Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Uitwerking leerdoelen 3.1 medische & verpleegkundige kennis - preventie

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
95
Geüpload op
11-03-2021
Geschreven in
2020/2021

Alle leerdoelen en literatuur uitgewerkt.

Voorbeeld van de inhoud

Verpleegkundige en medische kennis

Inhoud
Verpleegkundige en medische kennis....................................................................................................1
Week 1 Medische kennis....................................................................................................................1
Week 1 Verpleegkundige kennis......................................................................................................13
Week 2 Medische Kennis..................................................................................................................20
Week 2 Verpleegkundige Kennis......................................................................................................28
Week 3 – Gynaecologie 1: anatomie en fysiologie van geslachtsorganen. Anticonceptie en
fertiliteitsstoornissen. Organisatie van de jeugdgezondheidszorg...................................................30
Medische kennis...............................................................................................................................30
Verpleegkundige kennis...................................................................................................................39
Verpleegkundige kennis week 4.......................................................................................................45
Week 4 medische kennis; gynaecologie 2: diagnostisch onderzoek van vrouwelijke en mannelijke
geslachtsorganen en veel voorkomende stoornissen.......................................................................49
Week 5 verpleegkundige kennis; de ontwikkeling van een peuter...................................................53
Medische kennis week 4; dermatologie...........................................................................................58
Medische kennis week 6; groei en ontwikkeling kind en adolescent 4-19 jaar................................69
Verpleegkundige kennis week 6; gezondheidsvaardigheden en laaggeletterdheid.........................75
Medische kennis week 7; principes van besmetting en infectie.......................................................76
Verpleegkundige kennis week 7; Therapietrouw, HIV/AIDS en rijksvaccinatieprogramma’s...........81
Week 1 Medische kennis
De student kan beschrijven wat er onder preconceptiezorg wordt verstaan
Kan benoemen wat de ontwikkelingskenmerken zijn van de verschillende trimesters in de
zwangerschap
De fysiologie van bevruchting, innesteling en placentatie beschrijven
De normale zwangerschap beschrijven: duur, prenatale screening- 20 weken echo en de
verloskundige zorg daarbij
Per orgaanstelsel herkennen welke veranderingen er in het lichaam van de zwangere optreden
De embryogenese en foetale ontwikkeling beschrijven

Anatomie en fysiologie 20.6 en 20.7 (herhaling in week 2)
Het doel van de weeën is de baring of parturitie, hierbij wordt de foetus de baarmoeder
uitgedreven. Tijdens de bevalling beginnen de samentrekkingen bij de bovenkant van de baarmoeder
en lopen door naar de cervix (baarmoederhals). Naarmate de baring nadert verandert de positie van
de foetus en wordt deze naar het geboortekanaal verplaatst.
De baring bestaat uit 3 fasen:
- De ontsluiting: deze beginnen met weeën als de baarmoedermond zich verwijdt en de foetus
langs het geboortekanaal omlaag begint te glijden. Duurt meestal 8 uur of langer. Elke 10-30
minuten een wee, de frequentie neemt geleidelijk toe. Aan het einde amnion breekt
“vliezen breken”.

, - Uitdrijving: begint als baarmoedermond zich volledig verwijdt. Gaat door tot de foetus uit
vagina gedreven is. Duurt meestal minder dan twee uur. De bevalling is wanneer het kind
zich buiten het lichaam van de moeder begeeft. Als vaginakanaal te klein is kan de arts de
opening vergroten door episiotomie uit te voeren insnijding spieren perineum. Deze
kunnen met hechtingen later worden hersteld.
Bij complicaties uitdrijving kan het kind met een keizersnede ter wereld worden gebracht
insnijding buikwand tot de baarmoeder ver genoeg geopend is voor het kind.
- Nageboorte: baarmoeder wordt geleidelijk kleiner door spieren die zich samentrekken.
Hierdoor maakt de placenta zich los van het endometrium. Dit eindigt ongeveer een uur naar
de bevalling met de nageboorte.
Er is sprake van vroeggeboorte wanneer de weeën beginnen voordat de foetus zijn normale
ontwikkeling heeft voltooid. Kans op overleving heeft te maken met geboortegewicht. Pasgeborenen
met een gewicht van minder dan 400g is niet levensvatbaar. Vanaf 500g noem je het een
vroeggeboorte en geen miskraam. De meeste foetussen wegen 500g na het 2 e trimester.
De meeste foetussen die in de periode tussen 25 e en 27e week worden geboren overleven het niet.
Als ze dit wel doen zijn er grote kansen op de ontwikkeling van ontwikkelingsstoornissen.
Vroeggeboorte heeft meestal betrekking op geboorte van zuigelingen van 28 tot 36 weken (meer dan
1 kg).
Meerlingen: ongeveer 70% is twee-eiig en di-zygoot.
- Twee-eiig  twee eicellen tegelijkertijd bevrucht en twee afzonderlijke zygoten worden
gevormd. Kan verschillend geslacht zijn.
- Monozygoot (eeneiig)  ontstaan wanneer de blastomeren vroeg tijdens de
klievingsdelingen splitsen of wanneer de embryoblast zich voor de gastrulatie splitst. Beide
kinderen dezelfde genetische aanleg en geslacht.
- Siamese tweeling  wanneer de splitsing van de blastomeren of kiemschijf niet volledig is.
De ontwikkeling stopt niet bij de geboorte. Bij de postnatale ontwikkeling maakt elk individu een
aantal levensfasen door: pasgeborene, zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd, puberteit, volwassen
leeftijd.
- Pasgeborene leeftijd (tot 1 maand)
- Zuigelingenleeftijd (tot 2 jaar). Bij de geboorte maakt de foetus de overgang door naar
neonaat. Hierbij worden de ontwikkeling door fysiologische en anatomische veranderingen
voltooid. Na de geboorte worden de opgeloste gassen, afvalstoffen, voedingsstoffen,
hormonen en antistoffen niet meer via de placenta overgedragen. Na de geboorte gebeurd
dit via de ademhaling, spijsvertering en uitscheiding.
Overgang foetus naar pasgeborene;
- Longen worden gevuld met lucht. Deze waren eerst ineengevouwen.
- Patroon bloedsomloop verandert als gevolg van verandering bloeddruk en stroomsnelheid.
Verandering bloeddruk leidt ertoe dat kleine en grote bloedsomloop gescheiden wordt.
- Hartslagfrequentie van pasgeborene (120-140 slagen per min) is lager dan bij een foetus (150
slagen per min). Hartslagfrequentie en ademsnelheid (30x per min).
- Voor geboorte spijsverteringskanaal inactief. In de darmen hoopt mengsel zich op van gal,
slijm en epitheelcellen. Deze wordt in de eerste dagen uitgescheiden.
- Als afvalstoffen zich in arteriële bloed ophopen worden ze door de nieren uitgescheiden.
Glomerulaire filtratie is normaal maar pasgeborene kan urine niet sterk concentreren  veel
water gaat verloren.
- Geen goede regulatie lichaamstemperatuur. Naarmate pasgeborene groeit wordt het
onderhuidse vetweefsel dikker en neemt zijn stofwisselingssnelheid toe.

- Kinderleeftijd (tot adolescentie)
Kindergeneeskunde (pediatrie) houdt zich bezig met de postnatale ontwikkeling vanaf
zuigelingenleeftijd tot aan de pubertijd.

,Zogen en de melkklieren : Aan het eind van de 6 e maand zijn de melkklieren van de zwangere vrouw
volledig ontwikkeld en beginnen de kliercellen het voormelk (colostrum) te vormen. Eerste melk
bevat meer eiwitten en veel minder vet bevat dan moedermelk. Hier zitten antistoffen in die het kind
beschermen. Hierdoor gaat het kind zijn eigen afweerstelsel vormen.
Vorming colostrum neemt af en melkklieren schakelen over op maken van melk. Dit bestaat uit
water, eiwitten, aminozuren, vetten, suikers en zouten. Ook veel lysozymen, enzymen met
antibiotische eigenschappen. Deze melk wordt beschikbaar door het toeschietreflex (wanneer het
kind aan de tepel begint te zuigen). De prikkeling van de tastreceptoren leidt tot afgifte oxytocine in
de lobus posterior van de hypofyse. Oxytocine  bloed  melkklier  samentrekking
contractiecellen melkklier  uitdrijving melk. Dit reflex blijft werken tot het spenen (1-2 jaar na
geboorte).

Zuigelingenleeftijd-kinderleeftijd  groeisnelheid is het grootst tijdens de prenatale ontwikkeling en
neemt na geboorte af. Postnatale groei wordt door hormonen in het bloed gereguleerd. Vooral het
groeihormoon van de hypofyse, steroïden van de bijnier en door schildklierhormoon.

Adolescentie begint bij de pubertijd. 3 belangrijke hormonale gebeurtenissen dragen bij tot begin
pubertijd:
- De hypothalamus gaat meer gonadotropin releasing hormone (GnRH) produceren. Dit is
afhankelijk van een voldoende hoge spiegel van leptine, door vetweefsel afgegeven.
- De lobus anterior wordt gevoelig voor de aanwezigheid van GnRG en de concentratie FSH en
LH in bloed stijgt snel.
- Cellen in ovarium of testes worden gevoelig voor FSH en LH. Dit leidt tot vorming gameten,
vorming geslachtshormonen en plotselinge versnelling van de groei die eindigt met het
sluiten van het epifysekraakbeen.
Combinatie geslachtshormonen, groeihormonen, steroïden van bijnieren en thyroxine leidt tot
versnelling groei. Deze remt tussen 18 en 21 e jaar en op dat moment sluiten de kraakbeenschijven
van de epifyse zich.
Verouderingsproces = senescentie.
Therapeutische abortus  wanneer het voldaan van zwangerschap ernstige gevolgen heeft voor
moeder en kind en daarom wordt afgebroken.
Spontane = miskraam en kunstmatige = op verzoek vrouw.

Anatomie en fysiologie H20 m.u.v. 20.6 en 20.7
De ontwikkeling is een continu proces, vanaf bevruchting tot aan de volwassenheid. de geleidelijke
verandering van lichaamsdelen en fysiologische kenmerken tijdens de periode vanaf de bevruchting
tot de volwassenheid wordt de ontwikkeling genoemd.
Vorming van verschillende celtypen bij dit proces wordt differentiatie genoemd. Dit vindt plaats door
selectieve veranderingen van de genetische activiteit. In elk celtype worden genen aan- of
uitgeschakeld. Ontwikkeling bestaat uit: de deling en differentiatie van cellen en de verandering
waarbij de anatomische structuren worden gevormd en gewijzigd. Ontwikkeling begint bij
bevruchting (conceptie) wanneer de mannelijke en vrouwelijke gameet zich versmelten. Het
bestuderen van de embryonale ontwikkeling noem je embryologie. Na twee maanden is het embryo
een foetus, hierbij begint de foetale ontwikkeling (week 9-geboorte). De foetale en embryonale
ontwikkeling samen noem je de prenatale ontwikkeling. De postnatale ontwikkeling begint bij de
geboorte en gaat door tot de volwassenheid.
Erfelijkheid = overdracht van genetisch bepaalde kenmerken van generatie op generatie. Genetica is
het bestuderen van mechanismen die verantwoordelijk zijn voor deze overdracht.

Bij de bevruchting versmelten twee haploïde gameten met elkaar. Door de versmelting van deze
gameten (elk 23) ontstaat een bevruchte eicel (zygote) van 46 chromosomen. Dit is het normale
aantal voor een somatische cel. Spermacellen dragen allen de mannelijke chromosomen bij.

, Vrouwelijke gameten, secundaire oöcyt, levert alle celorganellen, voedingsstoffen n genetische
programmering om de ontwikkeling van het embryo voor een week te ondersteunen. Bij de
bevruchting is de secundaire oöcyt meer dan twee keer zo breed als de spermacel lang is.
Spermacellen kunnen een bevruchting teweeg brengen wanneer ze worden blootgesteld in het
oviduct (eileider). Meestal vindt de bevruchting een dag na de ovulatie plaats. Tientallen
spermacellen zijn nodig voor een bevruchting omdat sommige niet door de corona radiata kunnen
komen, dit is de laag follikelcellen die om de eicel heen ligt.

Ovulatie vindt plaats voordat de eicel volledig is uitgerijpt. Secundaire oöcyt die het follikel verlaat,
bevindt zich in de metafase van de tweede meiotische deling (meiose 2). Stofwisselingsprocessen in
cel zijn gestopt, de eicel verkeert zich in een latente toestand en wacht op prikkel voor verdere
ontwikkeling. Als er geen bevruchting is, sterft de cel af zonder meiose af te maken. De corona
radiata beschermt de eicel terwijl deze door de gescheurde follikelwand passeert en in het
infundibulum van het oviduct terecht komt. Het acrosoom van de spermacel bevat enzymen, een
hiervan is hyaluronidase. Deze verbreekt de verbinding tussen de follikelcellen. De spermacel bindt
zich aan spermareceptoren in de zona pellucida. Vervolgens scheurt het acrosoom, waardoor
hyaluronidase en een ander proteolytisch enzym vrijkomt. Deze maken een opening in de zona
pellucida rond het membraan van de eicel en wanneer ei- en spermacel met elkaar in contact zijn
gekomen versmelten deze. Hiermee wordt de activering van de cel in gang gezet. De spermacel
dringt het cytoplasma van de eicel in. Blaasjes in het membraan ondergaan exocytose, hierbij worden
enzymen vrijgemaakt die voorkomen dat polyspermie voorkomt. Hierbij wordt de eicel door meer
dan één spermacel bevrucht. Na activatie eicel versmelten de vrouwelijke en mannelijke pronucleus
in de zogenoemde amfimixis. Nu is de bevruchting voltooid en is er een zygote gevormd. Bij eerste
klievingsdeling ontstaan er twee dochtercellen.

Gestatie= zwangerschap. Deze vindt in de uterus plaats. Gestatie is verdeeld in drie trimesters:
- 1e : periode van embryonale en vroeg foetale ontwikkeling
- 2e : ontwikkeling organen en stelsels. Lichaamsverhoudingen veranderen.
- 3e : snelle groei foetus. Orgaanstelsels worden volledig functioneel.
Klievingsdelingen zijn de reeks celdelingen die onmiddellijk na de bevruchting beginnen. Hierbij
worden genetisch identieke dochtercellen gevormd die steeds kleiner worden, deze noem je
blastomeren. Eerste delingen  twee dochtercellen (half zo groot als oorspronkelijke cel). De zygote
wordt een pre-embryo. Pre-embryo gaat naar het einde van oviduct en is nu een bal cellen. dit noem
je morula. Tijdens de volgende twee dagen gaat het embryo de cavum uteri (baarmoederholte)
binnen. De blastomeren vormen een blastocyte, een holle bol met een binnenste holte die je
blastocoele noemt. De buitenste laag van de blastocoele noem je trofoblast. Deze laag biedt voeding
voor de ontwikkeling van het embryo. De zona pellucida wordt afgesloten. Blastocyte komt in
contact met vloeistof baarmoederholte en deze is rijk aan glycogeen. Glycogeen wordt door de
klieren in het endometrium (baarmoederslijmvlies) afgegeven. Wanneer de blastocyte ontwikkelt is
en in het endometrium komt, stoppen de klievingsdelingen en begint de innesteling.

Bij de innesteling wordt de trofoblast meerdere cellagen dik. Cellen die het dichtst bij de blastocyte
liggen noem je de cellulaire trofoblast. Nabij baarmoederwand ontstaat een laag cytoplasma die je
syncytiotrofoblast noemt. Dit maakt een pad vrij door het epitheel van de baarmoederwand.
Innesteling vindt meestal plaats in de fundus. Bij ectopische zwangerschap vindt innesteling niet in
baarmoeder plaats. Deze zwangerschappen leveren geen levensvatbaar embryo op en zijn mogelijk
levensbedreigend voor de moeder. Tijdens innesteling blijft synctiotrofoblast in het omringende
endometrium uitgroeien. Verdwijnen klieren baarmoederwand zorgt voor vrijkomen van
voedingsstoffen. Deze worden door trofoblast opgenomen en door diffusie naar embryoblast
gestuurd. Uitstulpingen trofoblast komen rond capillairen en endometrium te liggen en vormen
kanalen. Hierdoor stroomt bloed van moeder naar kind, via de zogenoemde bloedruimten of
lacunae.

Documentinformatie

Geüpload op
11 maart 2021
Aantal pagina's
95
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING
€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
irisdankelman Hogeschool Windesheim
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
9
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
6
Documenten
6
Laatst verkocht
4 jaar geleden
Verpleegkunde samenvattingen Windesheim Zwolle

Hallo, In mijn samenvattingen heb ik alle leerdoelen per periode en vak uitgewerkt. Hopelijk hebben jullie er wat aan! Groetjes Iris

4,7

3 beoordelingen

5
2
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen