sto=stoornis,
F=factor
H1: Diagnostiek & classificatie
Psychopathologie =leer van afwijkend gedrag & mentale ziekten
Humorestheorie =mentale stoornissen door onevenwicht in de 4
lichaamssappen
1) Melanchool
=zwartgallig (te veel zwarte gal ->depressie.)
2) Flegmatisch (slijm)
=rustig, kalm
3) Sanguin (bloed)
=vurig, energiek
4) Cholerisch (gele gal)
=driftig
Demonologie =”gek” iemand is bezeten door externe boze
geesten of demonen
->dominante verklaring afwijkend gedrag &
psychopathologie tot in de 18e eeuw
Nosologie >Thomas Sydenham
=classificatieleer
=de wetenschappelijke classificatie van ziekten
(begrip + in categorieën plaatsen)
Concept afzonderlijke ziekten met eigen:
1) Symptomen
2) Verloop
3) Prognose (=verwachte afloop, levensverwachting
na…jaren)
Somatogene =psychiatrische toestandsbeelden kunnen
hypothese biologische oorzaak hebben
Etiologie =leer der oorzaken
->wat is de oorzaak
Kenm visie Freud =psychoanalyse
DSM II 1. Nadruk op context
2. Ervaringen jeugd (minder onderzoek
volwassenheid)
3. Geen empirische data!
Kenm visie Meyer =psychobiologie!
DSM II 1. Anti-kraepeliaans
->biologisch reductionisme leidt tot therapeutisch
1
, nihilisme
2. Visie: psychiatrische stoornissen zijn reacties op
gebeurtenissen in de omgeving (nadruk context)
->’reactie-typen’ (types hoe mensen met context
omgaan)
3. Geen empirische data!
Anti-kraepeliaans ~Meyer niet akkoord met visie Kraepelin
=niet eens dat psychiatrische aandoeningen
gereduceerd tot hersenziekten: dan verwaarlozing
sociale & psychologische F
“biologisch reductionisme leidt tot therapeutisch
nihilisme”
Biologisch =psychiatrische ziekten zijn niets meer dan de
reductionisme biologische processen (gereduceerd tot
hersenziekten)
Therapeutisch “psychiatrische ziekte in een hersenaandoening dus
nihilisme genetisch bepaald: daar is dus niets aan te doen”
->geven op (“toch ongeneesbaar”)
Kenm DSM-III =radicale breuk traditionele psychiatrie & vorige
edities
1) Puur descriptief! (niet “dit=oorzaak”)
->lijsten observeerbare diagnostische criteria
2) A-theoretisch
->geen theorie over de etiologie (“wat=oorzaak”)
->ook al a-theoretisch: toch steeds meer visie dat
psychiatrische stoornissen hersenziekten zijn
3) Observeerbaar
->criteria opgesteld obv empirisch onderzoek
4) Categoriaal
“zoveel hoofdkenm nodig voor depressie” ->nadeel
(stel: patiënt 1 symptoom te weinig, dan geen
depressie?)
~concept van onderscheiden ziekte-entiteiten
Somatische =lichamelijke ziekten die zich uitten in lichamelijke
aandoeningen symptomen
->maar geen duidelijke fysieke oorzaak
Symptoom =’ziekteteken’, teken dat verwijst naar een
pathologisch proces
2
, Soorten symptomen:
1) Kernsymptomen
=hoofd-, basis- of sleutelsymptomen
~met vrij veel zekerheid gekoppeld aan een
specifieke stoornis
2) Facultatieve symptomen
=bijsymptomen
~maken beeld van een stoornis volledig maar niet
bepalend voor een gegeven diagnose
Syndroom =groep (dikwijls) samen voorkomende symptomen
->hedendaagse psychopathologie ordent
symptomen in homogene syndromen
Syndroomdiagnos =louter descriptief
e ->groepeert symptomen maar zegt niets over hoe &
waarom ze samen voorkomen (of welke invloed ze
op elkaar hebben)
->etiket
Structuurdiagnos =naast beschrijving symptomen ook:
e 1) Etiopathogenese (waardoor + op welke wijze
syndroom ontstaan)
->rekening: neurobiologisch, psychologisch &
sociaal
2) Beïnvloedende factoren
Etiopathogenese =leer van de oorzaken van psychiatrische ziekten
(waardoor & hoe ontstaan)
Anhedonie =geen genot meer kunnen ervaren, geen plezier
meer kunnen beleven
->kernsymptoom depressie
3 soorten 1) Predisponerende factoren
beïnvloedende =F die iemand kwetsbaar maken
factoren Bv: moeder schizofreen dus grotere kans op schizofrenie
2) Luxerende F
=F die de stoornis uitlokken
Bv: partner sterft/huis verliezen ->psychose ontwikkelen
Bv2: schildklierprobleem, kankerdiagnose…
3) Onderhoudende F
=F die de stoornis onderhouden/versterken
Bv: financiële problemen
3
,Retired husband ~man stopt met werken: behandelt vrouw als soort
syndrome werkneemster
->vrouw krijgt door stress fysieke problemen
(astma…)
->60% Japanse oudere vrouwen lijden hieraan
Classificatie =een indeling, een ordening van verschijnselen in
een systeem van klassen
Doel medische classificatie =identificatie groep
patiënten vergelijkbare klinische kenmerken
->handig voor behandeling & voorspellen prognose
bij een individu
->dankzij naam & code diagnostische categorie:
makkelijkere communicatie tussen zorgverleners &
onderzoekers
DSM diagnoses ≠natuurlijke ziekte entiteiten
=construct, =overeenkomst (beroemde psychiaters
zitten samen, overleg “wat is depressie.”…)
->criteria veranderen doorheen tijd
->geen echt biologisch onderzoek als basis
Monothetisch =ideaalbeeld perfecte, zuivere classificatie
classificatiesystee ->scherpe grenzen, geen overlap, alles of niets
m
Realiteit (<- Er zijn geen scherpe grenzen
>”ideale” 1. Tussen ziek & gezond
perfecte 2. Tussen diagnosen
classificaties) Bv: impulsiviteit ->bij ADHD, manie, borderline,
impulscontrolesto…
=>te veel co-morbiditeit om met categorieën te
werken! (opdeling niet nuttig als er overlap is)
Vat complexe realiteit (van een individu) niet
->vaak “Not Otherwise-Specified”
Polyethisch =alle leden categorie hebben kenmerken gemeen,
systeem zonder dat 1 kenmerk bij alle leden moet
voorkomen, ze hebben gemeenschappelijke:
->symptomen
->genetische factoren
->omgevings- of risicoF
->neuraal substraat
Validiteit (validity) =zegt iets over werkelijke overeenstemming tussen
diagnose & stoornis, juistheid waarmee
diagnostische criteria een stoornis definiëren &
afgrenzen van andere, deels verwante stoornissen
~valide diagnose zorgt ervoor dat clinicus ene
4
, diagnose van andere kan onderscheiden
Betrouwbaarheid 1) Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
(reliability) =2 clinici komen los van elkaar in een gegeven
casus tot eenzelfde diagnose
2) Test-hertest betrouwbaarheid
=herbeoordeling leidt opnieuw tot dezelfde
diagnose (2x zelfde test uitvoeren)
Why-try effect ~zelfstigma: opgeven door negatieve vooroordelen
->waarom nog proberen? Ik word toch niet voor vol
aangezien, niemand wil relatie met psychiatrische
patiënt… (geen job..)
H2: Het kwetsbaarheid-stressmodel
Heritibaliteit =mate waarin genen bijdragen in het al dan niet
ontwikkelen stoornis, waarin genen belangrijk zijn
bij uitlokken stoornis
~mate waarin genetische F een bepaalde
aandoening (fenotypische kenm) kunnen verklaren
->geen maat voor overerfbaarheid!
Overerfbaarheid =erfelijkheid
=herhalingsrisico bij eerstegraadsverwanten
~kans dat kind ziekte van ouder overerft
Biologisch ~hoe meer familieleden op jonge leeftijd ziek
genetische geworden, hoe groter biologische genetische
belasting belasting, hoe groter risico stoornis
Monogenetische =eenvoudigste model genetische overdracht: één
aandoening gen, één stukje erfelijk materiaal verantwoordelijk vr
overerving stoornis
Bv: ziekte van Huntington (probleem op 1 stukje chromosoom:
dit doorgeven aan kind)
Te eenvoudig om psychiatrische stoornissen te
kunnen verklaren
Polygenetische ~polygenetische overerving
aandoening ->diverse genen waarin fouten kunnen voorkomen
betrokken bij psychiatrische stoornissen
=>kans op ontwikkelen aandoening stijgt naarmate
aantal fouten in versch genen groter is
Heritabiliteit & Meestal:
overerfbaarheid 1. Hoge heritabiliteit
5
, psychiatrische 2. Lage overerfbaarheid
stoornissen ->complexe polygenetische overerving: laag risico
overerven (kleine kans dat kind alle betrokken
variaties overerft)
Conclusie: kwetsbaarheid wordt overgeërfd, niet
ziekte zelf!!
Kwetsbaarheid- Psychiatrische aandoening =resultaat complex
stressmodel samenspel tussen:
1) Erfelijke, biologische kwetsbaarheid
2) Multipele stressfactoren
Biologische ~aanleg/vatbaarheid ontwikkelen psychiatrische
kwetsbaarheid stoornis
Door genetische factoren (≠zwak/gevoelig zijn)
->specifieke combo genetische variaties maakt
persoon vatbaarder ontstaan bepaalde stoornis
Externe F invloed 1) Schadelijke factoren voor/rond geboorte
op kwetsbaarheid ->infecties (bv: virale infectie moeder: impact op foetus)
2) Epigenetica
=zeer traumatische psychologische gebeurtenis
kunnen genen veranderen (+die veranderingen
kunnen doorgegeven worden)
Stress Concept verwijst naar:
->bedreiging lichamelijk/psychisch evenwicht
->psychologische & fysiologische processen die
geactiveerd om gevenwicht te behouden/herstellen
Zowel acute & chronische stress rol in ontstaan
psychiatrische aandoeningen
Drempel =om ziek (stemmingsepisode/psychotische episode)
te worden moet persoon over drempel gaan
>opstapeling versch stressfactoren/stressoren
Kwetsbaarheid: ene persoon hogere drempel dan
andere
->stressoren bouwen hierboven op
~doorbraak/ziek worden: afhankelijk eerdere
gebeurtenissen & biologische aanleg
Acute stress =>activatie hypothalamus-hypofyse-bijnierschorsas
(HHB-as)
~fight/flight respons (wegvluchten leeuw…)
6