Inleiding tot de gedragstherapie
Zevende, herziene druk
Dirk Hermans, Filip Raes, Hans Orlemans
, Hoofdstuk 6 De empirische cyclus
6.1 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de algemene werkwijze besproken die gedragstherapeuten met elkaar gemeen
hebben, uitgewerkt in een stappenplan, de ‘empirische cyclus’ ofwel gedragstherapeutisch proces.
6.2 De empirische cyclus
Het gedragstherapeutische proces is gemodelleerd naar de ‘empirische cyclus’ die wetenschappers
volgen bij hun onderzoekswerkzaamheden:
Fase 1 is de probleemstelling. De volgende fase omvat
gegevensverzameling (observatie), gekoppeld aan enig
theoretisch inzicht. Eerdere theorievorming stuurt welke
variabelen men zal observeren en welke informatie niet in
de observatie betrokken zullen worden. Naarmate de
observaties de theorievorming voldoende gevoed hebben,
wordt getracht de theorie te falsifiëren door concrete
voorspellingen (hypothesen) uit de theorie af te leiden en
deze vervolgens empirisch te toetsen. Vaak impliceert het
toetsen van de theorie meer dan alleen maar opnieuw
observeren en zal de onderzoeker de werkelijkheid
manipuleren om de accuraatheid van de hypothese te
achterhalen (=experiment). De laatste fase is de evaluatie,
waarin de resultaten van de toetsing teruggekoppeld
worden naar de voorspellingen, met twee mogelijke
uitkomsten: de bevindingen bevestigen de theorie of niet.
Bij negatieve uitkomsten: opnieuw observeren, theorie
bijstellen of verlaten.
6.3 De empirische cyclus binnen de gedragstherapie
Hoewel de gedragstherapeutische behandeling de bovengenoemde fasen volgt, worden die fasen in
de praktijk anders genoemd:
De eerste fase is het aanmeldingsprobleem. De tweede
stap is de informatieverzameling (observeren) en
theorievorming a.d.h.v. het opstellen van op maat
gemaakte holistische theorieën en functieanalyses, die
pogen een verklaring te bieden voor de psychologische
problemen van de patiënt. Uit de HT en de FA distilleert de
therapeut een concrete en op verbetering gerichte
predictie, welke concreet vorm krijgt in een behandelplan
(bijv. ‘Indien X vaardiger wordt in het communiceren van
negatieve gevoelens, zullen de woedeaanvallen
verminderen en uiteindelijk ophouden’). De toetsing vindt
vervolgens plaats door het toepassen van therapeutische
interventies met het oog op het bereiken van de
behandeldoelen. Tenslotte vindt evaluatie van de mate
waarin die behandeldoelen bereikt worden plaats. Bij geen
of weinig vooruitgang kan dit om verschillende redenen
verklaard worden: