College 1:
Waarom microbiologie?
- Microbiologie is belangrijk om processen in de mondholte te kunnen begrijpen
- Microbiologie is belangrijk om ziekteprocessen te kunnen begrijpen waar rekening mee
moet worden gehouden bij tandheelkundige behandelingen
Hoofdstuk 2- Bacteriële structuur en taxonomie
Indeling organismen:
Prokaryoten geen celkern
- archaea en bacteria
Eukaryoten wel een celkern
- eucarya; onder andere planten, dieren,
schimmels en protozoa (1 cellige eukaryoten)
Virussen ontbreken want zij hebben een gastheer
nodig om te overleven zij hebben geen
metabolisme (officieel geen organismen)
Bacteriën:
- Vorm bepaald door stugge celwand
coccen bolvormig
bacillen staafvormig
spirocheten spiraalvormig
pleomorf variabele vorm
- Rangschikking bacteriën kunnen in verschillend
rangschikkingen voor komen
paren bacteriën die in paren groeien heten diplo
ketens bacteriën die in een keten groeien heten een
strepto
druiventrossen
hoeken (corynebacteria)
- Grootte:
Diplo- ( 2 stukjes aan elkaar )
Stafylo-
Strepto- (lijntje van stukjes aan
elkaar)
Structuur bacteriën:
- Celwand: omringt protoplast
- Capsule / glycocalyx laag
beschermende laag om de bacterie heen
, - Flagel gebruikt voor beweging (lange lijntjes)
- Fimbrium & pilus kleine lijntjes aan de capsule
Flagel, fimbrium en pilus:
- Flagel: zweepvormig organel voor beweging
Flagellin eiwit
Propeller beweging
- Fimbrium en pilus: haarachtige structuren
Korter dan flagel
Pilus:
Pilin eiwit
Adhesie (hechting aan dingen) bacterie / uitwisseling DNA DNA
Glycocalyx en capsule:
- Glycocalyx (slijmlaag)
Polysacharide laag
Hechting / bevorder vorming biofilm
- Capsule:
Gel-achtige laag van polysacharide of eiwit (soms)
Belangrijk voor:
Adhesie
Remming fagocytose
Identificatie
Gebruik antigeen in vaccin (moleculen halen
uit capsule)
Celwand:
- Geeft stugheid
- Omringt protoplast
- Permeabel voor kleine stoffen
- Gram positief:
Dikke peptidoglycaan laag
- Gram negatief:
Dunne peptidoglycaan laag
Buiten membraan met o.a. lipopolysacharide –LPS-
Bevat poriën transport hydrofiele moleculen
Endotoxine: toxisch onderdeel van LPS
Alle gram negatieve cellen zijn endotoxine
- Periplasmatische ruimte (periplasma): ruimte tussen twee membranen
(alleen gram negatieve bacteriën een periplasma
ruimte
,Gramkleuring:
- Hitte fixatie verwarmen van bacterie
- Kristal violet (paars) paars kleuren
- Wassen
- Lugol oplossing (jodium en kaliumjodide in water)
complex vormen met kristal violet krijgt grote moleculen in
bacterie
- Wassen
- Ontkleuren met aceton of alcohol zorgt dat peptido laag kapot
gaat, bij dikke laag gaat die niet snel kapot maar bij de dunne
wel dus vloeit de kleurstof weg.
- Wassen
- Tegenkleuren met fuchsineoplossing (roze)
anders kan je de GN niet zien onder microscoop
- Wassen en drogen
Grampositieve bacteriën: paars/blauwzwart
Gramnegatieve bacteriën: roze
Celmembraan & cytoplasma:
- Celmembraan: fosfolipide bilaag met receptoren en andere eiwitten
Actief transport en selectieve diffusie moleculen
Synthese celwand precursors
Secretie enzymen en toxinen
- Cytoplasma:
Genetisch materiaal (nucleoïd) chromosoom
gebied waar DNA drijft
Ribosomen eiwitsynthese
Inclusies (insluitsels) opslag energie
Sporen:
- Bacteriële sporen:
vorming bij tekort aan voedingsstoffen
bevat:
DNA
Cytoplasma
Celmembraan
Peptidoglycaan (cortex)
Water (heel weinig) kan daarom goed tegen
moeilijke omstandigheden
Dikke keratine-achtige laag
Calcium
- uitleg animatie
, 1. spore vormende bacteriën groeien als vegatatieve cellen en delen door
ongeslachtelijke voortplanting, wanneer er genoeg voeding is en de condities van de
omgeving goed zijn
2. wanneer er niet genoeg voeding meer is en de condities achter uit gaan, begint spoor
vorming. De DNA condenseert en uitlijnt in het midden van de cel. De cel wordt nu
moeder cel genoemd
3. Daarna deelt de DNA in 2 complete kopietjes en de moeder cel sluit die deel van de cel
af zodat de voorspoor ontstaat
4. De moeder cel gaat door met groeien en neemt de voorspoor in zich op
waardooreen2e membraan laag ontstaat
5. Hierna wordt er tussen de 2 membranen peptidoglycanen gemaakt dit wordt de
CORTEX
6. Dipicoline zuur wordt gemaakt in de ontwikkelende spoor en calcium gaat in de
spoor vanuit buiten. Wanneer calcium in de spoor gaat verlaat water de spoor
7. Een proteine laag wordt om de cortex heen gevormd en de spore begint volwassen te
worden. sommige sporen ontwikkelen een extra laag exosporium. Een volwassen
spoor is resistent tegen de condities van buitenaf
8. Uiteindelijk vernietigen Lytic enzymen de moeder cel en de volwassen spoor komt vrij
Taxonomie:
Systematische classificatie van organismen
- Genotypische classificatie:
DNA homologie
- Fenotypische classificatie:
Morfologie
Kleuringseigenschappen
Kweekcondities
Biochemische reacties
Antigeen structuren
Gramkleuring
Vormen ze sporen ja of nee
- De juiste volgorde van taxonomie:
(domein boven aan)
Waarom microbiologie?
- Microbiologie is belangrijk om processen in de mondholte te kunnen begrijpen
- Microbiologie is belangrijk om ziekteprocessen te kunnen begrijpen waar rekening mee
moet worden gehouden bij tandheelkundige behandelingen
Hoofdstuk 2- Bacteriële structuur en taxonomie
Indeling organismen:
Prokaryoten geen celkern
- archaea en bacteria
Eukaryoten wel een celkern
- eucarya; onder andere planten, dieren,
schimmels en protozoa (1 cellige eukaryoten)
Virussen ontbreken want zij hebben een gastheer
nodig om te overleven zij hebben geen
metabolisme (officieel geen organismen)
Bacteriën:
- Vorm bepaald door stugge celwand
coccen bolvormig
bacillen staafvormig
spirocheten spiraalvormig
pleomorf variabele vorm
- Rangschikking bacteriën kunnen in verschillend
rangschikkingen voor komen
paren bacteriën die in paren groeien heten diplo
ketens bacteriën die in een keten groeien heten een
strepto
druiventrossen
hoeken (corynebacteria)
- Grootte:
Diplo- ( 2 stukjes aan elkaar )
Stafylo-
Strepto- (lijntje van stukjes aan
elkaar)
Structuur bacteriën:
- Celwand: omringt protoplast
- Capsule / glycocalyx laag
beschermende laag om de bacterie heen
, - Flagel gebruikt voor beweging (lange lijntjes)
- Fimbrium & pilus kleine lijntjes aan de capsule
Flagel, fimbrium en pilus:
- Flagel: zweepvormig organel voor beweging
Flagellin eiwit
Propeller beweging
- Fimbrium en pilus: haarachtige structuren
Korter dan flagel
Pilus:
Pilin eiwit
Adhesie (hechting aan dingen) bacterie / uitwisseling DNA DNA
Glycocalyx en capsule:
- Glycocalyx (slijmlaag)
Polysacharide laag
Hechting / bevorder vorming biofilm
- Capsule:
Gel-achtige laag van polysacharide of eiwit (soms)
Belangrijk voor:
Adhesie
Remming fagocytose
Identificatie
Gebruik antigeen in vaccin (moleculen halen
uit capsule)
Celwand:
- Geeft stugheid
- Omringt protoplast
- Permeabel voor kleine stoffen
- Gram positief:
Dikke peptidoglycaan laag
- Gram negatief:
Dunne peptidoglycaan laag
Buiten membraan met o.a. lipopolysacharide –LPS-
Bevat poriën transport hydrofiele moleculen
Endotoxine: toxisch onderdeel van LPS
Alle gram negatieve cellen zijn endotoxine
- Periplasmatische ruimte (periplasma): ruimte tussen twee membranen
(alleen gram negatieve bacteriën een periplasma
ruimte
,Gramkleuring:
- Hitte fixatie verwarmen van bacterie
- Kristal violet (paars) paars kleuren
- Wassen
- Lugol oplossing (jodium en kaliumjodide in water)
complex vormen met kristal violet krijgt grote moleculen in
bacterie
- Wassen
- Ontkleuren met aceton of alcohol zorgt dat peptido laag kapot
gaat, bij dikke laag gaat die niet snel kapot maar bij de dunne
wel dus vloeit de kleurstof weg.
- Wassen
- Tegenkleuren met fuchsineoplossing (roze)
anders kan je de GN niet zien onder microscoop
- Wassen en drogen
Grampositieve bacteriën: paars/blauwzwart
Gramnegatieve bacteriën: roze
Celmembraan & cytoplasma:
- Celmembraan: fosfolipide bilaag met receptoren en andere eiwitten
Actief transport en selectieve diffusie moleculen
Synthese celwand precursors
Secretie enzymen en toxinen
- Cytoplasma:
Genetisch materiaal (nucleoïd) chromosoom
gebied waar DNA drijft
Ribosomen eiwitsynthese
Inclusies (insluitsels) opslag energie
Sporen:
- Bacteriële sporen:
vorming bij tekort aan voedingsstoffen
bevat:
DNA
Cytoplasma
Celmembraan
Peptidoglycaan (cortex)
Water (heel weinig) kan daarom goed tegen
moeilijke omstandigheden
Dikke keratine-achtige laag
Calcium
- uitleg animatie
, 1. spore vormende bacteriën groeien als vegatatieve cellen en delen door
ongeslachtelijke voortplanting, wanneer er genoeg voeding is en de condities van de
omgeving goed zijn
2. wanneer er niet genoeg voeding meer is en de condities achter uit gaan, begint spoor
vorming. De DNA condenseert en uitlijnt in het midden van de cel. De cel wordt nu
moeder cel genoemd
3. Daarna deelt de DNA in 2 complete kopietjes en de moeder cel sluit die deel van de cel
af zodat de voorspoor ontstaat
4. De moeder cel gaat door met groeien en neemt de voorspoor in zich op
waardooreen2e membraan laag ontstaat
5. Hierna wordt er tussen de 2 membranen peptidoglycanen gemaakt dit wordt de
CORTEX
6. Dipicoline zuur wordt gemaakt in de ontwikkelende spoor en calcium gaat in de
spoor vanuit buiten. Wanneer calcium in de spoor gaat verlaat water de spoor
7. Een proteine laag wordt om de cortex heen gevormd en de spore begint volwassen te
worden. sommige sporen ontwikkelen een extra laag exosporium. Een volwassen
spoor is resistent tegen de condities van buitenaf
8. Uiteindelijk vernietigen Lytic enzymen de moeder cel en de volwassen spoor komt vrij
Taxonomie:
Systematische classificatie van organismen
- Genotypische classificatie:
DNA homologie
- Fenotypische classificatie:
Morfologie
Kleuringseigenschappen
Kweekcondities
Biochemische reacties
Antigeen structuren
Gramkleuring
Vormen ze sporen ja of nee
- De juiste volgorde van taxonomie:
(domein boven aan)