1. Ziektebeeld en doelgroep ............................................................................................... 1
2. Leerdoelen ...................................................................................................................... 1
3. Fase van het diëtistisch behandelproces ......................................................................... 2
4. Online zelfmanagement tools ......................................................................................... 2
5. Integratie met individuele begeleiding ........................................................................... 4
6. Cursusopzet .................................................................................................................... 5
7. Ethiek ............................................................................................................................. 7
Literatuur .................................................................................................................................... 9
, 1. Ziektebeeld en doelgroep
1-3% van de Nederlandse kinderen heeft een voedselallergie: een overdreven reactie van het
afweersysteem op een anders onschuldig eiwit in voeding, en dit aantal neemt de laatste jaren
toe (Vlieg-Boerstra et al., 2023). Symptomen variëren van mild, zoals misselijkheid en jeuk in
de mond, tot ernstig, waaronder anafylaxie met bloeddrukdaling, ademhalingsproblemen en
risico op sterfte. De cursus richt zich op ouders van baby’s met een verhoogd risico op het
ontwikkelen van een voedselallergie: baby’s van ouders met een atopische aandoening
(eczeem, astma of allergische neusverkoudheid) en baby’s met eczeem (Stegeman et al.,
2025; Tsakok et al., 2016). Door preventieve maatregelen kan bij een deel van hen
voedselallergie worden voorkomen (Vlieg-Boerstra et al., 2023). Dit is primaire selectieve
preventie. Vanwege de sterke erfelijke component zal bij een deel van de baby’s, ondanks
preventieve maatregelen, toch een allergie ontstaan (Du Toit et al., 2015). De cursus richt zich
daarom ook op secundaire preventie, met als doel vroege herkenning van voedselallergie en
tijdig inzetten van passende vervolgzorg. Behandeling bij vastgestelde voedselallergie valt
buiten de scope van de cursus. Door de primaire en secundaire preventie draagt de cursus bij
aan het voorkomen van complicaties, zoals ernstige allergische reacties, maar ook onnodige
voedselrestricties, nutriënttekorten en groeiachterstand (Engels, 2015). De cursus begint vóór
de allergenenintroductie op 4 tot 6 maanden om vooraf voldoende kennis te geven, tot de
baby 9 maanden is, om ondersteuning te bieden tijdens de eerste orale blootstellingen. Een
online cursus is geschikt, omdat de flexibiliteit aansluit bij het leven met een baby en online
cursussen aangetoond effectief kunnen zijn in het verbeteren van gezondheidskennis,
gezondheidsgedrag en zelfeffectiviteit van ouders (Kwen & Oh, 2022; Mörelius et al., 2021;
Schalken et al., 2013).
2. Leerdoelen
Om de doelen (voorkomen van en tijdige signalering en doorverwijzing bij voedselallergieën)
te bereiken, richt de cursus zich op de volgende leerdoelen: kennis opdoen over
voedselallergie en preventieve maatregelen, verminderen van angst en onzekerheid rondom
voeding en allergenenintroductie (houding), omdat angst kan leiden tot vermijding (d’Art et
al., 2022); versterken van zelfmanagement bij veilige en tijdige introductie van allergenen
(gedrag) en signalen herkennen die kunnen wijzen op voedselallergie (wederom kennis). Om
de kennis te laten beklijven, wordt de informatie gestructureerd, gedoseerd, levendig gebracht
(bijvoorbeeld door illustraties van normale versus allergische reacties) en herhaald (Alblas,
2015; Wouda et al., 2014). Houdingsaspecten worden aangepakt door sociaal affectief leren:
positieve ervaringsverhalen kunnen angst rond allergenenintroductie verminderen.
1