Syntaxis
Hoofdstuk 1: Wat is syntaxis?
Rollen van NPs
- Semantische rollen
o Agens -> handelende persoon (alleen subject: als het subject geen agens is, is er geen
agens in de zin)
o Theme -> ondergaat handeling (typisch DO, pass subject)
o Goal -> iets komt ergens vandaan en eindigt ergens
o Experiencer -> ondergaat een geestestoestand, niet een actieve doener, ondergaat
iets
o Instrument -> als iets handelt maar geen levend wezen is
o Beneficiary -> iemand krijgt iets
- Syntactische functies
o Subject
o Direct object
o Indirect object (object met P)
Hoofdstuk 2
Distributie lexicale woordklassen
Distributie N
- Samen met D-, Num-, A-
- NP: N is belangrijkste onderdeel
- Als een woord(groep) een semantische rol heeft, is het een N(P)
Distributie V
- Positieverandering hoofd- en bijzin
- Inversie met subject bij vraagzin
- Na infinitiefmarkeerder ([te –], [aan het –])
Distributie A
- Attributief/predikatiefalternantie
o De ronde bal -> de bal is rond
- [D – N]
- Na graadwoorden ([Deg –]), intensifiers zoals erg, te, zo
- [zo – als/dat]
Distributie P
- Er-alternantie
o Op de kast -> erop
- Modificeerders zoals vlak, recht
Hoofdstuk 1: Wat is syntaxis?
Rollen van NPs
- Semantische rollen
o Agens -> handelende persoon (alleen subject: als het subject geen agens is, is er geen
agens in de zin)
o Theme -> ondergaat handeling (typisch DO, pass subject)
o Goal -> iets komt ergens vandaan en eindigt ergens
o Experiencer -> ondergaat een geestestoestand, niet een actieve doener, ondergaat
iets
o Instrument -> als iets handelt maar geen levend wezen is
o Beneficiary -> iemand krijgt iets
- Syntactische functies
o Subject
o Direct object
o Indirect object (object met P)
Hoofdstuk 2
Distributie lexicale woordklassen
Distributie N
- Samen met D-, Num-, A-
- NP: N is belangrijkste onderdeel
- Als een woord(groep) een semantische rol heeft, is het een N(P)
Distributie V
- Positieverandering hoofd- en bijzin
- Inversie met subject bij vraagzin
- Na infinitiefmarkeerder ([te –], [aan het –])
Distributie A
- Attributief/predikatiefalternantie
o De ronde bal -> de bal is rond
- [D – N]
- Na graadwoorden ([Deg –]), intensifiers zoals erg, te, zo
- [zo – als/dat]
Distributie P
- Er-alternantie
o Op de kast -> erop
- Modificeerders zoals vlak, recht