attributie
18
, 2. Attributie
2.1 Attributies
Wat?
= attributie is het toeschrijven van de oorzaken van gedrag aan interne of externe
factoren
Verklaringen zoeken voor gedrag
De actor
3 factors :
De persoon die het gedrag stelt 1. Actor
2. Observator
De observator 3. omstandigheden
Persoon die gedrag van de actor ziet/observeert
2.1.1 Criteria voor attributies
Criteria
Intern/extern
Stabiel/onstabiel
Controleerbaar/oncontroleerbaar
Globaal s/pecifiek
Intern/extern Locus of control : plaats waar
1. Intern : oorzaak ligt bij het individu/actor je de oorzaak legt : intern of
Dispositionele atributie extern
2. Extern : oorzaak ligt bij de omstandigheden of omgeving
Situationele attributie
vb: intern : heb niet gestudeerd voor examen/ extern : streng verbeterd
Stabiel/onstabiel
Dispositionele attributies
1. Stabiel : oorzaken zijn blijvend
(intern) over iemand zijn
karakter zijn vaak stabiel
2. Onstabiel : oorzaken zijn variabel en kunnen veranderen
Vb: je kan het sporten niet volhouden door astma ( stabiel) en je kan sporten niet
volhouden door de weersomstandigheden (onstabiel)
19