Signaleren ADS 3.1
TUSSEN KOFFIE EN CONTACT: INFORMELE DAGBESTEDING IN BEELD
Naam
STUDENTNUMMER |
,Inhoud
1. Inleiding en aanleiding ................................................................................................................................ 2
2. Onderzoeksvraag en aanpak ...................................................................................................................... 2
2.1 Centrale onderzoeksvraag ...........................................................................................................................2
2.2 Onderzoeksaanpak.........................................................................................................................................2
3. Beschrijving van het signaal........................................................................................................................ 3
4. Analyse op micro-, meso- en macroniveau ................................................................................................ 4
5. Theoretische verdieping ............................................................................................................................. 6
5.1 De presentiebenadering: zien wat niet vanzelf spreekt ....................................................................6
5.2 Zorgethiek: erkenning en rechtvaardigheid...........................................................................................6
5.3 Herstelgericht en waarderend werken....................................................................................................6
6. Krachtenveldanalyse................................................................................................................................... 7
6.1 Bevorderende krachten................................................................................................................................7
6.2 Belemmerende krachten .............................................................................................................................7
6.3 Visuele weergave van het krachtenveld .................................................................................................8
7. Morele reflectie (STARR-model) ................................................................................................................. 8
8. Aanbevelingen en vervolgacties ................................................................................................................. 9
8.1 Afspraak over definities en werkwijze .....................................................................................................9
8.2 Reflectie op het belang van erkenning ....................................................................................................9
8.3 Eenvoudige registratie-instructie ..............................................................................................................9
8.4 Continue evaluatie en feedback ............................................................................................................. 10
8.5 Structurele inbedding................................................................................................................................. 10
9. Agendering en vervolgacties .................................................................................................................... 10
10. Conclusie en verantwoording ................................................................................................................. 10
Verantwoording .................................................................................................................................................. 11
11. Reflectie op mijn professionele ontwikkeling ........................................................................................ 11
10. Literatuurlijst .......................................................................................................................................... 13
Bijlages .......................................................................................................................................................... 14
1
, 1. Inleiding en aanleiding
In mijn werk als persoonlijk begeleider op een BW Locatie van het Leger des Heils begeleid ik dagelijks
cliënten met een dubbele diagnose (verslavings- en psychiatrische problematiek). Binnen deze context
staat het bieden van nabijheid, structuur en zingeving centraal. Dagbesteding speelt hierin een belangrijke
rol: het biedt cliënten niet alleen ritme, maar ook een gevoel van eigenwaarde, betekenis en
verbondenheid.
Op onze locatie wordt dagbesteding voor een klein deel georganiseerd in samenwerking met externe
partijen, maar juist de informele, alledaagse momenten zijn van grote waarde. Denk aan een cliënt die
helpt met koffiezetten, meegaat naar de supermarkt of spontaan meehelpt in de tuin. Deze vormen van
informele dagbesteding sluiten nauw aan bij de principes van de presentiebenadering (Baart, 2001),
waarbij de relationele afstemming en responsiviteit voorop staan.
Toch viel mij op dat deze vormen van inzet nauwelijks zichtbaar zijn in ons registratiesysteem. In
overdracht of in rapportages wordt regelmatig vermeld dat een cliënt weinig in beeld is geweest', terwijl
ik zelf eerder zag dat hij wel degelijk actief betrokken was bij een huishoudelijke taak. Dit zette mij aan het
denken: Wat zegt het als zulke vormen van inzet structureel niet worden benoemd? En wat doet dat met
de manier waarop we cliënten zien, waarderen en ondersteunen?
Deze observatie vormt de aanleiding voor dit signaleringsverslag. Door het probleem systematisch te
onderzoeken, hoop ik bij te dragen aan een meer waarderende en zorgvuldige praktijk, waarin ook de
'kleine' vormen van dagbesteding worden erkend en zichtbaar gemaakt. Ik wil laten zien dat dit geen
kwestie is van administratie, maar van professionele visie, ethiek en rechtvaardigheid.
2. Onderzoeksvraag en aanpak
2.1 Centrale onderzoeksvraag
De aanleiding voor dit signaleringsverslag is het verschil dat ik waarneem tussen wat cliënten
daadwerkelijk ondernemen op een dag en wat daarvan zichtbaar wordt in de registraties. Daarbij viel het
mij op dat sommige collega’s informele activeringsmomenten consequent vastleggen als vorm van
dagbesteding, terwijl anderen dit zelden of nooit doen. Hierdoor ontstaat een wisselend beeld van
cliëntinzet en betrokkenheid. De centrale onderzoeksvraag die ik formuleer luidt dan ook:
In hoeverre wordt informele dagbesteding door cliënten op de BW zichtbaar en eenduidig geregistreerd,
en wat is ervoor nodig om deze inzet structureel te herkennen, erkennen en vast te leggen?
Deze vraag is zorgvuldig afgebakend en sluit aan bij zowel het cliëntbelang (zichtbaarheid van inzet), het
teamniveau (eenduidigheid in werkwijze) als het organisatieniveau (kwaliteitsborging en verantwoording
binnen WLZ-kaders).
2.2 Onderzoeksaanpak
Het onderzoek heeft plaatsgevonden binnen een periode van zes weken, en is uitgevoerd op de BW-
locatie waar ik werkzaam ben. De locatie huisvest cliënten met een WLZ-indicatie, doorgaans met
problematiek op meerdere levensdomeinen. De aanpak van dit signaleringsonderzoek is cyclisch en
systematisch, conform de uitgangspunten uit Opgelet! (Scholte et al., 2021).
2
TUSSEN KOFFIE EN CONTACT: INFORMELE DAGBESTEDING IN BEELD
Naam
STUDENTNUMMER |
,Inhoud
1. Inleiding en aanleiding ................................................................................................................................ 2
2. Onderzoeksvraag en aanpak ...................................................................................................................... 2
2.1 Centrale onderzoeksvraag ...........................................................................................................................2
2.2 Onderzoeksaanpak.........................................................................................................................................2
3. Beschrijving van het signaal........................................................................................................................ 3
4. Analyse op micro-, meso- en macroniveau ................................................................................................ 4
5. Theoretische verdieping ............................................................................................................................. 6
5.1 De presentiebenadering: zien wat niet vanzelf spreekt ....................................................................6
5.2 Zorgethiek: erkenning en rechtvaardigheid...........................................................................................6
5.3 Herstelgericht en waarderend werken....................................................................................................6
6. Krachtenveldanalyse................................................................................................................................... 7
6.1 Bevorderende krachten................................................................................................................................7
6.2 Belemmerende krachten .............................................................................................................................7
6.3 Visuele weergave van het krachtenveld .................................................................................................8
7. Morele reflectie (STARR-model) ................................................................................................................. 8
8. Aanbevelingen en vervolgacties ................................................................................................................. 9
8.1 Afspraak over definities en werkwijze .....................................................................................................9
8.2 Reflectie op het belang van erkenning ....................................................................................................9
8.3 Eenvoudige registratie-instructie ..............................................................................................................9
8.4 Continue evaluatie en feedback ............................................................................................................. 10
8.5 Structurele inbedding................................................................................................................................. 10
9. Agendering en vervolgacties .................................................................................................................... 10
10. Conclusie en verantwoording ................................................................................................................. 10
Verantwoording .................................................................................................................................................. 11
11. Reflectie op mijn professionele ontwikkeling ........................................................................................ 11
10. Literatuurlijst .......................................................................................................................................... 13
Bijlages .......................................................................................................................................................... 14
1
, 1. Inleiding en aanleiding
In mijn werk als persoonlijk begeleider op een BW Locatie van het Leger des Heils begeleid ik dagelijks
cliënten met een dubbele diagnose (verslavings- en psychiatrische problematiek). Binnen deze context
staat het bieden van nabijheid, structuur en zingeving centraal. Dagbesteding speelt hierin een belangrijke
rol: het biedt cliënten niet alleen ritme, maar ook een gevoel van eigenwaarde, betekenis en
verbondenheid.
Op onze locatie wordt dagbesteding voor een klein deel georganiseerd in samenwerking met externe
partijen, maar juist de informele, alledaagse momenten zijn van grote waarde. Denk aan een cliënt die
helpt met koffiezetten, meegaat naar de supermarkt of spontaan meehelpt in de tuin. Deze vormen van
informele dagbesteding sluiten nauw aan bij de principes van de presentiebenadering (Baart, 2001),
waarbij de relationele afstemming en responsiviteit voorop staan.
Toch viel mij op dat deze vormen van inzet nauwelijks zichtbaar zijn in ons registratiesysteem. In
overdracht of in rapportages wordt regelmatig vermeld dat een cliënt weinig in beeld is geweest', terwijl
ik zelf eerder zag dat hij wel degelijk actief betrokken was bij een huishoudelijke taak. Dit zette mij aan het
denken: Wat zegt het als zulke vormen van inzet structureel niet worden benoemd? En wat doet dat met
de manier waarop we cliënten zien, waarderen en ondersteunen?
Deze observatie vormt de aanleiding voor dit signaleringsverslag. Door het probleem systematisch te
onderzoeken, hoop ik bij te dragen aan een meer waarderende en zorgvuldige praktijk, waarin ook de
'kleine' vormen van dagbesteding worden erkend en zichtbaar gemaakt. Ik wil laten zien dat dit geen
kwestie is van administratie, maar van professionele visie, ethiek en rechtvaardigheid.
2. Onderzoeksvraag en aanpak
2.1 Centrale onderzoeksvraag
De aanleiding voor dit signaleringsverslag is het verschil dat ik waarneem tussen wat cliënten
daadwerkelijk ondernemen op een dag en wat daarvan zichtbaar wordt in de registraties. Daarbij viel het
mij op dat sommige collega’s informele activeringsmomenten consequent vastleggen als vorm van
dagbesteding, terwijl anderen dit zelden of nooit doen. Hierdoor ontstaat een wisselend beeld van
cliëntinzet en betrokkenheid. De centrale onderzoeksvraag die ik formuleer luidt dan ook:
In hoeverre wordt informele dagbesteding door cliënten op de BW zichtbaar en eenduidig geregistreerd,
en wat is ervoor nodig om deze inzet structureel te herkennen, erkennen en vast te leggen?
Deze vraag is zorgvuldig afgebakend en sluit aan bij zowel het cliëntbelang (zichtbaarheid van inzet), het
teamniveau (eenduidigheid in werkwijze) als het organisatieniveau (kwaliteitsborging en verantwoording
binnen WLZ-kaders).
2.2 Onderzoeksaanpak
Het onderzoek heeft plaatsgevonden binnen een periode van zes weken, en is uitgevoerd op de BW-
locatie waar ik werkzaam ben. De locatie huisvest cliënten met een WLZ-indicatie, doorgaans met
problematiek op meerdere levensdomeinen. De aanpak van dit signaleringsonderzoek is cyclisch en
systematisch, conform de uitgangspunten uit Opgelet! (Scholte et al., 2021).
2