Overheid blok 2A
College 1 – introductie 6/2/24
Centraal in de cursus overheid:
- Input: hoe komt iets op de politieke agenda? Denk aan invloed burgers, media, belangengroepen,
politieke partijen.
- Besluitvorming: Hoe vindt de besluitvorming binnen de overheid plaats? Denk weer aan invloeden,
maar ook besluitvormingsmodellen
- Output: wat is het effect van het overheidsbeleid op de sociale welvaart? Denk aan de
verzorgingsstaat, invoering van marktwerking en decentralisatie van het sociale domein.
Wat is politiek?
Politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving > zeer brede definitie
Variaties in de politiek:
1. Politiek en territorium: gemeenten, provincies, regio’s, landen, internationale organisaties
van landen. Verschil tussen vereniging en staat: de mate waarin je kunt ontkomen aan de
regels ervan.
2. Reikwijdte van de politiek: Historisch > nachtwakersstaat, verzogingsstaat, terugtrekkende
staat onder neoliberalisme. Vroeger overheid goed v0or 60% van het bbp en nu 43%.
Landenvergelijkend: wat is privé en wat publiek?
3. Vormen van politiek
Regime: democratisch VS autoritair
Rechten: bijv. recht om vrij te spreken
Unitaire VS federale staten
Variatie in politieke instellingen en procedures
Waarom overheid?
Wat is de overheid? Woerdman: overheid is de algemeen erkende leiding van een staat.
Wat is een staat? Weber: Een staat is een organisatie die binnen een bepaald grondgebied het
legitieme geweldsmonopolie bezit voor en namens de maatschappij
Bindende regels in een staat: mogen afgedwongen worden met geweld
Wetten
Grondwet (met fundamentele rechten)
Beperken de macht van de overheid en je kunt deze grondrechten afdwingen bij de rechter.
Echter niet overal mogelijk; bijv VK heeft geen grondwet
Sociaaleconomische rechten (bijv. onderwijs, kinderrechten, gezonde leefomgeving)
Moderner (20ste eeuw), schending van sociale grondrechten kan niet afgedwongen worden bij de
rechter
,Macht VS gezag (Weber)
Drie vormen van gezag (Weber)
1. Charismatisch gezag – berust op persoonlijkheid van de machthebber (Obama)
2. Traditioneel gezag – berust op respect voor traditie en gewoonte (Willem Alexander)
3. Rationeel-legalistisch gezag – berust op respect voor de regels (en niet op individuen)
Drie verschillende dimensies van de macht (Lukes)
1. Beslissen en bevelen (meest zichtbare vorm van macht)
Verandering over de tijd: toegenomen mondigheid van burgers, participatie samenleving
2. Agenda-setting
Positief: racismedebat in Amerika, gaswinning in Groningen (van normaal tot maatschappelijk
probleem)
Negatief: olielobby tegen maatregelen t.b.v. de klimaatveranderingen
3. Macht als ideologische hegemonie (minst zichtbare vorm van macht)
Culturele kaders waarbinnen sommige ideeën en overtuigingen normaal en legitiem zijn en
anderen niet. Bijv oneerlijke handelsverhoudingen tussen landen; zwarte piet discussie;
thatcher’s ‘there is no alternative’
Marx/Engels: ‘het moderne staatsapparaat is slechts een comité, dat de gemeenschappelijke
zaken van de gehele bourgeoisklasse beheert.
Poulantzas: Om het kapitalistisch systeem ten gunste van de bezittende klasse soepel te laten
verlopen, heeft de staat instemming nodig van de werkende klasse
Wie voert die macht uit?
Zichtbare en ontzichtbare macht
De staat
Media, wetenschap, ambtenaren, schrijvers, jursiten, militairen
Niet altijd mogelijk om de effecten van macht goed vast te leggen; zeer veel factoren/actoren
tussen een politiek voorstel en de uiteindelijke uitvoering van dat voorstel
Rechtvaardiging van macht
Waar haalt de staat het recht vandaan om het legitiem geweldsmonopolie te bezitten?
Enkele politieke (contract)filosofen en hun mensbeeld:
Rousseau (18e eeuw): Onderdrukking van mensen komt doordat dat mensen gericht zijn op eigen
belang. Mensen kunnen beter met elkaar samenleven als ze een gezamenlijk belang nastreven.
Ze moeten daarvoor vrijheid opgeven (= rationeel). Die komt vervolgens in uitdrukking in een
algemene wil (de volonte generale) van de samenleving.
, Filosoof Hobbes (17e eeuw) betoogde dat burgers er belang bij hebben om alle macht bij één
soeverein onder te brengen, omdat mensen van nature geneigd zijn hun eigen belang na te
streven (negatiever mensbeeld)
Alternatief: oorlog van allen tegen allen
Samen met Rousseau contractfilosofen genoemd
Uitgangspunten contractfilosofen: Alle mensen zijn in vrijheid en gelijkheid geboren. Vrijheid zou
de eerste voorwaarde zijn voor een rechtvaardige en gelukkige samenleving
Vrijheid > oorlog van allen tegen allen
Burgers sluiten een sociaal contract waarin ze tot afspraken komen om in natuurlijke vrijheid en
gelijkheid te kunnen leven
Vergelijk definitie staat van Weber
Wat gebeurt er als er niet één duidelijke wil van het volk is? De staat werd scheidsrechter > er
ontstonden rechtsstaten
In welke landen is er meer/minder vertrouwen? (Europa)
Minder vertrouwen; corruptie (afwezigheid van competentie, moraliteit en mogelijkheden
overheid verantwoordelijk te houden; onbetrouwbaar), voormalige communistische landen
(langere traditie van vertrouwen in oudere democratieën)
Meer vertrouwen; proportioneel electoraal systeem (vs. niet-proportioneel systeem) > veel
mensen voelen zich vertegenwoordigd
Geen verschil: economische ontwikkeling/groei, meer gefractioneerd parlement (meer partijen
waarvoor je niet hebt gestemd)
Boost in politiek vertrouwen onder burgers ten tijde van: internationale, dramatische en scherp
gefocuste crisissen die politiek niet veroorzaakt heeft, maar wel moet oplossen. Brede groep die een
beetje meer vertrouwen uitspreekt. Minder cynisme over de competenties en intenties van politici.
Rechtsstaten
Vier grondbeginselen:
1. Beginsel van grondrechten
2. Het soevereiniteits- en democratiebeginsel (= het sociaal contract)
3. Het legaliteitsbeginsel
4. Het beginsel van de trias politica > montesquie; wetgevende, uitvoerend, rechterlijke macht
Twee typen grondrechten
Klassieke grondrechten: overheid is passief, beperken de macht van de overheid en je kunt deze
grondrechten afdwingen bij de rechter.
Sociale grondrechten: overheid is actief, schending van sociale grondrechten kan niet
afgedwongen worden bij de rechter
Boek H1 en H2
Politiek = alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving.
We associëren politiek vaak aan samenlevingen die verbonden zijn aan een territorium.
Het lidmaatschap van een samenleving die aan grondgebied gebonden is, is veel dwingender dan een
lidmaatschap van een samenleving die niet aan grondgebied gebonden is.
De staat kreeg in de loop van de jaren meer macht en werd steeds belangrijker, er kwamen steeds
meer regels bij.
In westerse landen vinden we het belangrijk dat privé en publiek gescheiden zijn.
, Verschillende vormen van politiek:
Democratisch regime: regimes waar de macht tijdelijk is en verspreid is over verschillende
groepen. Fundamentele rechten worden erkend en beschermd.
Autoritaire regime: systeem waar basisrecht van het individu niet worden gerespecteerd.
Unitaire staten: gecentraliseerd bestuur met verschillende staten
Federale staten: verschillende staten met andere regels
In democratische regimes is het gebruik van geweld uitzonderlijk, in autoritaire regimes niet.
De doelstellingen van politieke wetenschap zijn het proberen te begrijpen en verklaren van politieke
gebeurtenissen en instellingen. Ze analyseren. Hier horen bepaalde regels bij:
1. Intellectuele distantie. Het is niet de bedoeling om aan het politieke debat deel te nemen. Dit kan
bereikt worden door de wetenschappelijke methode te respecteren.
2. Systematisch verzamelen van data over verschijnselen van onder andere belangenorganisaties en
regionalistische bewegingen. Met die data kunnen ze verschijnselen vergelijk en zo in soorten en
varianten geclassificeerd worden.
3. Vervolgens moet er een methode gekozen worden. Dit hangt af van de vraag die beantwoord
moet worden, en van de aard van de data.
Kwantitatieve benadering: door te tellen hoevaak iets voorkomt.
Kwalitatieve benadering: door op zoek te gaan naar de structuur van de interventies.
4. Bij het veramelen en analyseren van data is openheid belangrijk: altijd zeggen wat je doet en
waarom.
Politieke wetenschappers zetten drie instrumenten in: concepten, modellen en theorieen.
Concepten: een begrip/verschijnsel dat benoemd wordt met de bedoeling het precies te kunnen
afbakenen. Er is een onderscheid tussen geslacht en gender.
Polyarchie = een soort politiek systeem, een regime. Het is een ideaaltype, het is niet reëel.
Het voldoet aan de volgende voorwaarden:
Eerlijke en vrije verkiezingen
De controle over de regering is in handen van gekozen mandatarissen
De meeste volwassenen mogen stemmen
De meeste volwassenen mogen zich kandidaat stellen
Er is vrijheid van meningsuiting en burgers mogen het bestuur bekritiseren
Burgers hebben vrij toegang tot informatie die niet door het bestuur gecontroleerd wordt
Burgers mogen zich verenigen in belangenorganisaties en politieke partijen
Macht is belangrijk om in een politieke gemeenschap zaken te kunnen doen en om de samenleving te
kunnen organiseren.
Macht moet worden opgevat als een kenmerk van sociale relaties: het vloeit voort uit sociale relaties
die zo zijn gestructureerd dat men geweld of dwang kan veronderstellen bij het niet naleven.
Diffuse macht = de oorsprong van macht is vaak niet makkelijk te achterhalen of terug te brengen tot
specifieke actoren.
Proces van staatsvorming:
1. Concentreren van machtsmiddelen
2. Verwerven van legitimiteit: de overheid dient aanvaard te worden als gezagsdrager
3. Het gezag is gedepersonaliseerd
4. Homogenisering: de politieke systemen streven ernaar de regels op eenzelfde manier toe te
passen op het gehele grondgebied, voor elke stad geldt hetzelfde
College 1 – introductie 6/2/24
Centraal in de cursus overheid:
- Input: hoe komt iets op de politieke agenda? Denk aan invloed burgers, media, belangengroepen,
politieke partijen.
- Besluitvorming: Hoe vindt de besluitvorming binnen de overheid plaats? Denk weer aan invloeden,
maar ook besluitvormingsmodellen
- Output: wat is het effect van het overheidsbeleid op de sociale welvaart? Denk aan de
verzorgingsstaat, invoering van marktwerking en decentralisatie van het sociale domein.
Wat is politiek?
Politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving > zeer brede definitie
Variaties in de politiek:
1. Politiek en territorium: gemeenten, provincies, regio’s, landen, internationale organisaties
van landen. Verschil tussen vereniging en staat: de mate waarin je kunt ontkomen aan de
regels ervan.
2. Reikwijdte van de politiek: Historisch > nachtwakersstaat, verzogingsstaat, terugtrekkende
staat onder neoliberalisme. Vroeger overheid goed v0or 60% van het bbp en nu 43%.
Landenvergelijkend: wat is privé en wat publiek?
3. Vormen van politiek
Regime: democratisch VS autoritair
Rechten: bijv. recht om vrij te spreken
Unitaire VS federale staten
Variatie in politieke instellingen en procedures
Waarom overheid?
Wat is de overheid? Woerdman: overheid is de algemeen erkende leiding van een staat.
Wat is een staat? Weber: Een staat is een organisatie die binnen een bepaald grondgebied het
legitieme geweldsmonopolie bezit voor en namens de maatschappij
Bindende regels in een staat: mogen afgedwongen worden met geweld
Wetten
Grondwet (met fundamentele rechten)
Beperken de macht van de overheid en je kunt deze grondrechten afdwingen bij de rechter.
Echter niet overal mogelijk; bijv VK heeft geen grondwet
Sociaaleconomische rechten (bijv. onderwijs, kinderrechten, gezonde leefomgeving)
Moderner (20ste eeuw), schending van sociale grondrechten kan niet afgedwongen worden bij de
rechter
,Macht VS gezag (Weber)
Drie vormen van gezag (Weber)
1. Charismatisch gezag – berust op persoonlijkheid van de machthebber (Obama)
2. Traditioneel gezag – berust op respect voor traditie en gewoonte (Willem Alexander)
3. Rationeel-legalistisch gezag – berust op respect voor de regels (en niet op individuen)
Drie verschillende dimensies van de macht (Lukes)
1. Beslissen en bevelen (meest zichtbare vorm van macht)
Verandering over de tijd: toegenomen mondigheid van burgers, participatie samenleving
2. Agenda-setting
Positief: racismedebat in Amerika, gaswinning in Groningen (van normaal tot maatschappelijk
probleem)
Negatief: olielobby tegen maatregelen t.b.v. de klimaatveranderingen
3. Macht als ideologische hegemonie (minst zichtbare vorm van macht)
Culturele kaders waarbinnen sommige ideeën en overtuigingen normaal en legitiem zijn en
anderen niet. Bijv oneerlijke handelsverhoudingen tussen landen; zwarte piet discussie;
thatcher’s ‘there is no alternative’
Marx/Engels: ‘het moderne staatsapparaat is slechts een comité, dat de gemeenschappelijke
zaken van de gehele bourgeoisklasse beheert.
Poulantzas: Om het kapitalistisch systeem ten gunste van de bezittende klasse soepel te laten
verlopen, heeft de staat instemming nodig van de werkende klasse
Wie voert die macht uit?
Zichtbare en ontzichtbare macht
De staat
Media, wetenschap, ambtenaren, schrijvers, jursiten, militairen
Niet altijd mogelijk om de effecten van macht goed vast te leggen; zeer veel factoren/actoren
tussen een politiek voorstel en de uiteindelijke uitvoering van dat voorstel
Rechtvaardiging van macht
Waar haalt de staat het recht vandaan om het legitiem geweldsmonopolie te bezitten?
Enkele politieke (contract)filosofen en hun mensbeeld:
Rousseau (18e eeuw): Onderdrukking van mensen komt doordat dat mensen gericht zijn op eigen
belang. Mensen kunnen beter met elkaar samenleven als ze een gezamenlijk belang nastreven.
Ze moeten daarvoor vrijheid opgeven (= rationeel). Die komt vervolgens in uitdrukking in een
algemene wil (de volonte generale) van de samenleving.
, Filosoof Hobbes (17e eeuw) betoogde dat burgers er belang bij hebben om alle macht bij één
soeverein onder te brengen, omdat mensen van nature geneigd zijn hun eigen belang na te
streven (negatiever mensbeeld)
Alternatief: oorlog van allen tegen allen
Samen met Rousseau contractfilosofen genoemd
Uitgangspunten contractfilosofen: Alle mensen zijn in vrijheid en gelijkheid geboren. Vrijheid zou
de eerste voorwaarde zijn voor een rechtvaardige en gelukkige samenleving
Vrijheid > oorlog van allen tegen allen
Burgers sluiten een sociaal contract waarin ze tot afspraken komen om in natuurlijke vrijheid en
gelijkheid te kunnen leven
Vergelijk definitie staat van Weber
Wat gebeurt er als er niet één duidelijke wil van het volk is? De staat werd scheidsrechter > er
ontstonden rechtsstaten
In welke landen is er meer/minder vertrouwen? (Europa)
Minder vertrouwen; corruptie (afwezigheid van competentie, moraliteit en mogelijkheden
overheid verantwoordelijk te houden; onbetrouwbaar), voormalige communistische landen
(langere traditie van vertrouwen in oudere democratieën)
Meer vertrouwen; proportioneel electoraal systeem (vs. niet-proportioneel systeem) > veel
mensen voelen zich vertegenwoordigd
Geen verschil: economische ontwikkeling/groei, meer gefractioneerd parlement (meer partijen
waarvoor je niet hebt gestemd)
Boost in politiek vertrouwen onder burgers ten tijde van: internationale, dramatische en scherp
gefocuste crisissen die politiek niet veroorzaakt heeft, maar wel moet oplossen. Brede groep die een
beetje meer vertrouwen uitspreekt. Minder cynisme over de competenties en intenties van politici.
Rechtsstaten
Vier grondbeginselen:
1. Beginsel van grondrechten
2. Het soevereiniteits- en democratiebeginsel (= het sociaal contract)
3. Het legaliteitsbeginsel
4. Het beginsel van de trias politica > montesquie; wetgevende, uitvoerend, rechterlijke macht
Twee typen grondrechten
Klassieke grondrechten: overheid is passief, beperken de macht van de overheid en je kunt deze
grondrechten afdwingen bij de rechter.
Sociale grondrechten: overheid is actief, schending van sociale grondrechten kan niet
afgedwongen worden bij de rechter
Boek H1 en H2
Politiek = alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving.
We associëren politiek vaak aan samenlevingen die verbonden zijn aan een territorium.
Het lidmaatschap van een samenleving die aan grondgebied gebonden is, is veel dwingender dan een
lidmaatschap van een samenleving die niet aan grondgebied gebonden is.
De staat kreeg in de loop van de jaren meer macht en werd steeds belangrijker, er kwamen steeds
meer regels bij.
In westerse landen vinden we het belangrijk dat privé en publiek gescheiden zijn.
, Verschillende vormen van politiek:
Democratisch regime: regimes waar de macht tijdelijk is en verspreid is over verschillende
groepen. Fundamentele rechten worden erkend en beschermd.
Autoritaire regime: systeem waar basisrecht van het individu niet worden gerespecteerd.
Unitaire staten: gecentraliseerd bestuur met verschillende staten
Federale staten: verschillende staten met andere regels
In democratische regimes is het gebruik van geweld uitzonderlijk, in autoritaire regimes niet.
De doelstellingen van politieke wetenschap zijn het proberen te begrijpen en verklaren van politieke
gebeurtenissen en instellingen. Ze analyseren. Hier horen bepaalde regels bij:
1. Intellectuele distantie. Het is niet de bedoeling om aan het politieke debat deel te nemen. Dit kan
bereikt worden door de wetenschappelijke methode te respecteren.
2. Systematisch verzamelen van data over verschijnselen van onder andere belangenorganisaties en
regionalistische bewegingen. Met die data kunnen ze verschijnselen vergelijk en zo in soorten en
varianten geclassificeerd worden.
3. Vervolgens moet er een methode gekozen worden. Dit hangt af van de vraag die beantwoord
moet worden, en van de aard van de data.
Kwantitatieve benadering: door te tellen hoevaak iets voorkomt.
Kwalitatieve benadering: door op zoek te gaan naar de structuur van de interventies.
4. Bij het veramelen en analyseren van data is openheid belangrijk: altijd zeggen wat je doet en
waarom.
Politieke wetenschappers zetten drie instrumenten in: concepten, modellen en theorieen.
Concepten: een begrip/verschijnsel dat benoemd wordt met de bedoeling het precies te kunnen
afbakenen. Er is een onderscheid tussen geslacht en gender.
Polyarchie = een soort politiek systeem, een regime. Het is een ideaaltype, het is niet reëel.
Het voldoet aan de volgende voorwaarden:
Eerlijke en vrije verkiezingen
De controle over de regering is in handen van gekozen mandatarissen
De meeste volwassenen mogen stemmen
De meeste volwassenen mogen zich kandidaat stellen
Er is vrijheid van meningsuiting en burgers mogen het bestuur bekritiseren
Burgers hebben vrij toegang tot informatie die niet door het bestuur gecontroleerd wordt
Burgers mogen zich verenigen in belangenorganisaties en politieke partijen
Macht is belangrijk om in een politieke gemeenschap zaken te kunnen doen en om de samenleving te
kunnen organiseren.
Macht moet worden opgevat als een kenmerk van sociale relaties: het vloeit voort uit sociale relaties
die zo zijn gestructureerd dat men geweld of dwang kan veronderstellen bij het niet naleven.
Diffuse macht = de oorsprong van macht is vaak niet makkelijk te achterhalen of terug te brengen tot
specifieke actoren.
Proces van staatsvorming:
1. Concentreren van machtsmiddelen
2. Verwerven van legitimiteit: de overheid dient aanvaard te worden als gezagsdrager
3. Het gezag is gedepersonaliseerd
4. Homogenisering: de politieke systemen streven ernaar de regels op eenzelfde manier toe te
passen op het gehele grondgebied, voor elke stad geldt hetzelfde