Mitchell’s ‘conflict driehoek
• Attitudes: vooroordelen
• Behaviour: conflict gedrag: kan heel erg divers zijn: grootschalig geweld maar
ook op andere manieren. Democratisch systemen kunnen dit ook hebben. Een
modus kan oplossen van conflict. Het hoeft niet meteen geweld te zijn.
• Contradiction: er zijn altijd tegenstellingen, verschillen van meningen
Verschillende dynamieken
• Polarizatie: gaat vooral om de attitudes over elkaar (versterkt de gevoelens/ wij
zij gevoel tegenover de ander) (attitudes en perceptie tussen groepen)
- Ingroup vs outgroup
- Stereotypes/framing
• Escalatie: proces waarbij conflictpartijen steeds gewelddadiger middelen gaan
gebruiken. Kan attitudes en tegenstellingen verharden.
- Steeds hardere middelen die ingezet worden
- Vaak geweld aan te pas
- Polatisatie en escalatie versterken elkaar
• De-escalatie: Gevoel van wat is de onderliggende drive nou? Zien beeld van de
ander, verzachting.
- Doorbreken van de geweldsspiraal
- Herstel van communicatie en vertrouwen
Tegenstellingen versterken negatief denken over de ander (wij–zij), wat de kans op
conflict vergroot. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen oorzaken, triggers en
motivaties: structurele oorzaken creëren spanningen, triggers zijn directe
aanleidingen, en motivaties verklaren waarom individuen of groepen daadwerkelijk tot
geweld overgaan. Sterke frustratie of onvrede leidt niet automatisch tot geweld; pas
wanneer geweld als legitiem of noodzakelijk wordt gezien, ontstaat motivatie. Die
legitimatie gebeurt vaak achteraf, bijvoorbeeld door te verwijzen naar zelfverdediging,
angst of dreiging, terwijl onderliggende factoren zoals oude conflicten, historische
grieven of langdurige uitsluiting een belangrijke rol spelen.
Verschillende niveau’s / levels of analysis (waltz)/(model van Buzan) (hoorcollege 6)
Geweld bestaat uit meerdere vlakken (de ijsberg) (rylko-bauer & Barmer)
• Direct geweld: interpersoonlijk, fysiek, dader en slachtoffer duidelijk
• Structureel geweld: geweld in sociale structuren, incl. Relaties van misbruik,
ongelijkheid, uitsluiting, discriminatie, gevoelens van superioriteit (galtung)
(toeslagenaffaire)
, • Cultureel geweld: aspecten van cultuur, ideologie en uitdrukking die direct en
structureel geweld rechtvaardigen of onzichtbaar maken. Via bv media, boeken
etc. (galtung)
• Symbolisch geweld: socioculturele mechanismes en relaties van ongelijke
macht in relaties en sferen in de samenleving (bourdieu)
• Politiek geweld: systematisch gebruik van geweld door groep/overheid om
bepaalde politieke doelstellingen te realiseren. (Kan via structureel geweld en
cultureel geweld worden voorkomen. Je hebt namelijk verschillende normen en
waarden in een samenstelling die sommige dingen legitimeert --> monopolie van
de staat.) niet objectief kunnen stellen of iets politiek geweld is of niet.
Interpretatie is lastig.
Categorieën van politiek geweld
• Oorlog: grootschalig, georganiseerd geweld, interstatelijk of intrastatelijk
• Statelijke onderdrukking: geweld door overheid tegen de eigen bevolking
(politieke gevangenen)
• Genocide: systematisch vernietiging van een etnische, religieuze of nationale
groep (holocaust)
• Rebellie/opstand: geweld door niet-statelijke groepen tegen de staat, doel is
regimeverandering, autonomie of revolutie (guerrillaoorlog)
• Terrorisme: gericht geweld tegen burgers, angst zaaien, vaak uitgevoerd door
niet-statelijke actoren
Crimineel geweld meenemen in politiek geweld is een vraag in de wetenschap. Het
heeft namelijk onderliggende oorzaken. Framing: criminaliteit is slecht, dit kan ook juist
goed zijn al wordt het niet als legitiem gezien door de staat
Anarchische karakter: internationale landen willen geweld gebruiken om macht te
behouden of te vergroten. Liberalen zien dit anders: normen en waarden zorgen ervoor
dat relaties tussen landen in stand zijn en tijdens oorlog wordt dit gebroken.
Intrastatelijk: binnen een natie ruzie
Niet-statelijke actoren: rebellen, maatschappelijke organisaties (kerk, mensen
rechtenorganisaties)
Ngo's kunnen ook conflict versterken!
normen en waarden zorgen voor het denken aan wat het systeem in een land eruit moet
zien.
Hoorcollege 2
,Conflict mapping
Waarom?
• Ter voorbereiding op (vredeopbouw) interventie (wie zijn er betrokken, wat zijn de
oorzaken, belangen en machtsverhoudingen, waar wanneer en hoe)
• Als hulpmiddel in het faciliteren van conflict transformatie (welke relaties
moeten veranderen, spanningen verminderen, vertrouwen opbouwen,
structurele oorzaken aanpakken, duurzame verandering)
• Beter bewustzijn van context (factoren in kaart brengen, lokale en externe
factoren zien beïnvloeden, vergroot sensitiviteit voor lokale dynamieken)
Veel verschillende methodes en tools
Bestaat uit
• Context (politieke, economische, sociaal-culturele, historische)
• Actoren (binnenlandse (elites/leider, niet-statelijke actoren, bevolkingsgroepen)
en buitenlandse actoren (buurlanden, internationale organisaties), belangen,
doelen, posities; mogelijkheden, relaties.)
• Issues (oorzaken, aanleidingen, motivaties <> effecten. Niveau’s (uit
hoorcollege 1). Structurele oorzaken, proximate causes, triggers)
• Dynamiek
• Macht/capaciteiten
• Relaties
• Welke specifieke issues spelen een rol
Structurele oorzaken – diepgaande/onderliggende factoren, die als het ware
ingebouwd zijn geraakt in de manier van politiek bedrijven en de manier waarop de
samenleving georganiseerd is, en die basisvoorwaarden scheppen voor gewelddadig
conflict. Bv: slecht bestuur, ongelijke kansen
Proximate causes – factoren die bevorderende zijn voor het uitbreken van geweld of de
verdere escalatie ervan. Bv: Aanwezigheid kleine wapens, mensenrechtenschendingen
Triggers (aanleidingen) - bepaalde cruciale gebeurtenissen, of de anticipatie daarop,
die gewelddadig conflict in gang zetten. Bv: coup, prijsstijgingen voedsel/brandstof
Structurele oorzaken zijn de diepe wortels, proximate causes maken escalatie mogelijk,
en triggers zetten het conflict daadwerkelijk in gang.
De Do No Harm-methode analyseert hoe interventies conflictdynamieken beïnvloeden,
met als doel schade te voorkomen en verbinding te versterken.
Conflict mapping kent veel methodes, variërend van diepgaande analyses tot snelle
veldtools, die organisaties helpen contextgevoelig en conflict-sensitief te werken.
, 2 methoden:
• Stakeholder analysis > belangen, doelen, posities, mogelijkheden
• Stakeholder mapping > relaties
Stakeholder analysis:
• Posities: wat zeggen partijen dat ze willen
• Interesses: wat zijn onderliggende motivaties voor die posities, ambities,
wensen, angsten
• Behoeften: wat zijn de onderliggende basisbehoeften
Stakeholder mapping
Analyseert de relaties tussen verschillende actoren:
• Macht/capaciteiten: in welke mate zijn de verschillende actoren in staat om de
situaties positief of negatief te beïnvloeden? Wat geeft hen die invloed?
(geld/hulpbronnen, sociale netwerken, achterban, steun van andere partijen,
allianties)
• Relaties: wat is het karakter van de relaties tussen die verschillende actoren op
verschillende niveaus, en hun percepties van die relaties?
• Welke specifieke conflict issues spelen een rol in die relaties? Conflict issues zijn
de inhoudelijke knelpunten (macht, middelen, identiteit, veiligheid, geschiedenis
en framing) die relaties tussen actoren onder spanning zetten en escalatie mogelijk
maken.
Dynamiek
• Trends, ontwikkelingen, veranderingen in bovenstaande factoren
• Wat is de huidige situatie?
• Wat voor kansen voor oplossingen zijn er? Wat voor verschillende scenario’s
kunnen we verwachten?
Conflict mapping is lastig omdat het sterk wordt beïnvloed door framing, keuzes over
waar je begint en stopt, en de neiging om te focussen op zichtbare crises in plaats
van dieperliggende oorzaken. Oorzaken van het ontstaan van conflict zijn niet
hetzelfde als die van voortduring, conflicten hebben meerdere, soms tegenstrijdige
dynamieken op verschillende niveaus, en eerdere interventies beïnvloeden het conflict
zelf. De uitdaging is om complexiteit te behouden zonder te versimpelen.