeacht
de politieke kleur van een land. Maakt het concept politiek neutraal en universeel