❗️
Politieke communicatie = “de interacties tussen politiek, media en het publiek”
Het gaat dus om relaties tussen politieke, actoren, media/journalisten en burgers
Vaak is de vraag: wie geeft de richting aan bij deze relaties? Wie controleert wie?
Focus op machts-relaties!
Wat verwachten we van de media? Controlemechanisme naast de drie traditionele
staatsmachten (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht).
5 functies van de media in een (ideale) democratie:
1. Informatie (monitoring, informeren van het publiek)
2. Educatie (uitleggen wat feiten en events betekenen)
3. Waakhond: Controle en rapportering over wat de overheid (of bedrijven) doet.
4. Platform: media als een virtuele plaats waar ideeën kunnen uitgewisseld worden.
5. Kanaal: Politieke boodschappen en meningen moeten een kans krijgen, media stellen
daarvoor plaats ter beschikking.
Mediafuncties gekoppeld aan journalistieke rollen
Informatie → Informatievoorziening: media informeren, feiten en verhalen
begrijpelijk maken.
Educatie → Informatievoorziening/ Betrekken en empoweren van publiek/
Promoten van sociale verandering: uitleggen wat gebeurtenissen betekenen en
bewustwording creëren.
Waakhond → De macht ter verantwoording roepen: controleren van overheid en
bedrijven.
Platform → Participanten in politiek discours/ Betrekken en empoweren van
publiek / Promoten van sociale verandering: ruimte bieden voor debat, discussie en
ideeënuitwisseling.
Kanaal → Partner van de overheid: politieke boodschappen en standpunten
verspreiden.
,❗️
Welke rol hebben journalisten:
Informatievoorziening: publiek informeren en uitleggen wat informatie betekent,
objectief!
(Disseminator: info verspreiden, curator: welke info is er, welke relevant, storyteller: nog
stapje verder: narratief maken, wat betekent info, educatie functie beetje in terug).
vs.
Participanten in politiek discours: de journalist doet meer dan alleen informeren; hij
neemt actief deel aan het politieke debat en probeert maatschappelijke veranderingen
te beïnvloeden.
Betrekken en empoweren van publiek: publiek centraal, betrekken bij maatschappelijke
kwesties, ruimte bieden (platform functie!)
vs.
Promoten van sociale verandering: journalist centraal, publiek volgt, verandering
promoten. Educator heeft hier normatieve functie.
Macht ter verantwoording roepen: de journalist bekijkt de overheid kritisch en
controleert machthebbers; staat tegenover de macht.
vs.
Partner van de overheid: de journalist werkt samen met de overheid en ziet zichzelf als
bondgenoot, maar benadert de overheid nog steeds kritisch; samenwerking betekent
dus niet dat er geen controle is, maar dat er een meer coöperatieve houding is.
, Is dit overal hetzelfde? Nee, hoe deze functies betekenis krijgen, uitgevoerd worden, etc.
verschilt per context.
NL:
15 partijen Tweede Kamer
Nederland heeft altijd coalitieregering
Nederland heeft zeer sterke Publieke Omroep
(Traditioneel) sterk politiek parallellisme
VS:
Slechts twee partijen in het Congres
Altijd één partij is aan de macht
Veel zwakkere publiek omroep
(Traditioneel) zwak politiek parallellisme
Politieke en mediasystemen vertonen vaak terugkerende patronen: de structuur van het
politieke systeem (aantal partijen, coalities) hangt samen met kenmerken van het
mediasysteem (sterkte publieke omroep, politiek parallellisme).
Politiek systemen:
Meerderheid democratieën Consensusdemocratieën
“Plurality voting system” Proportionele representatie
Twee-partijen systeem Meer-partijen systeem
Een-partij regeringen Coalitieregeringen
Macht geconcentreerd bij de uitvoerende Macht gedeeld tussen uitvoerende en
macht wetgevende macht
‘Individualized pluralims’ ‘Organized pluralism’