Raven:
Chapter 20 EVOLUTION OF THE ANGIOSPERMS
Wat is belangrijk?
Wat zijn de belangrijkste groepen (lineages) van angiospermen, en wat zijn de
evolutionaire relaties?
1) Basale angiosperemen: oudste groep, meeste primitieve kenmerken
a. Amborellales
b. Nymphaeles
c. Austrobaileyales
2) Magnoliidaea: splitst zich af na basalen
a. Chloranthales
b. Magnoliales
c. Laurales
d. Canellales
e. Piperales
3) Monocots: monofyletische zustergroep van eudicots
a. Acorales
b. Alismatales
c. Pandanales
d. …
4) Eudicots: grootste monofyletische groep van angiospermen
a. Ranunculales
b. Asterids
c. …
Wat zijn de vier trends in de evolutie van bloemen?
1) Aantal bloemdelen: van veel bloemdelen in onbepaalde aantallen weinig
bloemdelen in bepaalde, vaste aantallen
2) Vergroeiing en inplanting: verkorting bloemas, verdwijning spiraalvormige inplanting
vergroeiing bloemdelen (bv. vergroeide kroonbladen)
3) Vruchtbeginsel en bloemdek: vruchtbeginsel bovenstandig vruchtbeginsel
onderstandig; bloemdek (gelijkvormige kelk- en kroonbladen) gedifferentieerde
kelk en kroon
4) Symmetrie: radiaire symmetrie = actinomorfie = meerdere symmetrievlakken
bilaterale symmetrie = zygomorfie = slechts 1 symmetrievlak
1
, Wat zijn de kenmerken van bloemen die bestoven worden door kevers, bijen,
motten en vleermuizen?
Bestuiver Kenmerken van bloem
Kevers Kleur/vorm: eenvoudig, vaak wit of dof
Geur/nectar: sterke, soms fruitige geuren.
Nectar vaak afwezig of makkelijk
bereikbaar.
Bijen Kleur/vorm: geel, paars, blauw of wit. Ze
zien geen rood. Bloemen vallen op in UV-
licht door patronen als honingmerken.
Geur/nectar: zoete, aangename geuren.
Nectar is suikerrijk en diep in bloem;
Motten Kleur/vorm: vaak wit of bleek, om ’s nachts
op te vallen. Diepe bloemen om lange tong
te accommoderen.
Vleermuizen Kleur/vorm: vaak groot, stevig, en wit of
bleek.
Geur/nectar: Sterke, vaak muskusachtige
geuren. Produceren zeer grote
hoeveelheden suikerrijke nectar.
Wat zijn aanpassingen van vruchten in relatie tot het verspreidingsmechanisme?
Verspreidingsmechanisme Aanpassing van Voorbeelden
vrucht/zaad
Windverspreiding Vruchten of zaden zijn licht Samara, pappus
(anemochorie) en hebben vlieg- of
zweefstructuren. Ook hele
planten kunnen als
steppenrollers de wind
gebruiken.
Waterverspreiding Drijfvermogen door Kokosnoot, zaadjes van
(hydrochorie) luchtgevulde structuren of waterlelie.
waterdichte schil.
Thalassochorie is
verspreiding door zeewater.
Dierverspreiding Endozoöchorie (via Kers (steenvrucht), tomaat
(zoöchorie) spijsvertering) = Vlezige, (bes)
felgekleurde vruchten die
aantrekkelijk zijn om te eten Loment
voor dieren. Worden ergens
anders uitgeworpen. Klitten (kleefkruid)
Epizoochorie (aan
buitenkant) = vruchten met
haken of kleverige
2
Chapter 20 EVOLUTION OF THE ANGIOSPERMS
Wat is belangrijk?
Wat zijn de belangrijkste groepen (lineages) van angiospermen, en wat zijn de
evolutionaire relaties?
1) Basale angiosperemen: oudste groep, meeste primitieve kenmerken
a. Amborellales
b. Nymphaeles
c. Austrobaileyales
2) Magnoliidaea: splitst zich af na basalen
a. Chloranthales
b. Magnoliales
c. Laurales
d. Canellales
e. Piperales
3) Monocots: monofyletische zustergroep van eudicots
a. Acorales
b. Alismatales
c. Pandanales
d. …
4) Eudicots: grootste monofyletische groep van angiospermen
a. Ranunculales
b. Asterids
c. …
Wat zijn de vier trends in de evolutie van bloemen?
1) Aantal bloemdelen: van veel bloemdelen in onbepaalde aantallen weinig
bloemdelen in bepaalde, vaste aantallen
2) Vergroeiing en inplanting: verkorting bloemas, verdwijning spiraalvormige inplanting
vergroeiing bloemdelen (bv. vergroeide kroonbladen)
3) Vruchtbeginsel en bloemdek: vruchtbeginsel bovenstandig vruchtbeginsel
onderstandig; bloemdek (gelijkvormige kelk- en kroonbladen) gedifferentieerde
kelk en kroon
4) Symmetrie: radiaire symmetrie = actinomorfie = meerdere symmetrievlakken
bilaterale symmetrie = zygomorfie = slechts 1 symmetrievlak
1
, Wat zijn de kenmerken van bloemen die bestoven worden door kevers, bijen,
motten en vleermuizen?
Bestuiver Kenmerken van bloem
Kevers Kleur/vorm: eenvoudig, vaak wit of dof
Geur/nectar: sterke, soms fruitige geuren.
Nectar vaak afwezig of makkelijk
bereikbaar.
Bijen Kleur/vorm: geel, paars, blauw of wit. Ze
zien geen rood. Bloemen vallen op in UV-
licht door patronen als honingmerken.
Geur/nectar: zoete, aangename geuren.
Nectar is suikerrijk en diep in bloem;
Motten Kleur/vorm: vaak wit of bleek, om ’s nachts
op te vallen. Diepe bloemen om lange tong
te accommoderen.
Vleermuizen Kleur/vorm: vaak groot, stevig, en wit of
bleek.
Geur/nectar: Sterke, vaak muskusachtige
geuren. Produceren zeer grote
hoeveelheden suikerrijke nectar.
Wat zijn aanpassingen van vruchten in relatie tot het verspreidingsmechanisme?
Verspreidingsmechanisme Aanpassing van Voorbeelden
vrucht/zaad
Windverspreiding Vruchten of zaden zijn licht Samara, pappus
(anemochorie) en hebben vlieg- of
zweefstructuren. Ook hele
planten kunnen als
steppenrollers de wind
gebruiken.
Waterverspreiding Drijfvermogen door Kokosnoot, zaadjes van
(hydrochorie) luchtgevulde structuren of waterlelie.
waterdichte schil.
Thalassochorie is
verspreiding door zeewater.
Dierverspreiding Endozoöchorie (via Kers (steenvrucht), tomaat
(zoöchorie) spijsvertering) = Vlezige, (bes)
felgekleurde vruchten die
aantrekkelijk zijn om te eten Loment
voor dieren. Worden ergens
anders uitgeworpen. Klitten (kleefkruid)
Epizoochorie (aan
buitenkant) = vruchten met
haken of kleverige
2