Oplossingen
1) Een mengsel. Een mengsel bestaat uit 2 of meer grondstoffen; bijvoorbeeld een zoutoplossing
bestaat uit zout en water.
2) De sterkte De sterkte is de verhouding van de grondstoffen onderling, ook wel de concentratie
genoemd. Bijvoorbeeld: 2/100 deel van het mengsel is zout 98/100 deel van het mengsel is water (de
rest dus) samen: 100/100, ofwel 100% is het hele mengsel, dus zout en water samen.
De sterkte wordt uitgedrukt in % (procenten) . Om een mengsel te kunnen maken moeten we weten
hoeveel zout er in het water opgelost moet worden. Zout is de opgeloste stof (opgelost in water)
Nu kunnen we verschillende opgaven maken:
Voorbeeld 1 : We hebben 500 ml zoutoplossing.
De sterkte is 2%. Hoeveel zout bevindt zich in het mengsel? Mengsel = 100%. Sterkte = 2% Opgeloste
stof = ?? Mengsel = 500 ml Een sterkte:van 1% zou zijn: 1/100 van 500 ml = 5 ml. Er wordt niet 1%
gevraagd,maar 2%. Dus 2% = 2 x 5 ml = 10 ml.
De opgeloste stof is dus 10 ml of 10 gram. (Omdat zout een vast stof is wordt deze uitgedrukt in
grammen, en niet in milliliters. Herinnering: ml = gram!! en niet mg!) (Let op: je mag in deze sommen
aannemen dat ml en gram gelijkwaardig zijn.)
Voorbeeld 2: gegeven het etiket: Het hele mengsel is 100% = 1 liter = 1000 ml Sterkte : 70% 1% =
1/100 van 1000 ml = 10 ml dan is 70% : 70 x 10 ml = 700 ml (Alcohol is vloeistof, ml dus, en niet gram.
Opgeloste stof = 700 ml pure alcohol Voorbeeld 3. Etiket van ampul: Phenergan oplossing van 2,5 % 4
ml Mengsel is 100% = 4 ml Sterkte 2,5 % Als de sterkte 1% zou zijn: 1% van 4 ml = 1/100 van 4 ml =
0,04 ml 2,5% is dus 2,5 x 0,04 ml = 0,1 ml of 0,1 gram Opgeloste stof = 0,1 gram = 100 mg Dus 4 ml
phenerganoplossing van 2,5% bevat 100 mg phenergan.
1) Een mengsel. Een mengsel bestaat uit 2 of meer grondstoffen; bijvoorbeeld een zoutoplossing
bestaat uit zout en water.
2) De sterkte De sterkte is de verhouding van de grondstoffen onderling, ook wel de concentratie
genoemd. Bijvoorbeeld: 2/100 deel van het mengsel is zout 98/100 deel van het mengsel is water (de
rest dus) samen: 100/100, ofwel 100% is het hele mengsel, dus zout en water samen.
De sterkte wordt uitgedrukt in % (procenten) . Om een mengsel te kunnen maken moeten we weten
hoeveel zout er in het water opgelost moet worden. Zout is de opgeloste stof (opgelost in water)
Nu kunnen we verschillende opgaven maken:
Voorbeeld 1 : We hebben 500 ml zoutoplossing.
De sterkte is 2%. Hoeveel zout bevindt zich in het mengsel? Mengsel = 100%. Sterkte = 2% Opgeloste
stof = ?? Mengsel = 500 ml Een sterkte:van 1% zou zijn: 1/100 van 500 ml = 5 ml. Er wordt niet 1%
gevraagd,maar 2%. Dus 2% = 2 x 5 ml = 10 ml.
De opgeloste stof is dus 10 ml of 10 gram. (Omdat zout een vast stof is wordt deze uitgedrukt in
grammen, en niet in milliliters. Herinnering: ml = gram!! en niet mg!) (Let op: je mag in deze sommen
aannemen dat ml en gram gelijkwaardig zijn.)
Voorbeeld 2: gegeven het etiket: Het hele mengsel is 100% = 1 liter = 1000 ml Sterkte : 70% 1% =
1/100 van 1000 ml = 10 ml dan is 70% : 70 x 10 ml = 700 ml (Alcohol is vloeistof, ml dus, en niet gram.
Opgeloste stof = 700 ml pure alcohol Voorbeeld 3. Etiket van ampul: Phenergan oplossing van 2,5 % 4
ml Mengsel is 100% = 4 ml Sterkte 2,5 % Als de sterkte 1% zou zijn: 1% van 4 ml = 1/100 van 4 ml =
0,04 ml 2,5% is dus 2,5 x 0,04 ml = 0,1 ml of 0,1 gram Opgeloste stof = 0,1 gram = 100 mg Dus 4 ml
phenerganoplossing van 2,5% bevat 100 mg phenergan.