Module 11
Dyspneu
Het is een subjectieve onaangename gewaarwording van de ademhaling. Het
geeft een gevoel van benauwdheid en het kan levensbedreigend zijn. Ook
kunnen meerdere organen betrokken zijn bij het ontstaan van dyspneu.
COPD: Chronic Obrstructive Pulmonary Disease
Een veelvoorkomende chronische en langzaam progressieve longziekte die voor
het grootste deel veroorzaakt wordt door roken of langdurige blootstelling aan
schadelijke deeltjes of gassen in de inademing lucht. Destructie longparenchym
door combinatie van:
- chronisch inflammatie in de perifere luchtwegen (bronchiolitis)
- destructie longparenchym (emfyseem)
Een exacerbatie COPD, ook wel longaanval genoemd, wordt gedefinieerd als een
verslechtering van de conditie van de patiënt, gekenmerkt door een toename van
dyspneu en/of hoesten die groter is dan de normale dag variabiliteit. Bij een
exacerbatie verliest de patiënt gaswisselingscapaciteit, waardoor zowel
hypoxemie als hypercapnie kan ontstaan.
De belangrijkste algemene klachten zijn: toename van kortademigheid, hoesten
en sputumproductie. Een exacerbatie kan plots in de loop van een dag ontstaan,
of een meer sluimerend karakter hebben met een langzaam progressief beloop
over een aantal dagen.
Bij een longembolie betreft een afsluiting van een of meerdere takken van de
arteria pulmonalis, meestal door een of meer stolsels afkomstig uit het diepe
veneuze systeem. Symptomen zijn: grote emoblus (shock en dood), hypertensie
bij embolietjes, tachycardie, benauwd, tachypneu en thoracale pijn vast aan
ademhaling.
Bij hartfalen is de pompfunctie van het hart verstoord. Van acuut hartfalen is
sprake wanneer acuut symptomen ontstaan van hartfalen of wanneer chronisch
hartfalen acuut verslechtert. Acute achteruitgang van chronisch hartfalen: astma
cardiale. Kenmerken zijn vermoeidheid, kortademigheid, vocht vasthouden,
onrustig slapen, hoesten met of zonder roze sputum en s nachts moeten plassen.
Fysiologie ademhaling
basisritme ademhaling (autonoom)
- ademhalingscentra hersenstam
- input chemoreceptoren (samenstelling bloed, pH, pCO2 en pO2)
- baroreceptoren lage bloeddruk, snellere AH
- rekreceptoren stimuleert uitademing bij maximaal volume
- reflexen (beschermen hoesten)
Regulering ademhaling
ademhalingscentrum: medulla oblongata
receptoren:
- chemo
- mechano
,aansturing AH-spieren:
- autonoom: diepte en frequentie
- somatisch: spreken en zingen
centra in de pons variabelen diepte en snelheid als reactie op:
- spraakpatronen
- sensorische prikkels (receptoren)
- emotionele toestand
Shock
Shock wordt gedefinieerd als een levensbedreigende aandoening waarbij er
sprake is van circulatoir falen waardoor er onvoldoende zuurstofaanbod aan de
weefsels ontstaat met als gevolg cellulaire hypoxie. Naast hypotensie zijn er drie
klinische symptomen die kunnen wijzen op shock, namelijk een koude/ klamme
huid, verminderde urineproductie en neurologische symptomen zoals
verwardheid, desoriëntatie of bewustzijnsdaling.
Bloeddruk regulering
Cardiovasculair centrum (hersenstam)
- hartritme (hartfrequentie)
- vasomotoriek (diameter)
vasoconstrictie / samenknijpen
vasodilatatie
Baroreceptoren:
- aorta
- carotis (cerebrale perfusie)
- rechter atrium
Shock is een klinische toestand van virculatoir falen met een afname van het
hartminuutvolume leidend tot een stoornis in de weefselperfusie met een afname
van aanbod van zuurstof en andere nutriënten aan de weefsels. Er bestaat een
disbalans tussen zuurstof en nutriënten aanbod en verbruik welke resulteert in
een abnormaal weefsel metabolisme. Het kan leiden tot circulair falen, hypoxie in
de weefsels en anearobe verbranding.
Hypotensie is vaak een van de eerste tekenen die het vermoeden van shock
kunnen aanwakkeren. Indien er ook klinische tekenen van hypoperfusie aanwezig
zijn, zoals neurologische symptomen, tekenen van perifere vasoconstrictie of
verminderde urineproductie, is een echo-onderzoek gericht op de oorzaak van
shock aangewezen. Bij ongedifferentieerde shock kunnen bevindingen een
diagnose meer of minder waarschijnlijk maken en kan in een eerder stadium een
gerichte behandeling worden gestart.
Bij cardiogene shock - onvoldoende contractiekracht van de hartspier
wordt het veroorzaakt door een verlaagd hartminuutvolume, ofwel pompfalen. De
meest voorkomende oorzaak is een acuut coronair syndroom met als gevolg een
vermindering van de systolische of pompfunctie van een of beide ventrikels. Vaak
zijn er ook compensatoire symptomen (dyspneu, tachypneu) en symptomen als
gevolg van onvoldoende orgaanperfusie (zoals verwardheid, verlaagd bewustzijn
en/of anurie).Uiteraard zijn ook alle symptomen van het onderliggende
mechanisme mogelijk aanwezig, zoals pijn op de borst in het geval van een acuut
coronair syndroom.
,Oorzaken kunnen zijn: groot hartinfarct, klepaandoeningen, cardiomyopathie,
decompensatie cordis en ritmestoornissen.
Hypovolemische shock - een absoluut tekort aan circulerend volume
is een levensbedreigende aandoening die wordt veroorzaakt door een absoluut
tekort aan bloedvolume. Dit kan worden veroorzaakt door bloed of vochtverlies.
Er kan ook tekort zijn aan bloedvolume.
Bloeding hemorragisch (intern en extern): trauma, gyneacologisch, ruptuur
aneurysma, gastro-intestinaal bloedverlies.
Niet hemorragisch: plasmaverlies (door lekkage plasma uit beschadigde vaten),
onder andere bij:
- grote brandwonden
- ileus
- pancreatitis
- peritonitis
- verlies water en elektrolyten
Obstructieve shock - afsluiting van een centraal deel van de circulatie
is net als de andere soorten een levensbedreigende situatie. Er ontstaat een
gebrek aan vulling van het hart, wat leidt tot een vermindering van de cardiac
output. De spanningspneumothorax is een acuut levensbedreigende situatie die
kan leiden tot een circulatiestilstand. Hierbij is een obstructie veneuze terugvloed
naar rechter harthelft hierdoor knikken de venae cavae en venae pulmonalis af.
Er komt onvoldoende vulling van het hart en zorgt voor een ernstige afname van
het hartminuutvolume.
Vetembolieën ontstaan meestal na breuken van lange botten (zoals het dijbeen)
of bij bekkenfracturen. In deze botten zit veel beenmerg met vet. Bij een breuk,
of tijdens een operatie waarbij de mergholte wordt opengeboord of gevuld met
cement, kunnen vetdruppels uit het beenmerg in de bloedbaan terechtkomen.
Deze vetdeeltjes worden met het bloed meegevoerd en blijven uiteindelijk
vastzitten in de bloedvaten van de longen. Daar zorgen ze voor een verstopping,
net zoals bij een longembolie. Door deze verstopping moet de rechterharthelft
plots veel harder pompen (verhoogde afterload), terwijl er minder bloed naar de
linkerharthelft terugkomt (lagere preload). Het gevolg is dat het hart minder
bloed kan rondpompen, wat kan leiden tot benauwdheid, een dalende bloeddruk
en shock.
Bij een grote longembolie is er een plotselinge drukstijging in de arteria
pulmonalis. De rechterharthelft wordt acuut overbelast en kan onvoldoende
effectief pompen. Als gevolg stroomt er minder bloed door de longen en bereikt
onvoldoende bloed in het linkerventrikel.
Door ophoping van vocht in het pericard ontstaat stijging van de druk in de
pericardholte, waardoor de bewegingsruimte van het hart afneemt. Hierdoor
ontstaat vooral een instroombelemmering van het rechterventrikel, waardoor een
obstructie van de veneuze return en daling van de cardiac output optreden. Een
plotse toename van vocht in het relatief stijve pericard leidt acuut tot
, een tamponnade, omdat het pericard dan niet kan meerekken. Het hart vult zich
dan niet goed en het hartminuutvolume daalt shock. Bij een langzaam
ontstane ophoping van vocht kan een tot twee liter of meer vloeistof
accumuleren. Behalve door pericardeffusie (pericarditis) kan een harttamponnade
ook ontstaan door ophoping van bloed of tumorweefsel.
Behandeling: ABCDE-interventies ( C volumesuppletie om veneuze druk te laten
stijgen.
Opsporen locatie en behandelen oorzaak obstructie: spanningspneumothorax,
harttamponade, operatie.
Distributieve shock - inadequate verdeling van zuurstof binnen de weefsels
waarin een verlaagde vaatweerstand, zonder voldoende compensatoire toename
in het hartminuutvolume, leidt tot onvoldoende weefselperfusie om
weefselhypoxie te voorkomen.
Neurogeen: stoornis in autonome innervatie vaten en/of hart
- dwarslaesie
- regionale anesthesie
- vagale collaps
- specifieke neurologische ziektebeelden
Anafylactisch: overgevoeligheidsreactie
- inname voedsel
- insectensteek
- latex
- medicatie, bloedproducten
Septische shock: infectieuze oorzaak
- abdomen, pneumonie, UWI, endocarditis, meningitis
SIRS systemic inflammatory response syndrome: infectious, niet infectious
Klinisch beeld shock
- Bleke en koude huid
- Transpireren door sympathicusactiviteit
- Verlengde capillaire refill
- Tachycardie
- Lage bloeddruk
- Snelle ademhaling
- Oligurie
- Ingevallen gelaat
- Soms verhoogde centraal veneuze druk
- Helder bewustzijn, soms angstig en vaak onrustig
- Sterke apathie en bewustzijnsverlies
Complicaties van shock
- Nierinsufficiëntie
- Acute respiratory distress syndrome
- Multiple organ dysfunction syndrome
Acute buik
Aneurysma: plaatselijke verwijding van een bloedvat, meestal een slagader. De
Dyspneu
Het is een subjectieve onaangename gewaarwording van de ademhaling. Het
geeft een gevoel van benauwdheid en het kan levensbedreigend zijn. Ook
kunnen meerdere organen betrokken zijn bij het ontstaan van dyspneu.
COPD: Chronic Obrstructive Pulmonary Disease
Een veelvoorkomende chronische en langzaam progressieve longziekte die voor
het grootste deel veroorzaakt wordt door roken of langdurige blootstelling aan
schadelijke deeltjes of gassen in de inademing lucht. Destructie longparenchym
door combinatie van:
- chronisch inflammatie in de perifere luchtwegen (bronchiolitis)
- destructie longparenchym (emfyseem)
Een exacerbatie COPD, ook wel longaanval genoemd, wordt gedefinieerd als een
verslechtering van de conditie van de patiënt, gekenmerkt door een toename van
dyspneu en/of hoesten die groter is dan de normale dag variabiliteit. Bij een
exacerbatie verliest de patiënt gaswisselingscapaciteit, waardoor zowel
hypoxemie als hypercapnie kan ontstaan.
De belangrijkste algemene klachten zijn: toename van kortademigheid, hoesten
en sputumproductie. Een exacerbatie kan plots in de loop van een dag ontstaan,
of een meer sluimerend karakter hebben met een langzaam progressief beloop
over een aantal dagen.
Bij een longembolie betreft een afsluiting van een of meerdere takken van de
arteria pulmonalis, meestal door een of meer stolsels afkomstig uit het diepe
veneuze systeem. Symptomen zijn: grote emoblus (shock en dood), hypertensie
bij embolietjes, tachycardie, benauwd, tachypneu en thoracale pijn vast aan
ademhaling.
Bij hartfalen is de pompfunctie van het hart verstoord. Van acuut hartfalen is
sprake wanneer acuut symptomen ontstaan van hartfalen of wanneer chronisch
hartfalen acuut verslechtert. Acute achteruitgang van chronisch hartfalen: astma
cardiale. Kenmerken zijn vermoeidheid, kortademigheid, vocht vasthouden,
onrustig slapen, hoesten met of zonder roze sputum en s nachts moeten plassen.
Fysiologie ademhaling
basisritme ademhaling (autonoom)
- ademhalingscentra hersenstam
- input chemoreceptoren (samenstelling bloed, pH, pCO2 en pO2)
- baroreceptoren lage bloeddruk, snellere AH
- rekreceptoren stimuleert uitademing bij maximaal volume
- reflexen (beschermen hoesten)
Regulering ademhaling
ademhalingscentrum: medulla oblongata
receptoren:
- chemo
- mechano
,aansturing AH-spieren:
- autonoom: diepte en frequentie
- somatisch: spreken en zingen
centra in de pons variabelen diepte en snelheid als reactie op:
- spraakpatronen
- sensorische prikkels (receptoren)
- emotionele toestand
Shock
Shock wordt gedefinieerd als een levensbedreigende aandoening waarbij er
sprake is van circulatoir falen waardoor er onvoldoende zuurstofaanbod aan de
weefsels ontstaat met als gevolg cellulaire hypoxie. Naast hypotensie zijn er drie
klinische symptomen die kunnen wijzen op shock, namelijk een koude/ klamme
huid, verminderde urineproductie en neurologische symptomen zoals
verwardheid, desoriëntatie of bewustzijnsdaling.
Bloeddruk regulering
Cardiovasculair centrum (hersenstam)
- hartritme (hartfrequentie)
- vasomotoriek (diameter)
vasoconstrictie / samenknijpen
vasodilatatie
Baroreceptoren:
- aorta
- carotis (cerebrale perfusie)
- rechter atrium
Shock is een klinische toestand van virculatoir falen met een afname van het
hartminuutvolume leidend tot een stoornis in de weefselperfusie met een afname
van aanbod van zuurstof en andere nutriënten aan de weefsels. Er bestaat een
disbalans tussen zuurstof en nutriënten aanbod en verbruik welke resulteert in
een abnormaal weefsel metabolisme. Het kan leiden tot circulair falen, hypoxie in
de weefsels en anearobe verbranding.
Hypotensie is vaak een van de eerste tekenen die het vermoeden van shock
kunnen aanwakkeren. Indien er ook klinische tekenen van hypoperfusie aanwezig
zijn, zoals neurologische symptomen, tekenen van perifere vasoconstrictie of
verminderde urineproductie, is een echo-onderzoek gericht op de oorzaak van
shock aangewezen. Bij ongedifferentieerde shock kunnen bevindingen een
diagnose meer of minder waarschijnlijk maken en kan in een eerder stadium een
gerichte behandeling worden gestart.
Bij cardiogene shock - onvoldoende contractiekracht van de hartspier
wordt het veroorzaakt door een verlaagd hartminuutvolume, ofwel pompfalen. De
meest voorkomende oorzaak is een acuut coronair syndroom met als gevolg een
vermindering van de systolische of pompfunctie van een of beide ventrikels. Vaak
zijn er ook compensatoire symptomen (dyspneu, tachypneu) en symptomen als
gevolg van onvoldoende orgaanperfusie (zoals verwardheid, verlaagd bewustzijn
en/of anurie).Uiteraard zijn ook alle symptomen van het onderliggende
mechanisme mogelijk aanwezig, zoals pijn op de borst in het geval van een acuut
coronair syndroom.
,Oorzaken kunnen zijn: groot hartinfarct, klepaandoeningen, cardiomyopathie,
decompensatie cordis en ritmestoornissen.
Hypovolemische shock - een absoluut tekort aan circulerend volume
is een levensbedreigende aandoening die wordt veroorzaakt door een absoluut
tekort aan bloedvolume. Dit kan worden veroorzaakt door bloed of vochtverlies.
Er kan ook tekort zijn aan bloedvolume.
Bloeding hemorragisch (intern en extern): trauma, gyneacologisch, ruptuur
aneurysma, gastro-intestinaal bloedverlies.
Niet hemorragisch: plasmaverlies (door lekkage plasma uit beschadigde vaten),
onder andere bij:
- grote brandwonden
- ileus
- pancreatitis
- peritonitis
- verlies water en elektrolyten
Obstructieve shock - afsluiting van een centraal deel van de circulatie
is net als de andere soorten een levensbedreigende situatie. Er ontstaat een
gebrek aan vulling van het hart, wat leidt tot een vermindering van de cardiac
output. De spanningspneumothorax is een acuut levensbedreigende situatie die
kan leiden tot een circulatiestilstand. Hierbij is een obstructie veneuze terugvloed
naar rechter harthelft hierdoor knikken de venae cavae en venae pulmonalis af.
Er komt onvoldoende vulling van het hart en zorgt voor een ernstige afname van
het hartminuutvolume.
Vetembolieën ontstaan meestal na breuken van lange botten (zoals het dijbeen)
of bij bekkenfracturen. In deze botten zit veel beenmerg met vet. Bij een breuk,
of tijdens een operatie waarbij de mergholte wordt opengeboord of gevuld met
cement, kunnen vetdruppels uit het beenmerg in de bloedbaan terechtkomen.
Deze vetdeeltjes worden met het bloed meegevoerd en blijven uiteindelijk
vastzitten in de bloedvaten van de longen. Daar zorgen ze voor een verstopping,
net zoals bij een longembolie. Door deze verstopping moet de rechterharthelft
plots veel harder pompen (verhoogde afterload), terwijl er minder bloed naar de
linkerharthelft terugkomt (lagere preload). Het gevolg is dat het hart minder
bloed kan rondpompen, wat kan leiden tot benauwdheid, een dalende bloeddruk
en shock.
Bij een grote longembolie is er een plotselinge drukstijging in de arteria
pulmonalis. De rechterharthelft wordt acuut overbelast en kan onvoldoende
effectief pompen. Als gevolg stroomt er minder bloed door de longen en bereikt
onvoldoende bloed in het linkerventrikel.
Door ophoping van vocht in het pericard ontstaat stijging van de druk in de
pericardholte, waardoor de bewegingsruimte van het hart afneemt. Hierdoor
ontstaat vooral een instroombelemmering van het rechterventrikel, waardoor een
obstructie van de veneuze return en daling van de cardiac output optreden. Een
plotse toename van vocht in het relatief stijve pericard leidt acuut tot
, een tamponnade, omdat het pericard dan niet kan meerekken. Het hart vult zich
dan niet goed en het hartminuutvolume daalt shock. Bij een langzaam
ontstane ophoping van vocht kan een tot twee liter of meer vloeistof
accumuleren. Behalve door pericardeffusie (pericarditis) kan een harttamponnade
ook ontstaan door ophoping van bloed of tumorweefsel.
Behandeling: ABCDE-interventies ( C volumesuppletie om veneuze druk te laten
stijgen.
Opsporen locatie en behandelen oorzaak obstructie: spanningspneumothorax,
harttamponade, operatie.
Distributieve shock - inadequate verdeling van zuurstof binnen de weefsels
waarin een verlaagde vaatweerstand, zonder voldoende compensatoire toename
in het hartminuutvolume, leidt tot onvoldoende weefselperfusie om
weefselhypoxie te voorkomen.
Neurogeen: stoornis in autonome innervatie vaten en/of hart
- dwarslaesie
- regionale anesthesie
- vagale collaps
- specifieke neurologische ziektebeelden
Anafylactisch: overgevoeligheidsreactie
- inname voedsel
- insectensteek
- latex
- medicatie, bloedproducten
Septische shock: infectieuze oorzaak
- abdomen, pneumonie, UWI, endocarditis, meningitis
SIRS systemic inflammatory response syndrome: infectious, niet infectious
Klinisch beeld shock
- Bleke en koude huid
- Transpireren door sympathicusactiviteit
- Verlengde capillaire refill
- Tachycardie
- Lage bloeddruk
- Snelle ademhaling
- Oligurie
- Ingevallen gelaat
- Soms verhoogde centraal veneuze druk
- Helder bewustzijn, soms angstig en vaak onrustig
- Sterke apathie en bewustzijnsverlies
Complicaties van shock
- Nierinsufficiëntie
- Acute respiratory distress syndrome
- Multiple organ dysfunction syndrome
Acute buik
Aneurysma: plaatselijke verwijding van een bloedvat, meestal een slagader. De