ECONOMIE Arbeid
1.Een verkenning van de arbeidsmarkt
1874 : Kinderwetje van Houten kinderen tot 12 jaar mochten niet meer in fabrieken of
werkplaatsen werken.
Onder arbeid verstaan we alle mogelijke prestaties die een bijdrage leveren aan het
voortbrengen van producten.
Arbeidsmarkt gaat alleen over betaald werk.
Aanbod van arbeid:
Werknemers Werkzame beroepsbevolking
Zelfstandigen
Werklozen
Vraag naar arbeid:
Werknemers
Werkgelegenheid
Zelfstandigen
Vacatures
Verkrapping van de arbeidsmarkt : vraag naar arbeid > aanbod van arbeid.
Verruiming van de arbeidsmarkt: vraag naar arbeid < aanbod van arbeid.
Functies van de arbeidsmarkt:
1. Onderkant
2. Middensegment
3. Bovenkant
2. Het aanbod van arbeid
Een baan kan materiële maar ook het immateriële welbevinden verbeteren en daarmee de
welvaart verhogen.
Door een loonstijging stijgen de opofferingskosten van vrije tijd.
Aanzuigeffect = de toename van het arbeidsaanbod als gevolg van de grotere kans op werk
en een hoger loon.
Ontmoedigingseffect = de afname van het arbeidsaanbod als gevolg van een loondaling en
de kleinere kans op het vinden van een baan.
Deeltijdfactor = als we het aantal uren dat iemand werkt uitdrukken in het aantal uren van
een voltijdbaan.
Arbeidsjaar = voltijdbaan gedurende een heel jaar.
p/a-ratio = de verhouding tussen het aantal personen en het aantal arbeidsjaren geeft
aan hoeveel personen gemiddeld per arbeidsjaar werken.
, Participatiegraad/deelnemingspercentage = de mate waarin de beroepsgeschikten
deelnemen aan het arbeidsproces.
beroepsbevolking
Bruto participatiegraad = x 100 %
potentiële beroepsbevolking
- Geeft aan hoeveel procent van de potentiële beroepsbevolking tot de
beroepsbevolking behoort.
werkzame beroepsbevolking
Netto participatiegraad/werkgelegenheidsgraad = x 100 %
potentiële beroepsbevolking
Verschil werklozen.
Instroom: schoolverlaters en mensen die zich tijdelijk hadden teruggetrokken van de
arbeidsmarkt.
Uitstroom: werkenden die arbeidsongeschikt worden, of die tijdelijk stoppen met werken,
maar ook (vervroegde) gepensioneerden.
Potentiële beroepsbevolking
Aanbod van arbeid
Werknemers Zelfstandigen
De stroom arbeidsmigranten werd op gang gebracht doordat het loonniveau in West-Europa
hoger lag en de arbeidsmarkt veel krapper was dan in het land van herkomst.
EU vrij verkeer van goederen, kapitaal en personen burgers uit EU-lidstaten mogen overal
in de Unie werken.
Economische Europese Ruimte (EER) uitgebreid met aantal landen.
Door het vrije verkeer van personen is er een Europese arbeidsmarkt aan het ontstaan.
1.Een verkenning van de arbeidsmarkt
1874 : Kinderwetje van Houten kinderen tot 12 jaar mochten niet meer in fabrieken of
werkplaatsen werken.
Onder arbeid verstaan we alle mogelijke prestaties die een bijdrage leveren aan het
voortbrengen van producten.
Arbeidsmarkt gaat alleen over betaald werk.
Aanbod van arbeid:
Werknemers Werkzame beroepsbevolking
Zelfstandigen
Werklozen
Vraag naar arbeid:
Werknemers
Werkgelegenheid
Zelfstandigen
Vacatures
Verkrapping van de arbeidsmarkt : vraag naar arbeid > aanbod van arbeid.
Verruiming van de arbeidsmarkt: vraag naar arbeid < aanbod van arbeid.
Functies van de arbeidsmarkt:
1. Onderkant
2. Middensegment
3. Bovenkant
2. Het aanbod van arbeid
Een baan kan materiële maar ook het immateriële welbevinden verbeteren en daarmee de
welvaart verhogen.
Door een loonstijging stijgen de opofferingskosten van vrije tijd.
Aanzuigeffect = de toename van het arbeidsaanbod als gevolg van de grotere kans op werk
en een hoger loon.
Ontmoedigingseffect = de afname van het arbeidsaanbod als gevolg van een loondaling en
de kleinere kans op het vinden van een baan.
Deeltijdfactor = als we het aantal uren dat iemand werkt uitdrukken in het aantal uren van
een voltijdbaan.
Arbeidsjaar = voltijdbaan gedurende een heel jaar.
p/a-ratio = de verhouding tussen het aantal personen en het aantal arbeidsjaren geeft
aan hoeveel personen gemiddeld per arbeidsjaar werken.
, Participatiegraad/deelnemingspercentage = de mate waarin de beroepsgeschikten
deelnemen aan het arbeidsproces.
beroepsbevolking
Bruto participatiegraad = x 100 %
potentiële beroepsbevolking
- Geeft aan hoeveel procent van de potentiële beroepsbevolking tot de
beroepsbevolking behoort.
werkzame beroepsbevolking
Netto participatiegraad/werkgelegenheidsgraad = x 100 %
potentiële beroepsbevolking
Verschil werklozen.
Instroom: schoolverlaters en mensen die zich tijdelijk hadden teruggetrokken van de
arbeidsmarkt.
Uitstroom: werkenden die arbeidsongeschikt worden, of die tijdelijk stoppen met werken,
maar ook (vervroegde) gepensioneerden.
Potentiële beroepsbevolking
Aanbod van arbeid
Werknemers Zelfstandigen
De stroom arbeidsmigranten werd op gang gebracht doordat het loonniveau in West-Europa
hoger lag en de arbeidsmarkt veel krapper was dan in het land van herkomst.
EU vrij verkeer van goederen, kapitaal en personen burgers uit EU-lidstaten mogen overal
in de Unie werken.
Economische Europese Ruimte (EER) uitgebreid met aantal landen.
Door het vrije verkeer van personen is er een Europese arbeidsmarkt aan het ontstaan.