2025)
Dit bestand heeft per werkgroep de module doelen uitgewerkt aan de hand van de
begrippenlijst.
Aan het einde van deze samenvatting zijn er 32 bladzijdes met casussen, oefenvragen en
definities uitgewerkt van een aantal MD-K’s met de bijbehorende antwoorden.
,Werkgroep 2.1 pancreas en glucosehuidhouding
Nummer Moduledoel
1 Je beschrijft het endocriene regelsysteem van de pancreas en de glucosehuishouding, legt uit
welke invloed zwangerschap heeft op de glucosehuishouding, en legt uit hoe tijdens de
zwangerschap gescreend wordt op diabetes mellitus en diabetes gravidarum.
Celtransport:
In de celkern wordt een bepaald gen afgelezen en omgezet in messenger RNA (mRNA)
- mRNA verlaat de kern via de kernporiën
- mRNA bindt zich aan een ribosoom in het cytoplasma van het ruwe endoplasmatisch
reticulum → een specifieke code op het mRNA zorgt ervoor dat het ribosoom aan het ruwe
endoplasmatische reticulum bindt.
- Hier wordt een polypeptideketen (eiwitketen) gevormd
Een nieuwe gevormde polypeptideketen wordt in het membraan van het ruwe endoplasmatische
reticulum verwerkt
, - Er ontstaat een transportblaasje dat afsnoert van het ruwe endoplasmatische recticulum en
naar het Golgi-apparaat gaat.
- Hier wordt het eiwit verder bewerkt:
o Er worden suikergroepen aan gekoppeld (glycolysering)
o Het eiwit wordt samengevoegd in een nieuw transportblaasje
Dit transportblaasje bepaald waar het heen gaat:
• Exocytose (uitscheiding buiten de cel)
o Transportblaasje fuseert met het celmembraan
o Het eiwit wordt uitgescheiden naar de extracellulaire ruimte
• Fusie met een lysosoom
o Het blaasje blijft binnen de cel en fuseert met een lysosoom
o In het lysosoom kan het eiwit gebruikt worden voor de afbraak van stoffen of andere
processen binnen de cel.
Actief transport
Vereist energie (ATP) om moleculen tegen de concentratiegradiënt in te verplaatsen. Dit gebeurt vaak
via eiwitten in het celmembraan.
➔ Voorbeeld : Natrium-kalium pomp in zenuwcellen.
- Primair (energie direct van ATP (pompen die in membranen zitten)
- Secundair (energie van een concentratie gradiënt, (bv, co-transport glucose en natrium,
waarbij je glucose in je darmen op kan nemen).
- Endocytose (opneemt) en exocytose (uitscheidt) (transport van grotere deeltjes over het
celmembraan) = bulk transport (bijvoorbeeld neurotransmitters afgegeven aan neuron)
Passief transport
Hierbij worden stoffen vervoerd zonder energieverbruik, met de concentratiegradiënt mee. Dit kan
via directe diffusie of gefaciliteerde diffusie (door kanaaleiwitten).
- Diffusie
Is het proces waarbij moleculen van een gebied met een hoge concentratie naar een gebied
met een lage concentratie bewegen, zonder dat er energie wordt besloten. Dit gebeurt langs
de concentratiegradiënt.
- Gefaciliteerde
Voor stoffen die te groot of polair zijn om direct door de lipiden laag van het celmembraan te
diffunderen.
- Osmose
Is een specifiek type diffusie waarbij watermoleculen door een semi-permeabel membraan
bewegen, van een gebied met een lage concentratie opgeloste stoffen naar een gebied met
een hoge concentratie opgeloste stoffen.
, Energiestofwisseling:
ATP
Universele energiebron van de cel → daardoor kunnen metabole (stofwisseling) lichaamsprocessen in
het lichaam plaatsvinden
- ATP (batterij) = energiepakket → wordt gevormd uit ADP(adenosine-di-fosfaat)
- + Pi(los fosfaat)en energie
- ATP wordt gevormd via de glycolyse, krebscyclus en oxidatieve fosforylering door verbranden
van brandstoffen (koolhydraten, vetten en eiwitten worden verband)→ vrijgekomen energie
wordt gebruikt om ATP te kunnen maken
Opgeladen Batterij = ATP
- In de laatste koppeling kan je veel energie opslaan
Ongeladen batterij = ADP +Pi
- Nu wordt er water aan de ATP toegevoegd waardoor het ADP + Pi + energie wordt. Kan ook
andersom deze reactie (energie instoppen) om ATP te maken
4 manieren om ATP te produceren
- Afbraak fosfocreatine (spieren)
- Anaerobe glycolyse (geen zuurstof voor nodig)
- Aerobe glycolyse (wel voldoende zuurstof)
- Krebs/citroenzuurcyclus + oxidatieve fosforylering